artikel

Warm tapwater vraagt meer aandacht

Tapwater

Met een dalende warmtevraag voor ruimteverwarming, zowel voor het eindgebruik in kWh’s als in capaciteit, wordt het gebruik van tapwater leidend voor het totale ontwerp (dimensionering) van het verwarmingssysteem voor woningen. Dat maakt de keuzes voor het efficiënt verwarmen van tapwater voor nieuwbouw en renovatie een uitdaging. Veel concepten zijn nog gebaseerd op de traditionele wijze van installeren.

Warm tapwater vraagt meer aandacht

In grondgebonden woningen wordt de opwekker voor ruimteverwarming en tapwater veelal op zolder geplaatst, waarmee door de lange leidingen tapwaterverliezen kunnen oplopen van 2 tot 4GJ. De introductie van de tien liter elektrische keukenboiler was een oplossing. Voor de energie neutrale nieuwbouw is plaatsing van de warmteopwekker naast de keuken en/of dicht bij de badkamer een goede oplossing. Bij bestaande bouw is zo’n concept minder goed haalbaar, hoewel hier in complete renovatiepakketten voor meerdere woningen al gerealiseerde voorbeelden van zijn.
In gestapelde bouw van voor 1980 bevinden zich nog veel individuele voorzieningen voor tapwater, zoals keukengeisers en elektrische nachtstroomboilers. Later werd het tapwater collectief gedistribueerd. Dit zie je nog steeds in nieuwbouw. Niet verstandig, want de warmteverliezen per appartement kunnen oplopen tot boven de 9GJ. Het argument om dit toch te doen is dat warmteverlies binnen het gebouw bijdraagt aan de ruimteverwarming. Voor bestaande bouw is dit argument op zijn minst twijfelachtig, voor energie neutrale nieuwbouw of renovatie gaat het niet op. Bij grootschalige warmtedistributie op wijk- en stadsniveau, momenteel weer trending, is distributie van warm tapwater in feite uit den boze.
Wij werken op internationaal niveau als projectleider in het IEA-project (HPT-Annex 46) aan ‘Domestic Hot Water Heat Pumps’, waarin wij systemen en concepten naast elkaar plaatsen en vergelijken op basis van objectieve gegevens, voor zover deze beschikbaar zijn (zie www.hpt-annex46.org). Bij de uitwerking voor Nederland ligt de eerste vraag bij de Rekenmodellen voor de EPC en de nieuw bepalingsmethode “NTA 8800” (Nederlandse Technische Afspraak 8800) die in ontwikkeling is. Als tapwater daarin niet is opgenomen gebaseerd op objectief geverifieerde waarden, zal het niet goed mogelijk zijn toekomstige systemen, die voornamelijk zijn gedimensioneerd rond tapwater, te kunnen beoordelen op hun energieprestatie.
Een belangrijk aspect bij de beoordeling is dat de waarden voor het tapwatergebruik die gebruikt worden in de rekenmethodieken niet overeenkomen met de praktijk. Het gebruik van 11GJ warmwater in de norm en van 14 GJ voor testprocedures geven een totaal verkeerd beeld. Het werkelijke gebruik komt nog niet op 9GJ en soms zelfs maar op 6GJ. Al met al is tapwatergebruik nog een onontgonnen terrein; onderzoek via monitoring is nodig voor meer duidelijkheid. Daarnaast leggen de Nederlandse eisen voor legionella belemmeringen op aan energetisch goede oplossingen. Nederland is op dat terrein een eiland: het wordt tijd om de ‘European Technical Guidelines for the Prevention, Control and Investigation, of Infections Caused by Legionella species’ van juni 2017 over te nemen.
Laat onverlet dat het landelijk rendement voor elektriciteitsopwekking, dat al aangepast had kunnen worden in de huidige NEN7120, in de NTA 8800 waarschijnlijk wel op het praktijkniveau ligt. Met het niet doorvoeren in de huidige norm laat het ministerie voor de komende decennia veel besparing liggen in woningen die de komende twee jaar worden gebouwd. Onno Kleefkens
Eigenaar van Phetradico

Reageer op dit artikel