artikel

Warmtepompen in de buurlanden

Sector

Na enkele jaren van stagnatie is volgens de European Heat Pump Association (EHPA) trekt de Europese warmtepompenmarkt weer duidelijk aan. De actuele cijfers laten zien dat zo goed als alle gemeten 21 landen een duidelijke markttoename kennen, al verloopt die niet overal even snel of volgens het zelfde ritme.

Warmtepompen in de buurlanden

Tekst: Jeroen Sweijen

Het ecologische bewustzijn van de consument groeit. Dat is niet alleen in Nederland zo, het is een algemene West-Europese trend. En net als in Nederland hebben onze buurlanden duurzame energie hoog op de politieke agenda staan. Overheid en bedrijven geven steeds meer voorlichting, waardoor de consument steeds beter afgewogen keuzes kan maken. Natuurlijk zijn die niet alleen van idealistische of ecologische aard, de portemonnee blijft een grote, zo niet dominerende, rol spelen – bij aanleg en verbruik.

Overheden kunnen ecologische keuzes dus aan- of bijsturen door fiscale en economische maatregelen – daardoor verplicht door het Europese klimaat- en energiekader 2030. Dit kader verbindt de lidstaten om de uitstoot van broeikasgassen drastisch te lagen, met 40 procent ten opzichte van de cijfers van 1990. De bindende doelstellingen zijn per land verschillend, uit solidariteit met de armere lidstaten. In dit daglicht is de opmars van de warmtepomp een logisch gevolg.

Zo is in Duitsland het afgelopen jaar in de nieuwbouw het marktaandeel van de warmtepompen voor het eerst in de geschiedenis boven de gasinstallatie uitgekomen, met respectievelijk 43 procent en 42 procent van de markt. “De nieuwe CO2-wetten en de financiële steun van de overheid hebben zonder meer een zeer grote en positieve invloed op deze ontwikkeling”, duidt Martin Sabel van het Duitse Bundesverband Wärmepumpen. “Aannemers en stadsplanners beschouwen warmtepompen steeds vaker als standaard voor nieuwbouwwoningen.

De vraag groeit tevens door de toenemende verbeteringen op het gebied van efficiëntie en gebruiksvriendelijkheid, en er wordt ook meer aandacht besteed aan design. Wij verwachten dat het marktaandeel de komende jaren zal blijven stijgen, aangezien ook particulier gebruik van de warmtepomp kan bijdragen aan het behalen van de ambitieuze Duitse en Europese klimaatdoelstellingen.

Toename warmtepompen in België
Ook in België signaleren de vakorganisaties ATTB en WPAC een zichtbare toename van de markt. “In 2016 is in België de markt voor warmtepompen met 30 procent gestegen,” aldus een woordvoerder. Als reden voert men niet alleen de gunstige overheidsmaatregelen ter bevordering van hernieuwbare energiebronnen aan, maar ook een betere kennis van de consument: “Belgen zijn steeds beter geïnformeerd over wat een warmtepomp nu eigenlijk is, en wat zo’n installatie voor hen kan betekenen.” Bekend maakt bemind, en de overheid helpt een handje. De stijgende trend is in 2017 doorgezet, extra gestimuleerd door een ruime verdubbeling van de mogelijke maximale subsidies, die gestegen zijn tot 4.000 euro per installatie.

Frankrijk grootste afzetmarkt warmtepompen
Frankrijk is van oudsher een land van elektriciteit en ook van hout en stookolie, met name op het (afgelegen) platteland. De overheid zette jarenlang in op kernenergie, dat nog steeds voor 77 procent van de Franse elektriciteit zorgt (naast 12,5 procent waterkracht en 4,8 procent thermische centrales).

Grote delen van Frankrijk zijn niet aangesloten op een aardgasnet, dat vooral in steden, grotere semi-urbaine gemeenten of nieuwbouwwijken beschikbaar is. Volgens recente cijfers hadden in 2015 driekwart van de Franse gemeenten toegang tot een aardgasnetwerk, maar dat geldt zelden of nooit voor het uitgestrekte buitengebied. Daar ligt een grote potentiële markt voor warmtepompen open.

