artikel

Interview Diederik Samsom: ‘Er moet een Nederlandse warmtepomp komen’

Sector

Gas duurder en stroom goedkoper, een compacte en stille hybride warmtepomp, verduurzamingsconcepten en aantrekkelijke financieringsvormen. Het is een greep uit de oplossingen die volgens Diederik Samsom, onderhandelaar bij het Nationale Klimaatakkoord, nodig zijn om de gebouwde omgeving van het aardgas te krijgen. Samsom verwacht veel van het bedrijfsleven, zo vertelt hij in een gesprek met Vakblad Warmtepompen. Bedrijven moeten de innovaties ontwikkelen die nodig zijn om energiedoelen te halen.

Interview Diederik Samsom: ‘Er moet een Nederlandse warmtepomp komen’

Wat is in het klimaatakkoord essentieel voor het slagen van de energietransitie?
Daarbij wil ik het voorstel noemen om gas duurder en elektriciteit goedkoper te maken. Het is cruciaal dat de overstap naar duurzame verwarmingstechnieken ook financieel voordeel voor de mensen oplevert, want anders beginnen ze er niet snel aan. Bij nieuwere woningen is dat gemakkelijker te bereiken dan bij oudere woningen. Maar ook daar moet verduurzaming uiteindelijk geld opleveren voor bewoners. Nu is het voor een jarendertig-woning nog lastig om een warmtepompsysteem rond te rekenen. Maar met een hybride warmtepomp wordt dat al gemakkelijker.

Welke rol spelen hybride warmtepompen in de energietransitie?
Voor drie tot vier miljoen woningen is een dure verbouwing nodig om van het gas af te komen. Niet iedereen zal dat willen of kunnen ophoesten. Vanwege de betaalbaarheid kan een hybride warmtepomp voor die groep een aantrekkelijk alternatief zijn. Ook in afwachting van een betere warmtepomp of betere isolatie-opties kunnen hybrides een rol spelen. De gasketel in een hybridesysteem kan op lange termijn overigens ook een goede bijdrage aan de transitie leveren. In de toekomst kan aardgas in het leidingnetwerk immers worden vervangen door schoon gas of door waterstof. Verder zie ik mogelijkheden voor hybrides als permante oplossing in bijvoorbeeld oude stadscentra waarvan het historische karakter niet mag worden aangetast. Met all-electric oplossingen is dat een lastige opgave.

   “Het is cruciaal dat de overstap naar duurzame verwarmingstechnieken financieel voordeel voor de mensen oplevert”


Voorlopig wordt een oude cv-ketel meestal vervangen door een nieuw exemplaar.

Om dat om te buigen richting hybride installaties is nog veel innovatie nodig. Belangrijk is dat er een kleiner apparaat moet komen, met afmetingen die overeenkomen met die van een cv-ketel. Die is nu vaak zo krap ingebouwd dat aan de zijkanten en boven maar een paar millimeter ruimte overblijft. Een hybride past nu bij lange na niet op die plek, dat moet dus veranderen. En dan heb je daarnaast nog een buitendeel nodig. Ook daarvoor moet een geschikt plaatsje worden gevonden waar het apparaat geen geluidsoverlast veroorzaakt, ook niet voor de buren. Dat is niet altijd eenvoudig, en daar komt nog bij dat een hybride systeem veel duurder is dan een cv-ketel. Al met al zien mensen nog genoeg beren op het pad om van de overstap op een hybride af te zien. Wat ook meespeelt, is dat het keuzemoment vaak samenvalt met het uitvallen van de ketel. Een koud huis en bibberen onder de douche is een probleem dat iedereen zo snel mogelijk wil oplossen. Een nieuwe ketel is dan de kortste klap is, dat is ook een keuze die vaak wordt aangemoedigd door de installateur. Het standaardadvies bij vervanging is: ‘neem nou gewoon maar weer een keteltje, daar kun je gemakkelijk nog tien tot vijftien jaar mee vooruit.’

