artikel

Hoe verduurzaam je de bestaande woningvoorraad?

Sector

Grootschalige renovatie van woningen met het doel deze (bijna) energieneutraal te maken, komt moeilijk van de grond. TNO onderzocht wat de oorzaken hiervan zijn en wat er nodig is om de impasse te doorbreken.

Hoe verduurzaam je de bestaande woningvoorraad?

Tekst: Kees van Deelen en Barend van Engelenburg van TNO

De nieuwe regering heeft ambitieuze doelen voor de terugdringing van CO2-emissies: 49 procent reductie in 2030. Woningen en andere gebouwen leveren een belangrijke bijdrage aan de uitstoot van CO2 (zo rond de veertig procent). De afgelopen tien à vijftien jaar is al veel bereikt bij de verbetering van de energie-efficiëntie van nieuwbouwwoningen. De Energieprestatiecoëfficiënt (EPC) is door de sterk aangescherpte regelgeving hiervan een belangrijke aanjager.

En dat gaat nog beter worden: realisatie van nieuwbouw ‘Nul-op-de-meter’-woningen wordt de laatste jaren, zeker ook financieel gezien, steeds aantrekkelijker en is daarmee de nieuwe wijze van bouwen aan het worden.

Renovatie
Dat klinkt allemaal goed, maar in 2050 zal nog steeds ongeveer zeventig procent van de huidige woningvoorraad in gebruik zijn. In Nederland (en elders in Europa) is de afgelopen twee jaar het besef flink toegenomen dat diepgaande renovatie van de bestaande woningvoorraad noodzakelijk is. Dit geldt zowel bij lokale en regionale overheden, vanuit hun taak een duurzame leefomgeving te realiseren, als bij woningcorporaties en andere vastgoedeigenaren om de kwaliteit en waarde van hun vastgoed te verhogen.

Voor de bouwsector biedt diepgaande renovatie, gezien de grote schaal waarop die zal moeten plaatsvinden, interessante marktkansen. Desalniettemin blijkt het heel lastig te zijn om deze ambities om te zetten in daden.
Uit recent onderzoek moeten wij zelfs concluderen dat een grootschalige aanpak binnen de huidige rolverdelingen van marktpartijen en overheid onuitvoerbaar is. We leggen hieronder uit hoe dat zit. En we geven ook aan hoe we hieruit kunnen ontsnappen.

Belemmeringen opschaling
Waarom is een andere aanpak nodig? TNO onderzocht wat de belemmeringen en de mogelijke aanjagers zijn voor de opschaling van diepgaande renovatie. Een belangrijke belemmerende factor is het hoge kostenniveau van diepgaande renovatie, ook vanwege de kleine schaal waarop deze plaatsvindt. Dit verhindert technische innovatie en industrialisatie van het bouwproces.

Daarnaast zijn er belemmeringen van organisatorische, sociale en juridische aard, waaronder:
– inadequate wet-/en regelgeving op Europees, nationaal en lokaal niveau (bijvoorbeeld geen/onvoldoende eisen aan EPC na renovatie; aansluitplicht op aardgas);
– organisatie en cultuur van de bouwsector (gefragmenteerd, sterke oriëntatie op eenmalige projecten, risico-aversie);
– rigide aanbestedingsprocedures, vaak gebaseerd op een gedetailleerd Programma van Eisen, waardoor aanbiedende partijen onvoldoende worden uitgedaagd tot het inbrengen van innovatieve, prestatie-gerelateerde oplossingen;
– corporaties en andere bezitters van woningen ondervinden dikwijls weerstand bij bewoners bij de plannen diepgaand te renoveren.

Het wegnemen van elk van bovenstaande barrières is al een uitdaging op zich. Daarnaast is voor een opschaling van diepgaande renovatie een wezenlijk andere insteek nodig dan die tot nu toe meestal gehanteerd wordt en die zich beperkt tot renovatie van woningen. Een dergelijke aanpak heeft met de huidige financieringsconstructies zelden of nooit een gezond verdienmodel. Dat komt omdat de baten (lagere energiekosten en mogelijk ook lagere onderhoudskosten) niet opwegen tegen de kosten.

Wijkgerichte aanpak
In onze ogen heeft diepgaande, en dus kostbare renovatie van woningen alleen echt kans van slagen indien deze ingebed is in een transitieopgave richting toekomstbestendige buurt of wijk. Renovatie wordt dan onderdeel van een maatschappelijke opgave om, samen met alle betrokkenen, op wijkniveau de gewenste toekomstwaarde van de gebouwde omgeving te definiëren en uit te voeren.

Een dergelijke aanpak op grotere schaal maakt het mogelijk om meer waarde te creëren dan gerealiseerd kan worden door alleen woningen aan te pakken. Denk hierbij aan een infrastructuur die optimaal gebruik maakt van de lokale mogelijkheden voor opwekking, uitwisseling en opslag van warmte en elektriciteit. Of aan een betere kwaliteit van de leefomgeving, bijvoorbeeld door ‘groenblauwe dooradering’ van de wijk, resulterend in een hogere vastgoedwaarde en een beter vestigingsklimaat.

Dit betekent uiteraard dat meer partijen dan alleen de bezitters van de woningvoorraad betrokken moeten worden bij deze andere manier van renovatie. De wijkgerichte aanpak leidt tot gemeenschappelijke en breed gedragen oplossingen, zicht op een ‘eerlijke’ verdeling van lasten en baten en biedt daarmee meer mogelijkheden voor co-investering door meerdere partijen. De aanpak op wijkniveau is op het eerste gezicht een extra complicerende factor. Voor de opschaling van diepgaande renovatie is dit evenwel een kansrijke en noodzakelijke stap.

Bovendien gaat een dergelijke aanpak ‘op schaal’ helpen om de hiervoor genoemde belemmerende factoren weg te nemen. En omdat het een nieuwe aanpak is zullen we het moeten leren: te beginnen bij een vijf- tot tiental wijken in Nederland die als ‘pilots’ dienen. Met als voor de hand liggende kandidaten wijken in de 31 gemeenten die deelnemen in de Green Deal Aardgasvrije Wijken.

Door slimme monitoring en evaluatie van de pilots wordt de basis gelegd voor een duurzame wijze van schaalvergroting. Voor de hele bouwsector, van projectontwikkelaars tot bouwbedrijven en van toeleverende industrie tot installatiebedrijven, is hierin een belangrijke rol weggelegd waarbij co-creatie, creativiteit en innovatie sleutelwoorden zijn.

Reageer op dit artikel