Met de herziening van de Europese F‑gassenverordening kiest Nederland voor één certificeringsstructuur voor alle koudemiddelen. Waar vroeger vooral F‑gassen centraal stonden, vallen nu ook propaan, isobutaan, CO₂ en ammoniak volwaardig onder dezelfde regeling. Sinds 29 september 2025 geldt voor monteurs die werken met F‑gassen én natuurlijke koudemiddelen een expliciete certificeringsplicht. Tot 29 maart 2026 loopt een overgangsperiode waarin nog oude F‑gascertificaten en vakbekwaamheidsbewijzen voor natuurlijke koudemiddelen kunnen worden behaald en gebruikt. Uiterlijk in 2029 moeten alle monteurs zijn omgezet naar het nieuwe A1–E‑systeem.
De benodigde trainingen en certificaten hiervoor kunnen al worden gevolgd en behaald bij Opleidingscentrum GO°. “Bij ons trainen we monteurs niet alleen richting het examen,” vertelt Michel van Bronckhorst, trainer bij Opleidingscentrum GO°. “We leggen de focus op de competenties en veiligheidsroutines die ze morgen in het veld nodig hebben.” Hij legt dan ook graag uit wat de nieuwe certificaten inhouden.

A1 en A2: F‑gassen plus koolwaterstoffen in één certificaat
Voor de dagelijkse praktijk van warmtepompmonteurs zijn vooral de certificaten A1 en A2 relevant. "Deze dekken werkzaamheden aan installaties met zowel F‑gassen als koolwaterstoffen, zoals propaan. Daarmee bundelen ze wat voorheen in meerdere aparte certificaten was ondergebracht," zegt van Bronckhorst.
"Het A1‑certificaat geeft bevoegdheid voor alle handelingen aan het koudemiddelcircuit van systemen met F‑gassen en koolwaterstoffen, ongeacht de hoeveelheid koudemiddel. Het gaat om activiteiten als openen en sluiten van het circuit, vacumeren, vullen, lekzoeken, repareren en terugwinnen."
Het A2‑certificaat is bedoeld voor dezelfde typen werkzaamheden, maar dan beperkt tot kleinere installaties met F‑gassen en koolwaterstoffen. "In diverse richtlijnen wordt gesproken over maximale vullingen van enkele kilo’s koudemiddel. Daarmee sluit A2 nauwer aan bij residentiële warmtepompen en compacte commerciële systemen, terwijl A1 noodzakelijk is voor grotere installaties of hogere vullingen," aldus Van Bronckhorst.

B, C, D en E: CO₂, ammoniak en specifieke taken
Naast A1 en A2 introduceert de nieuwe regeling aanvullende certificaten die vooral voor specialistische koeltoepassingen van belang zijn. Het B‑certificaat richt zich op installaties met CO₂ (R744), bijvoorbeeld in supermarktkoeling of CO₂‑warmtepompen. Het C‑certificaat dekt werkzaamheden aan ammoniakinstallaties in industriële omgevingen.
Daarbovenop zijn er certificaten voor meer afgebakende taken. Het D‑certificaat is bestemd voor het terugwinnen van F‑gassen, bijvoorbeeld bij demontage van apparatuur. Het E‑certificaat is bedoeld voor beperkte werkzaamheden aan installaties op F‑gassen waarbij het koudemiddelcircuit niet wordt geopend, vergelijkbaar met de vroegere categorie 4. "Voor veel warmtepompbedrijven zal de kern vooral liggen bij A1/A2, eventueel aangevuld met B wanneer CO₂‑systemen een rol spelen," legt Van Bronckhorst uit.
Geldigheid: naar verplichte hercertificering in cycli van zeven jaar
Een belangrijk verschil met de oude situatie is de geldigheidsduur. "Waar het klassieke F‑gassencertificaat in Nederland in principe onbeperkt geldig was, zijn de nieuwe certificaten A1 tot en met E voor een periode van zeven jaar geldig. Daarna is hercertificering nodig om de bevoegdheid te behouden," legt trainer Michel van Bronckhorst uit.
Die periodieke vernieuwing sluit aan bij de snel veranderende praktijk. "Nieuwe productverboden, strengere lekdichtheidseisen, de opkomst van propaan en CO₂ en toenemende aandacht voor energie‑efficiëntie vragen om regelmatige actualisatie van kennis en vaardigheden," aldus van Bronckhorst. Opleiders spelen hierop in met update‑modules en hercertificeringstrajecten die zich concentreren op de nieuwste technieken en veiligheidsaspecten.
Wat als je al een F‑gassen- of natuurlijke‑koudemiddelcertificaat hebt?
Voor monteurs die al langer in het vak zitten, is vooral de vraag relevant wat er gebeurt met bestaande certificaten. Huidige F‑gassencertificaten en vakbekwaamheidsbewijzen voor natuurlijke koudemiddelen blijven, mits tijdig behaald, nog enkele jaren geldig binnen de overgangstermijnen.
"Bij overstap naar A1 of A2 kan eerder aangetoonde vakbekwaamheid vaak worden meegewogen," aldus Van Bronckhorst. "Vanuit brancheorganisaties wordt beschreven dat monteurs met bijvoorbeeld F‑gassen categorie 1 en een aanvullend brandbare‑koudemiddelcertificaat in aanmerking kunnen komen voor vrijstellingen op delen van het A1‑ of A2‑examen." Daarmee ligt de nadruk bij hercertificering op de nieuwe onderdelen.
"In de praktijk betekent dit dat ervaren monteurs hun een verkort traject kunnen volgen, terwijl nieuwe instromers vanaf het begin toewerken naar een volledig A1‑ of A2‑certificaat binnen het nieuwe stelsel."
Praktische gevolgen voor de werkvloer
De nieuwe certificeringsstructuur maakt duidelijk dat werken met natuurlijke koudemiddelen geen uitzondering meer is, maar onderdeel van het standaardprofiel van de koel- en warmtepompmonteur. "Bedrijven doen er goed aan nu al in kaart te brengen welke medewerkers straks welk certificaat nodig hebben: A1 of A2 voor de meeste warmtepompactiviteiten, eventueel aangevuld met B of C voor specifieke installaties," aldus Michel van Bronckhorst.
"Door die inventarisatie te koppelen aan gerichte trainingen, in de praktijkomgeving van Opleidingscentrum GO, kan de overgang naar het nieuwe systeem gespreid en gecontroleerd verlopen. Zo blijft de kwaliteit van installaties en onderhoud geborgd, terwijl tegelijk wordt voldaan aan de nieuwe wettelijke eisen rond F‑gassen en natuurlijke koudemiddelen."
Dit artikel is gesponsord door Opleidingscentrum GO.