Als we naar de absolute aantallen kijken, dan blijft Frankrijk met afstand de grootste Europese afzetmarkt voor warmtepompen met als doel de verwarming van woningen, voor Zweden, Duitsland en Italië. De Franse markt kende in 2017 een omzet van 2,8 miljard euro en 226.000 geïnstalleerde pompen (voor verwarming) – en die markt zorgt voor minstens 20.000 banen. Er zit nog steeds groei in. De nieuwbouwmarkt trekt aan, en bij nieuwbouw ligt de keuze voor een warmtepomp steeds meer voor de hand, vooral lucht/lucht- of lucht/waterinstallaties; de duurdere bodembroninstallaties doen het een stuk slechter. Dat gedeelte van de Franse markt vraagt zich op dit moment zelfs af of de ondergrens van zijn bestaansrecht niet in zicht komt.

Franse platteland stookt fossiel
Bij renovatie gaat het vaak om het vervangen van verouderde, inefficiënte en weinig duurzame verwarming op basis van elektriciteit of stookolie, die lange tijd op het Franse platteland de enige bronnen van beschikbare energie waren. Als bij woningrenovatie de energiekwestie ter sprake komt, is de keuze voor een overstap al snel gemaakt: het rendement van een warmtepomp ligt stukken hoger dan elektrische radiatoren. De vervanging was de afgelopen jaren vooral interessant voor elektriciteit.

De lage prijzen van de stookolie maakten het voor die consumenten veel minder interessant om over te stappen op een andere energiebron. De grote drempel blijft immers de aanschaf- en aanlegkosten; zonder overheidssubsidie is dat voor veel consumenten een (te) grote kluif. Ook de Franse politiek heeft verduurzaming van energiebronnen hoog in het vaandel staan, en helpt dus de consument door belastingvoordeel aan te bieden, of een gesubsidieerde lage rente op leningen.

Toch blijft in Frankrijk de warmtepompenmarkt nog achter op de verschillende soorten houtkachels en haarden, al dan niet met houtpelletvoeding. De moderne generaties houtkachels geven een beter rendement dan elektrische radiatoren. Hout is in Frankrijk in grote mate beschikbaar en vaak niet duur. Daarnaast zijn de Fransen ook gevoelig voor het traditionele en authentieke aspect van hout. Wel wordt het vaak gebruikt in combinatie met een andere energiebron.

Hoe verder naar het zuiden, hoe interessanter de dubbele werking van de warmtepomp. De omschakeling tussen verwarming in de winter en airconditioning in de zomer biedt de consument in het warmere zuiden duidelijk extra comfort tegen een veel lagere prijs dan airconditioning op basis van elektriciteit. Dit fenomeen zien we ook in Spanje en Italië terug. Samen waren deze drie landen in 2015 goed voor bijna twee miljoen verkochte apparaten – door het grote aandeel aan airconditioning moeilijk te vergelijken met de andere Europese lidstaten.

Premies in Zweden

Zweden kende net als Frankrijk in de jaren 1970 en 1980 een stimulerend beleid voor directe elektrische verwarming, waarvan men vanaf 2000 compleet afgestapt is. Sinds het begin van deze eeuw bestaan er voor de Zweedse consument premies zodra hij zijn bestaande elektrische stralingsverwarming vervangt door een duurzamere oplossing. Tegenwoordig is in de Zweedse nieuwbouw de elektriciteit als direct warmtebron volslagen afwezig en grotendeels vervangen door warmtepompen. Volgens cijfers uit 2014 verwarmt in Zweden ongeveer de helft van de huishoudens hun woning met een warmtepomp.

Als we het aantal functionerende warmtepompen in Frankrijk en Zweden vergelijken, dan valt naast de hogere bezettingsgraad op dat in Zweden het aandeel geothermische installaties (33 procent) veel groter is dan in Frankrijk (3 procent). Dat cijfer wordt niet alleen beïnvloed door de airconditioning, want in Denemarken en Finland ligt het aandeel van geothermie tussen de 15 procent en 18 procent, net als in Nederland (cijfers van 2016).

