artikel

‘Lichtere’ cursus F-gassen voor warmtepompmonteurs

Sector

Opleidingsinstituten zijn onlangs gestart met een ‘lichtere’ cursus F-gassen. Categorie 2 is vooral bedoeld voor ingebruikname en reparatie van warmtepompen. Een gecertificeerd monteur mag met dit persoonscertificaat aan systemen met een koudemiddelinhoud tot 3 kg (of 5 ton CO2-equivalent) werken.

Tekst: Richard Mooi

‘Lichtere’ cursus F-gassen voor warmtepompmonteurs

Het F-gassenpersoonscertificaat bestaat al sinds de start in 2009 uit vier categorieën. Van de lichtste categorie 4 (lekdetectie en visuele inspectie) en categorie 3 (terugwinnen van koudemiddel), tot categorie 2 en 1 voor het werken aan koudemiddelcircuits. Het verschil tussen categorie 2 (zes dagen) en 1 (tien dagen) hangt samen met de hoeveelheid koudemiddel aan boord. Iemand met persoonscertificaat categorie 2 mag alleen aan kleine systemen werken, met maximaal 3 kg koudemiddel. Bij categorie 1 geldt geen beperking. Wie daarvoor slaagt, mag aan alle koel- en vriesinstallaties sleutelen, hoe groot ook.

Categorie 1 te zwaar

Tot nu toe was categorie 2 niet echt populair. De mogelijke doelgroep bestond vooral uit technici in dienst van koeltechnische installatiebedrijven. Dat betekent dat je de éne dag een kleine airco in gebruik mag stellen, en de volgende dag een grote koelinstallatie moet repareren. Daarbij heb je niet zoveel aan categorie 2. Met de opkomst van warmtepompen ontstaat er echter een nieuwe situatie. Er komen monteurs die alleen kleinere warmtepompen plaatsen en nooit in aanraking met grotere koelsystemen komen. Een opleiding voor categorie 1 is dan teveel van het goede. Hij vereist nogal wat theoretische en praktijkkennis, bijvoorbeeld over het inregelen van een expansieventiel. Opleiders bieden er een opleiding van 10 of 12 dagen voor aan. Sinds vorig jaar zetten Opleidingscentrum GO° en ROVC echter volop in op trainingen voor categorie 2. En met succes; bij beide opleiders zijn het ‘hardlopers’.

De trainingen voor categorie 2 zijn ‘hardlopers’ bij de opleidingsinstituten.

Wat kun je met dit certificaat?

De vraag is natuurlijk of er te leven valt met de beperking tot 3 kg koudemiddel. Een warmtepomp met een vermogen van 12 kW bij een grotere woning gaat er al overheen. Een F-gassenmonteur met categorie 2 mag zo’n installatie niet zelfstandig in gebruik nemen, ook niet als het om een voorgevuld systeem gaat. Dat is wel iets om rekening mee te houden. De grens ligt bij 3 kg koudemiddel of 5 ton CO2-equivalent. Bij het koudemiddel R410A met een GWP van 2.088 ligt de grens op 3 kg. Bij het minder milieubelastende koudemiddel R32 (GWP 675) geldt de eis in CO2-equivalent en mag je met iets meer koudemiddel werken, namelijk 7,4 kg (of 15 kg bij hermetisch gesloten systemen). Wie het persoonscertificaat categorie 2 bezit, kan na een korte cursus examen afleggen voor categorie 4 (lekdetectie en inspectie). De persoonscertificaten categorie 2 en 4 zijn bij Rijkswaterstaat inwisselbaar voor categorie 1.