U legt de lat hoog voor de fabrikanten.
Ooit hebben we in Nederland een koe ontwikkeld die zowel compact is als veel melk geeft. Die koe is veel kleiner dan soortgenoten in Afrika of Zuid-Amerika. Zo’n doorbraak hebben we ook bij de warmtepomp nodig. Ik heb er alle vertrouwen in dat dat lukt. Warmtepompen worden nu vooral in Azië geproduceerd om op de wereldmarkt af te zetten. Europa valt qua afzet daarbij in het niet, waardoor producenten geen producten specifiek voor dit continent ontwikkelen. Maar dat zal veranderen als de markt hier groter wordt. Ik leg me daarom niet neer bij de gedachte dat een hybride nooit op de plek van de hr-ketel zal passen. Er zal een Nederlandse of West-Europese warmtepomp moeten komen.

Op bevlogen wijze maakt Samsom door het hele land duidelijk wat de noodzaak van het klimaatakkoord is.

Er is nu veel aandacht voor geluidsoverlast door warmtepompen. Is dat terecht?
We zijn een zeer welvarende samenleving waarin mensen hoge eisen stellen aan hun welzijn. Geluid is daar een onderdeel van en de sector zal daar rekening mee moeten houden. Denk niet te snel dat het wel meevalt; de eisen gaan alleen maar omhoog. Aan de sector de uitdaging om stille warmtepompen te ontwikkelen. Ook de geluidsproductie maakt duidelijk dat veel warmtepompen uit Azië komen. Geluidsoverlast speelt daar veel minder een rol dan hier, waardoor er minder aandacht voor is bij het ontwerp. Het maakt nog eens extra duidelijk dat we een Nederlandse warmtepomp nodig hebben.

En dan is er nog de kwestie rond koudemiddelen. Daarover staat niets in het klimaatakkoord.
We moeten stoppen met het gebruik van koudemiddelen die de opwarming van de aarde bevorderen, net zoals we eerder zijn gestopt met koudemiddelen die de ozonlaag aantasten. Veel middelen die daarvoor in de plaats kwamen hadden vaak een hoge GWP-waarde (Global Warming Potential, -red). Die middelen zitten ook in warmtepompen en moeten eruit. Met technische innovatie is dat mogelijk. Bedrijven kunnen dat; ik maak me hier geen zorgen over. Dat koudemiddelen niet in het klimaatakkoord worden genoemd, heeft te maken met de F-gassenverordening. Daarin wordt de afbouw van hoog-GWP-koudemiddelen al geregeld.

   “Aan de sector de uitdaging om stille warmtepompen te ontwikkelen”


U laat innovatie over aan het bedrijfsleven. Gelooft u niet in collectief onderzoek?

De warmtepompbranche is een miljarden­industrie, en voor de fabrikanten ligt een miljardenmarkt voor het oprapen. Ze zitten echt niet op wat overheidsgeld te wachten en voeren het onderzoek liever op eigen kracht uit. Het collectieve geld kunnen we verder beter gebruiken voor mensen die het zwaar hebben waardoor verbouwing lastig is te financieren.

Volgens Samsom is een warmtepomp geen rakettechnologie. “Het is te doen, maar installateurs moeten zich wel scholen en ontwikkelen.”

De energietransitie vraag veel kennis en capaciteit van installateurs. Gaan ze het redden?
Wat betreft kennis moet je installateurs niet onderschatten. Loodgieters gieten bij wijze van spreken al lang geen lood meer; ze hebben zich ontwikkeld en nemen al veel ingewikkelde werkzaamheden voor hun rekening. En een warmtepomp is ook weer geen rakettechnologie. Het is te doen, maar installateurs moeten zich wel scholen en ontwikkelen. Dat is sowieso belangrijk: blijf je doen wat je altijd al doet, dan ben je morgen out of business. Dat geldt in deze tijd van veranderingen meer dan ooit. Wat ook geldt, is dat je met een innovatieve aanpak gouden tijden tegemoet gaat.

