artikel

‘Bekwaamheid installateur moet beter zichtbaar worden’

Sector

De vraag naar warmtepompen stijgt hard, reden voor installateurs om hun diensten aan te bieden in deze relatief nieuwe markt. Maar hoe weet een consument of gebouwbeheerder dat zij met een capabele partij in zee gaan?

‘Bekwaamheid installateur moet beter zichtbaar worden’

Tekst: Martijn Louws

“Er worden in 2018 ergens tussen de dertigduizend en veertigduizend warmtepompen per jaar geïnstalleerd. Dat lijkt weinig in vergelijking met de vierhonderdduizend cv-ketels die nog altijd jaarlijks worden geplaatst”, zegt consultant Martin Horstink van Business Development Holland (BDH).

Toch veranderen de verhoudingen snel, ook omdat het kabinet wil dat we in 2050 allemaal van het aardgas af zijn. Het wil projectontwikkelaars, bouwbedrijven en woningcorporaties zelfs al per 1 juli 2018 een verbod opleggen op het bouwen van nieuwbouwwoningen met aardgas. “De warmtetransitie gaat snel, de vraag naar de warmtepomp en dus capabele installateurs groeit hard. Daarmee nemen ook de ervaringen toe”, zegt Horstink.

Hij wil er maar mee zeggen dat installateurs naar mate de tijd vordert meer en meer bedreven worden in de installatie van de warmtepomp. “Ook de installateurs die misschien nu nog minder ervaren zijn”, zegt Horstink. “Maar”, waarschuwt hij, “het plaatsen van een warmtepomp is echt wel iets anders dan dat van een cv-ketel. De installateur moet met veel meer zaken rekening houden, zoals elektrotechnische zaken, keuze van de warmtebron, geluid van het buitendeel als buitenlucht als warmtebron wordt gebruikt, juist afgiftesysteem, noem het allemaal maar op of het moet bij een warmtepompinstallatie allemaal goed worden afgestemd.”

Tijdinvestering in kennis is nodig
De traditionele e- en w-installateur behoort straks tot de verleden tijd, weet Gertjan Vons Specialist Energie & Duurzaamheid bij Nieman. “Duurzame oplossingen als een warmtepomp vragen kennis van elektrotechniek, het is niet alleen maar even meer een stekker in het stopcontact en hij werkt.” Vooral voor de lokale installateur kan de omslag nogal ingrijpend zijn, weet Vons. “Kijk, de grotere installateurs hebben de middelen en investeren veel in kennis van alternatieven warmtebronnen. Voor de kleinere installateurs is dit lastig. Die heeft het tegenwoordig ontzettend druk, bovendien is er een tekort aan technisch personeel. Tijd voor een uitgebreide cursus is er dan vaak niet.”

Daarbij voelt hij de druk. “De consument hoort en leest veel over het feit dat de Nederlandse huishoudens van het gas af moeten. Diezelfde consument klopt bij zijn installateur aan, die vervolgens de klus aanneemt en aan de slag gaat met de warmtepomp, terwijl hij niet altijd van de hoed en de rand weet. Er worden daardoor weleens verkeerde keuzes gemaakt.” Een tijdinvestering in kennis is daarom nodig, zegt Vons. “Er is een kennisgat, dat moet worden gedicht.”

Certificering
De vraag roept zich volgens Horstink van BDH dan ook op of er niet een certificering moet komen. “BOVAG is een keurmerk voor autobedrijven en is herkenbaar voor de consument. Zoiets zou ook goed kunnen voor de installatiebranche, al gaat het er dan wel om dat er goed toezicht op wordt gehouden.”

Bij de Dutch Heat Pump Association (DHPA), de brancheorganisatie voor fabrikanten en importeurs van warmtepompen in de woningbouw en utiliteit, vindt de opmerking van Horstink gehoor. “Wij zijn momenteel in gesprek met de verschillende stakeholders om te praten over een kwaliteitsregeling”, aldus voorzitter Frank Agterberg. Hij stelt op basis van onderzoek van de ook door hem geleide versnellingstafel duurzame warmte dat ongeveer tien procent van de installatiebranche actief is in duurzame technieken. Hieronder ook het bekwaam installeren van een warmtepomp. “De capaciteit van de branche moet fors omhoog, vanwege de toenemende vraag naar duurzame oplossingen.”

Ook Agterberg stelt dat het installeren van een warmtepomp andere capaciteiten vereist dan het plaatsen van een cv-ketel. “Een cv-ketel wordt geplaatst, aangezet en klaar is het. Een warmtepomp moet worden ingeregeld, en eventueel nog worden bijgestuurd.”

