nieuws

Regelgeving geluid maakt warmtepompen duurder

Sector

Fabrikanten en installatiebedrijven werken aan technische en bouwfysische manieren om de geluidsproductie van warmtepompen tegen te gaan. Ze worden daarbij niet alleen vanuit de markt onder druk gezet. Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties (BZK) wil – waarschijnlijk begin 2020 – geluidseisen aan warmtepompinstallaties stellen. Onderzoeksbureau Sira Consulting deed onlangs een poging om de maatschappelijke kosten van zulke geluidseisen in kaart te brengen.

Regelgeving geluid maakt warmtepompen duurder

Nederland kent geen regels die specifiek op de geluidsbeperking van warmtepompen zijn gericht. Er zijn wel geluidsregels opgenomen in Ecodesign, maar die zijn niet streng genoeg om geluidsoverlast in Nederland tegen te gaan. De overheid, meer specifiek het ministerie van BZK, wil daarom nieuwe eisen opnemen in het Bouwbesluit uit 2012.

Geluidseisen in een notenop

De voorgenomen wijziging van het Bouwbesluit gaat naar verwachting begin volgend jaar in, en gaat daarbij uit van drie verschillende situaties:
1) Bij aangrenzende nieuwbouwwoningen (geschakelde bouw) mag een buitenunit op de perceelgrens met de buren maximaal 40 dB veroorzaken.
2) In een nieuw appartementengebouw mag een buitenunit maximaal 40 dB veroorzaken ter hoogte van een raam of deur van aangrenzende woningen.
3) Als bij renovatie een nieuwe warmtepomp wordt geplaatst, gelden dezelfde eisen als ten aanzien van de situatie bij een nieuwbouwpand.

Voor bestaande woningen met een bestaande warmtepomp wordt volgens het huidige voorstel geen aparte regelgeving in het Bouwbesluit opgenomen. Gemeenten kunnen er echter eisen voor vaststellen (en handhaven), op basis van de Woningwet.

Sira heeft de kosten van de voorgenomen eisen berekend.

Omkasting van de buitenunit

Sira consulting heeft berekend wat het voor bedrijven en lokale overheden kost als de voorgenomen aanpassing van het Bouwbesluit daadwerkelijk wordt doorgevoerd. In het rapport ‘Effectmeting wijziging Bouwbesluit 2012’ zijn de resultaten hiervan gepubliceerd (samen met die van de doorberekening voor wijzigingen op heel andere gebieden). Daarbij is onderscheid gemaakt tussen eenmalige en structurele financiële effecten. Het onderzoeksbureau bij dat alles uit van één enkele maatregel om aan de nieuwe eisen te voldoen: het omkasten van buitenunits, in het onderzoeksrapport ‘omkapping’ genoemd. Mogelijke kosten voor het op een andere locatie plaatsen van de buitenunit (zoals extra leidingwerk en isolatie daarvan) blijven bijvoorbeeld buiten beeld.

Op basis hiervan zijn drie verschillende financiële effecten doorberekend:

I. Eenmalig effect voor bedrijven

Het ‘eenmalig effect’ voor bedrijven is volgens de onderzoekers gerelateerd aan kennisverwerving bij installatiebedrijven. Bij de berekening hiervan gaat men ervan uit dat per bedrijf gemiddeld één constructietekenaar en 15 installateurs kennis moeten krijgen over het ontwerpen, intekenen en plaatsen van omkastingen. Uitgaande van ongeveer 40 bedrijven die warmtepompen installeren (een schatting van Sira op basis van een weblog) zouden deze eenmalige kosten voor de installatiesector in totaal zo’n 27.000 euro bedragen.

II. Structurele effecten voor bedrijven

De structurele kosten voor bedrijven worden volgens Sira bepaald door de kosten van de omkastingen zelf. Daarbij gaat het alleen om lucht/water-warmtepompen. Bodemgebonden systemen hebben immers geen buitenunit. Volgens Sira werden in 2018 in Nederland circa 40.700 warmtepompen geplaatst, waarvan ongeveer de helft (20.350) een buitenunit heeft.
Afhankelijk van het type woning moeten deze buitenunits al dan niet worden voorzien van een kap. Bij woningen met een groot perceel ervaren de buren minder snel  geluidsoverlast en is isolatie niet nodig. Bij woningen waarvan de buitenunit wel moet worden overkapt, gaat Sira uit van een bedrag tussen de 750 en 2.000 euro per kap voor vrijstaande en geschakelde woningen, en 4.000 euro per kap in appartementencomplexen. Als deze bedragen worden vermenigvuldigd met het aantal benodigde kappen, komt dat volgens de onderzoekers uit op een jaarlijks totaalbedrag van tussen de 19 en 33 miljoen euro.