Bij het verduurzamen van een huis komt meer kijken dan alleen de installatie.
In het nieuwe klantgesprek van installateurs zal ook de staat van de isolatie van een huis aan de orde moeten komen. Met een beetje vakmanschap zie je in vijf minuten of je met een label B-woning van doen hebt of dat je richting de D, E of F gaat. In die laatste gevallen heeft ook een hybride systeem geen zin. Je hoeft je dan niet schuldig te voelen als je voor een hr-ketel kiest, en dat geldt over tientallen jaren ook nog. Maar als een woning wel goed is geïsoleerd, beroof je de klanten als je ze geen warmtepomp verkoopt. Dat betekent een denkomslag, zowel voor de klant als voor de monteur. Klanten moeten naar een warmtepomp vragen en een monteur moet ze bieden. Dat kost tijd, innovatie kost namelijk altijd tijd. Het technische deel gaat daarbij het snelst, de sociale of psychologische innovatie duurt veel langer.

In de vorige eeuw is de transitie van kolen naar gas succesvol verlopen. Schept dat hoop?
Met de overgang van kolen naar gas maakte Nederland rond 1960 een sprong in de eenentwintigste eeuw. Dat ging gepaard met een even grote sprong in welvaart. De jaarlijkse economische groei lag in die tijd rond de zes procent. Omgerekend naar de huidige waarde haalden we 80 miljard euro aan aardgasbaten per jaar binnen. Dat alles maakt de transitie naar gas eenvoudiger dan de huidige opgave. Aan de andere kant: we zijn inmiddels 50 jaar verder en kunnen nu meer.

Met de miljoen woningen die moeten worden verduurzaamd lijkt dat ook nodig.
Ik noem het ‘de grote verbouwing’, het gaat ten slotte om zeven miljoen woningen. Als je daarmee in 2050 klaar wilt zijn, komt dat neer op 1.000 woning per dag die moeten worden geïsoleerd en van duurzame verwarmingstechniek worden voorzien. Dat zijn er veel, maar we kunnen dit als Nederland prima aan. De opgave is namelijk niet uniek; 40 jaar geleden bouwden we 1.000 woningen per dag.

Hoe gaan we de transitie financieren?
De uitdaging is om de verbouwing in de energierekening onder te brengen. Op macroniveau geven we in Nederland tot 2050 een paar honderd miljard euro aan gas en elektriciteit uit. Een deel daarvan kun je gebruiken voor het besparen van energie. Dat klinkt mooi, maar voor veel huishoudens is dat een grote opgave. Veel mensen zijn van goede wil en weten via de media dat ze ooit op duurzame energie moeten overstappen. Maar om die stap werkelijk te zetten, is een ander verhaal. De offerte voor de noodzakelijke verbouwing valt vaak tegen. Daarbij komt dat de zolder uitgeruimd moet worden en de rekening van de vakantie nog niet is betaald. Veel mensen denken dan: ‘laat maar zitten’. Begrijpelijk, want zo zitten we nu eenmaal in elkaar. 90 procent van de Nederlanders vindt hun leven al complex genoeg zonder de klimaatpraatjes. Dat is geen probleem, maar we moeten er wel rekening mee houden.

U heeft vast een oplossing voor de financiering.
Als mensen de aanschafprijs van een warmtepomp en een verbouwing in één keer moeten ophoesten, zal er niet veel gebeuren. Er moeten financieringsmogelijkheden komen die deels gebaseerd zijn op de besparing op de gasrekening, of andere creatieve opties. Daarbij kan geleerd worden van autobedrijven die hier veel ervaring mee hebben. Ze hebben verkooptechnieken ontwikkeld waardoor een auto van pakweg 30.000 euro toch haalbaar wordt voor iemand met een middeninkomen. Daarbij wordt van alles uit de kast gehaald, zoals afbetalingsregelingen, aantrekkelijke kortingen of extra accessoires. Ik wacht op de ondernemer die de hele verduurzaming van een woning voor zijn of haar rekening neemt. Klanten betalen daarvoor met het maandbedrag dat ze anders aan hun energierekening kwijt waren. Met een korting, zodat de klanten erop vooruitgaan. Verder denk ik dat de marges omhoog moeten door de kosten te verlagen. Dat kan met technologie, automatisering en schaalvergroting.