BRL 11000
Dat laatste geldt volgens vooral voor bodemgekoppelde warmtepompen, waarvoor een erkenningsplicht geldt. Dit heeft de branche samen met de overheid geïnitieerd om ‘wildgroei’ tegen te gaan en om ervoor te zorgen dat systemen efficiënt functioneren door goed ontwerp en onderhoud. Iedereen die bodem-energiesystemen ontwerpt, installeert of beheert moet in het bezit zijn van een BRL 6000-21-certificaat (bovengrondse deel) en een BRL 11000-certificaat (ondergrondse deel).

“Certificeringen is ook nodig voor installaties waarbij koudemiddelen worden toegepast. Maar voor installatie van een lucht-water warmtepomp is een dergelijke certificering er niet, en wij denken dat het goed is als er meer zichtbaarheid in bekwaamheid komt”, aldus Agterberg.

Toch zijn hier voor de DHPA wel voorwaarden aan verbonden. “Het moet geen bureaucratisch systeem worden, en de installateur niet op kosten jagen die zich niet vertalen in waardering in de markt.” Hoe en op welke termijn de certificering er moet komen, is niet duidelijk. Agterberg: “De gesprekken lopen.”

Zoeken naar informatie
Tot die tijd kunnen consumenten en gebouwbeheerders volgens hem terecht op diverse websites voor informatie, zoals die geregistreerd in QBIS en bij Uneto-VNI waar bedrijven die klimaatsystemen installeren en onderhouden en alles weten van duurzame energie, zoals warmtepompen, zijn verenigd.

“Een ander optie is fabrikanten en leveranciers te vragen om advies over de keuze voor een installateur. Dat gebeurt al veel”, zegt Vons van Nieman Raadgevende Ingenieurs. Ook volgens Horstink is dit een goede bron voor consumenten en gebouwbeheerders die willen verduurzamen. “Fabrikanten hebben vaak partnerships en weten daardoor heel goed welke installatiebedrijven er veel werken met hun producten en deze ook goed kunnen installeren.”

Agterberg vult aan: “Fabrikanten geven veel trainingen aan de sector, dat vergroot ook de kennis bij de installateurs.” Het is misschien ook wel de reden dat zowel Agterberg als Horstink weinig horen over calamiteiten. “Natuurlijk gaat er wel eens iets niet helemaal goed, maar dat geldt ook voor de installatie van een cv-ketel”, weet Horstink.

Klachtenstroom verkeerd geïnstalleerde warmtepompen
Ook volgens de brancheorganisatie voor luchtbehandeling en koudetechniek, de NVKL, is er geen sprake van een klachtenstroom over verkeerd geïnstalleerde warmtepompen. Een woordvoerder daar zegt dat de brancheorganisatie desondanks nadrukkelijk kijkt naar de ondersteuning van de markt van warmtepomp. “De groei is fors, daarin kijken wij waar wij de belangen van bedrijven in deze tak van sport in de professionele koudetechniek en klimaatbeheersing nog beter kunnen vertegenwoordigen.”

Of dat betekent dat ook zij werken aan certificering, wil hij niet zeggen. Ondertussen zien ook de marktpartijen dat enige duidelijkheid omtrent de installateur is gewenst. “Hoe zorg je er als opdrachtgever tot bouw, of als gebouw of huiseigenaar die wil verduurzamen voor dat je met het juiste installatiebureau in zee gaat? Dit is altijd een lastig punt. Ook bij de aanschaf van een cv-ketel weet je niet altijd of je met een kundig installateur te maken hebt. Behalve dat er momenteel nog geen officiële erkende warmtepomp installateur is zijn er verschillende platformen bezig om hieraan sturing te geven. Dus is het beste advies; vraag naar referenties, bekijk de website of bezoek een afgerond project”, aldus commercieel directeur Wilhard Oldengarm van Dutch Heatpump Solutions (DHS).

Volgens hem gaat het niet alleen om het kunnen installeren van een warmtepomp, maar vooral ook om het begrip van wat deze nieuwe vorm van verwarmen doet met comfort en rendement van de bewoner. “Hier wordt helaas niet genoeg aandacht aan besteed. De correcte manier van installatie is van evident belang.”

Oldengarm merkt op dat het ‘helaas ook wel eens mis gaat bij de installatie. “De reden? Nou, mede doordat er aanbieders zijn die via een webwinkel de warmtepomp slijten aan partijen die er geen kennis van hebben. Er zijn dan klachten over de werking of het rendement, maar de eerste reactie is vaak dat het aan de warmtepomp ligt. Dat is niet zo, want 99 van de 100 keer ligt het aan de (on)kunde van de maker of bedenker van de installatie.”

Lees ook:
Opleidingscentrum start ‘kennisoffensief’ over warmtepomp

Reageer op dit artikel