Weer groei in Verenigd Koninkrijk
In het Verenigd Koninkrijk constateert consultancy- en onderzoeksvereniging BSRIA bij monde van senior marktanalist Socrates Christidis in 2017 opnieuw een stijging. Na enkele jaren van stagnatie groeide de markt vorig jaar met 18 procent. De stagnatie werd veroorzaakt door de lage olieprijzen, de lichte economische terugval en de onduidelijke plannen van de overheid op het gebied van energetisch beleid. Ook de onzekere BREXIT-situatie weerhield de Engelsen van investeringen.

De overheid zet nu duidelijk in op warmtepompen als middel om het verbruik van fossiele brandstoffen terug te dringen, maar Christidis is van mening dat met name de financiële overheidsmaatregelen niet doeltreffend genoeg zijn, en niet toegankelijk voor het minder welvarende gedeelte van de bevolking. “De overheidssubsidies van de Renewable Heat Incentive (RHI) worden pas na aanschaf uitbetaald, gespreid over enkele jaren. Daarbij komt ook nog dat zij alleen geldt als de installateur een MCS-keurmerk heeft, en de procedure om dat keurmerk te behalen is lastig en omslachtig. De regelingen moeten gebruikersvriendelijker worden, zowel voor de business als voor de consument.” Net als in België is de consument beter op de hoogte van de nieuwe technische mogelijkheden, dankzij televisiecampagnes en reclamespotjes.

Net als in Frankrijk zijn grote delen van het Engelse en Welshe platteland verstoken van een gasaansluiting. “Van de 3.600.000 woningen zonder gasaansluiting gebruikt twee derde elektriciteit als energiebron en een derde stookolie. Ook daar ligt voor de warmtepomp een grote markt open. Toch is een duidelijkere en makkelijkere overheidspolitiek is hard nodig, want voor het gros van de consumenten blijft de investering zonder subsidie een onoverkomelijke drempel,” aldus Christidis.

Groningse actualiteit
Het is voorlopig lastig om de Nederlandse markt te vergelijken met onze buurlanden. De grote beschikbaarheid van gas, de lage gasprijs, en de tot vorig jaar geldende aansluitverplichting bij nieuwbouw zorgden ervoor dat de meeste consumenten zich niet eens afvroegen of er wel een andere mogelijkheid was. De recente Groningse actualiteit heeft een flinke knauw toegebracht aan het Nederlandse aardgasparadijs. Tel daarbij op de klimaatdoelstellingen van de overheid (in 2050 moet Nederland CO2-neutraal zijn), de sinds drie jaar geldende Investeringssubsidie Duurzame Energie (ISDE) en de afschaffing van de aansluitverplichting, en het moge duidelijk zijn dat de markt sterk aan verandering onderhevig is. De vanzelfsprekendheid van gas neemt snel af.

Frank Agterberg, de nieuwe voorzitter van branchevereniging DHPA, ziet de toekomst rooskleurig in: “Voor nieuwe woningen vormen warmtepompen hét alternatief voor gas, veel meer dan bijvoorbeeld biomassaketels. Er zijn op dit moment ongeveer 150.000 werkende warmtepompen in Nederland, en de markt groeit gemiddeld met 50 procent per jaar. Op korte termijn verwacht ik een verdubbeling van de markt: in Nederland worden per jaar ongeveer 600.000 nieuwbouwwoningen gebouwd. Naar verwachting zullen er veel daarvan uitgerust worden met een warmtepomp. Reken daarbij de ambitie van onze regering om voor het einde van de regeerperiode 200.000 bestaande woningen duurzamer te maken, en je spreekt over een verviervoudiging van de markt.”

Kan de branche die sterke groei aan? Agterberg: “Ja, ik denk het wel. De productiecapaciteit van Nederlandse en buitenlandse bedrijven is groot genoeg om die groei op te vangen. De vraag is eerder of we genoeg gekwalificeerde installateurs hebben. Het vak verandert: de installateur wordt ook adviseur, en het aanleggen van een warmtepomp kost meer tijd dan die van een gestandaardiseerde CV-ketel.”

De branche denkt ook al na over een keurmerk: “We moeten waken voor wildgroei: de markt wordt wellicht zó gunstig dat iedereen – ook buitenlandse bedrijven – staat te springen om een graantje mee te pikken. Het is van uiterst belang dat in een groeiende markt het consumentenvertrouwen behouden blijft.”

Reageer op dit artikel