III. Eenmalig effect voor overheden

Net als bedrijven heeft ook de lokale overheid te maken met eenmalige lasten door kennisverwerving over de nieuwe eisen. Sira gaat er daarbij vanuit dat gemeenten gemiddeld twee medewerkers hebben die over deze kennis moeten beschikken, en dat ze daar één dag aan kwijt zijn. Bij een uurloon van 62 euro per uur levert dat een eenmalige kostenpost (voor alle gemeenten samen) op van 176.000 euro. Daar staat overigens wel een mogelijke kostenbesparing tegenover: doordat de geluidshinder afneemt, hoeft er lokaal minder te worden geïnvesteerd in (APV-)beleid rond geluideisen.

Totale kosten voor beperking geluidsoverlast

Naast het ‘eenmalig effect’ onder tussenkop III verwacht Sira geen structurele effecten voor lokale overheden. Die berekening is dus niet in het rapport opgenomen.De totale jaarlijkse lasten van de voorgenomen wijziging in het Bouwbesluit komen volgens Sira uit tussen de 19,2 en 33,3 miljoen euro. Veruit het grootste deel van die kosten komen bij bedrijven (en uiteindelijk dus bij de eindgebruiker) te liggen.

Kanttekeningen bij het onderzoek

Bij het onderzoek zijn een paar stevige kanttekeningen te plaatsen. Zo haalt Sira het aantal van 40 Nederlandse installatiebedrijven die warmtepompen plaatsen uit een verouderde en niet bijgewerkte weblog. Het lijkt vervolgens wat beperkt om alleen het plaatsen van kappen als een kostenpost te beschouwen (er zijn immers ook andere maatregelen denkbaar, zoals een andere opstelplaats voor de buitenunit).
Een ander punt is dat het bedrijf – overigens noodgedwongen – uitgaat van een schatting over het aantal geplaatste warmtepompen. Het bureau stelt dat in 2018 in Nederland circa 40.700 warmtepompen zijn geplaatst, waarvan ongeveer de helft – ruim 20.000 – voorzien van een buitenunit. Hierbij gaat men uit van cijfers in het ‘Nationaal warmtepomp trendrapport 2018′, maar definitieve verkoopcijfers zijn dit niet. Tot slot geeft Sira zelf aan dat een deel van de geplaatste warmtepompen al is voorzien van isolatiemateriaal, dat het aantal te plaatsen warmtepompen de komende jaren snel toe zal nemen, en dat warmtepompen waarschijnlijk steeds stiller worden. Met betrekking tot dat laatste is voor dit onderzoek “aangenomen dat de meerkosten van een dergelijke installatie even hoog zijn als de kosten voor een installatiekap”. Een nadere uitwerking van die aanname ontbreekt echter.
Gezien het aantal aannames en de schattingen waarop de berekeningen zijn gebaseerd, kunnen vragen worden gesteld over hoe nauwkeurig en voorspellend de uitkomsten zijn. Sira zelf geeft in het rapport in ieder geval al aan dat de berekening “moet worden gezien als een momentopname”.

Het rapport van Sira kan worden gedownload via de website van de Rijksoverheid.

> Lees meer over warmtepompen en geluid:
• In de berichten vliegen verschillende termen voorbij, zoals geluidsvermogen, luchtdruk, dB, dB(A) en geluidsenergie. Wat betekenen ze?
• Fabrikanten voorspelden vorig jaar al dat geluid bij bredere toepassing van lucht/water warmtepompen meer aandacht vraagt.
• Het Institute of Technology (AIT) in Wenen doet onderzoek naar een ultrastil concept voor een lucht/water-warmtepomp.
• Er zijn in ieder geval drie aspecten waar je op moet letten bij het plaatsen van een warmtepomp.
• Een lucht-water warmtepomp maakt wat geluid, maar er zijn voldoende oplossingen voor, zo blijkt uit een rondvraag langs marktpartijen.

 

Praktijkvoorbeeld
Een tv-reportage van Radar over warmtepompen deed op social media veel stof opwaaien. Een eindgebruiker gaf aan dat er van alles mis was bij zijn installatie, en dat de buitenunit een forse geluidsbron bleek. Vakblad Warmtepompen ging er samen met een expert op bezoek om de oorzaken de onderzoeken. Lees het verslag van dit bezoek, in dit artikel.
Reageer op dit artikel