Werking van het koudemiddelcircuit

De opleiding is vooral gericht op de werking van het koelcircuit. Hoe is de samenhang tussen de vier basisonderdelen – de compressor, de condensor, het expansieventiel en de verdamper? Waar is het koudemiddel gasvormig en waar wordt het vloeistof? En wat gebeurt er met het koudemiddel na het expansieventiel? Allemaal vragen waarop een doorgewinterde koelmonteur direct antwoord heeft, maar een cv-monteur heeft vaak geen benul van de werking van een warmtepompsysteem. Voor de meesten is het dan ook hard werken tijdens de cursus. Ook het hlog p-diagram is een belangrijk onderdeel van de opdeling. Kun je dat eenmaal lezen en weet je precies waar de onderkoeling en oververhitting van het koudemiddel plaatsvindt, dan begrijp je in ieder geval de werking van het koudemiddelcircuit. En dan blijkt het ook om leuke techniek te gaan.

Wet- en regelgeving

Tijdens de opleiding wordt ook uitgebreid aandacht besteed aan wetgeving. Kennis van wetgeving vormt zelfs een belangrijk onderdeel van het F-gassencertificaat. De verordening is in het leven geroepen om de uitstoot van HFK-koudemiddelen te vermijden. Deze koudemiddelen dragen bij lekkage bij aan de opwarming van de aarde. Tijdens de opleiding wordt de achterliggende gedachte van de F-gassenverordening duidelijk gemaakt. Maar ook praktische regelgeving, zoals de 1.000-puntenverordening, komt ter sprake. Die maakt het mogelijk om zonder al te veel veiligheidsmaatregelen koudemiddelen en gasflessen in de auto te mogen vervoeren, mits er een gasdichtschot tussen de opslag- en bestuurderscabine is gemonteerd. En op het dak moet een wapper komen, oftewel een mechanische ventilator.

Koudemiddel afzuigen en terugvoeren

De praktijk bestaat voor een deel uit handeling aan een airco-unit gevuld met R32. De unit moet veilig worden geleegd. En zodra het gas in een gasfles zit, mag je het ook weer terugvoeren in de unit. Dat lijkt heel eenvoudig, maar dat is het niet. Alle slangen met gas moeten steeds worden leeggezogen. Of door de afzuigunit, de zogenaamde recovery-unit, of bij het vullen door de compressor. En voordat de slangen worden aangesloten moeten ze eerst vacuüm worden gemaakt, met een vacuümpomp. Anders komt er lucht in een koudemiddelcircuit, en lucht mee laten circuleren gaat ten koste van het rendement (COP) van de warmtepomp. Dit betreft overigens een examenvraag, maar het antwoord geven we gewoon weg. Een slang onder druk afkoppelen en het koudemiddel laten wegstromen is overigens helemaal taboe.

Hardsolderen blijft lastig

Ook hardsolderen is onderdeel van het praktijkexamen. Het werkstukje dat cursisten in elkaar moeten knutselen, is wat eenvoudiger dan bij het examen voor categorie 1. Er zitten simpelweg minder koppelingen in om te lassen. Het principe blijft echter hetzelfde als bij ‘de grote broer’. Het zilversoldeer moet goed in de fittingen zijn doorgedrongen, maar pas als de fitting en leiding kersrood zijn gekleurd. Een doorvloeiing van maximaal 80 procent is daarbij vereist. Te dicht met de vlam bij de fitting of leidingen komen, is ook niet bevorderlijk voor een goed eindresultaat. Er brandt dan gewoon een gat in. Na afloop moet de cursist de fittingen dwars doorzagen en controleert de docent, of later de examinator, het resultaat. Goed kunnen hardsolderen blijft een dingetje. Het is lastig om het in twee praktijkdagen onder de knie te krijgen, zeker wanneer ook nog alle handelingen aan de airco moeten worden uitgevoerd.

> Leestips:
Interview: Frank Agterberg over kritiek op warmtepompen
Ontwikkeling van warmtepomp voor bestaande woningen in Nederland
Uit de praktijk: bewonerservaring met een bodemwarmtepomp
Interview Diederik Samsom: ‘Er moet een Nederlandse warmtepomp komen’

Reageer op dit artikel