Hybrides zijn volgens u een oplossing voor 3 tot 4 miljoen woningen. Wat zijn de oplossingen voor die andere 3 tot 4 miljoen Nederlandse woningen?
Alle nieuwbouw en bijna-nieuwbouw is sowieso geschikt voor warmtepompen, en daarbij is de optie hybride niet nodig. Verder verwacht ik dat een derde deel van de huizen en gebouwen binnen 10 á 15 jaar op duurzame warmtenetten kan worden aangesloten. Dat zijn moderne versies van stadsverwarming, met duurzame energie en bijvoorbeeld laagtemperatuurverwarming.

In een derde van de huizen en gebouwen komt dus geen warmtepomp?
Dat klopt. Warmtepompen hebben geen monopoliepositie in de verduurzaming van huizen. Voor woonwijken met identieke, slecht geïsoleerde woningen die dicht op elkaar staan – en dat zijn er heel veel in Nederland – is een collectief warmtenet de meest energiegunstige oplossing. Zo’n net, al dan niet geïnitieerd door bewoners zelf, kan gevoed worden met geothermie, restwarmte van industrie of een industriële warmtepomp. Die warmtepomp kan ergens in de wijk in een warmtepomphuisje worden geplaatst. Het is niet efficiënt om daar water tot 80 ˚C in op te warmen, maar dat is het nog wel tot 60 ˚C. Dat betekent dat de huizen goed geïsoleerd moeten worden. Anders krijg je ze niet warm bij min 10 ˚C en een stevige oostenwind. Het voordeel is dat woningen in wijken praktisch identiek zijn, Nederland kent grofweg 10 tot 12 soorten rijtjeswoningen. Verbouwing kun je dus gemakkelijk industrialiseren. De ondernemer die daarvoor concepten ontwikkelt, is spekkoper.

Hoe gaat het volgens u met de verduurzaming van de utiliteitsbouw?
Bij kantoorpanden is de verduurzaming al goed op weg. Je bent als ondernemer met een eigen kantoor een dief van je portemonnee als je niet voor een laag energielabel gaat. Ondernemers nemen ook rationelere beslissingen dan particulieren, waardoor de verduurzaming eerder als haalbare kaart wordt gezien. Andere sectoren, zoals horeca, zorg en onderwijs, zijn hardnekkiger. Dat geldt ook voor de overheid. Managers in deze sectoren hebben wat anders aan hun hoofd dan verduurzaming van energiegebruik. Ook daar moeten slimme ondernemers met concepten op inspelen. Managers kunnen zich daarbij op hun kerntaken blijven concentreren, terwijl hun pand toch wordt verduurzaamd.

Tot slot: heeft u zelf al een warmtepomp in huis?
Ik ben wat dat betreft een gewone Nederlander. In mijn huis hangt een hr-ketel en die houdt het nog wel vijf tot tien jaar vol. Ik hoop dat er dan een nieuwe briljante oplossing klaar ligt om mijn huis te verduurzamen. Of dat er een warmtenet ligt waarop ik mijn huis kan laten aansluiten.

> Leestips: 

– Ed Nijpels, voorzitter van het Klimaatberaad, was in september optimistisch over maatregelen in het voorstel voor een Klimaatakkoord: “Het Planbureau voor de Leefomgeving geeft aan dat met onze voorstellen de 49 procent CO₂-reductie haalbaar is.”

– In het ‘Voorstel voor hoofdlijnen van het Klimaatakkoord’ is opgenomen dat de ‘InvesteringsSubsidie Duurzame Energie’-regeling (ISDE) wordt verlengd. 

– In de provincies Utrecht en Zuid-Holland werd deze zomer voor het eerst bij een meerderheid van alle nieuwbouwprojecten geen aardgasaansluiting meer aangevraagd.

– In Soest zijn dit jaar zeventig gasloze en energieneutrale woningen gerealiseerd. Daarbij is geleerd van eerdere projecten; de toegepaste energiemodule is smaller en stiller. 

– Afgelopen maand zorgde de bekendmaking van nieuwe ‘definitieve’ conceptwaarden voor BENG in nieuwbouwwoningen bekend voor veel commotie.

Reageer op dit artikel