nieuws

‘Niet meer praten over terugverdientijd’

Opinie

Als leveranciers en installateurs richting eindgebruikers een warmtepomp aanprijzen, wordt vaak gesproken over terugverdientijd. Maar waarom eigenlijk? Bij consumenten is de terugverdientijd namelijk nooit een overweging bij grote aankopen, stelt Rimme van der Ree in deze gastcolumn.

‘Niet meer praten over terugverdientijd’

Neem een nieuwe keuken. Bedragen die daarvoor worden betaald, gaan al snel richting de 20.000 euro. Of een auto, waarbij we graag overstappen op duurdere modellen die aanzienlijk meer brandstof verbruiken en duurder in wegenbelasting en verzekering zijn. Krijgt u daarbij ooit de vraag: wat is de terugverdientijd?

Maar als we om de planeet te sparen overstappen op een energiezuinige warmtepomp, is in één keer de terugverdientijd belangrijk. Warmte en warm tapwater zijn elementair in onze levensbehoefte, we kunnen niet zonder en het is niet vreemd dat daar geld voor wordt betaald. Tijdens discussies hoor ik vaak het argument dat keukens en auto’s luxeproducten of imagoproducten zijn waarbij het goede gevoel een belangrijk motief is om tot aankoop over te gaan. Dat zou anders zijn bij een warmtepomp. Het is geen sexy product en spreekt niet tot de verbeelding. We vinden warmte en warm douchewater de gewoonste zaak, en het lijkt dan ineens raar dat daar geld voor moet worden neergeteld.

Verantwoordelijkheid voor de toekomst

Toch zou dat goede gevoel juist voor een warmtepomp moeten gelden. Doordat je hiermee duurzame energie gebruikt en de CO2-uitstoot vermindert, neem je je verantwoordelijkheid voor de toekomst van je kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen. Je zou je achteraf toch kapot schamen als je niet hebt bijgedragen aan een leefbare wereld voor hen, maar wel geld over had om in een grote auto rond te rijden? En andersom: als het lukt om de opwarming van de aarde binnen de perken te houden, dan zou dat toch een veel beter gevoel geven dan het plezier van een luxe auto of het dure natuurstenen aanrecht in de nieuwe keuken?

“Ja, maar wat heeft het voor zin om in verduurzaming te investeren als andere landen niets doen om de CO2-uitstoot te verminderen?” Dat is een vraag die ik vervolgens vaak te horen krijg. Oftewel: als een ander niets doet, dan doe ik het ook niet. Mensen verschuilen zich achter dit soort excuus-argumenten. Je kunt ook uitgaan van ‘verbeter de wereld en begin bij jezelf’, dat vind ik een veel beter argument. En dan mag je ook legitiem iets van een ander zeggen.

Door te wijzen naar andere landen steek je sowieso je kop in het zand. Als Nederlanders zijn wij binnen Europa een van de koplopers in CO2-uitstoot. Per hoofd van de bevolking stoten armere landen als Malta en Roemenië aanzienlijk minder CO2 uit. De mensen wonen er kleiner, hebben doorgaans geen tweede auto en gaan niet op een milieubelastende vliegvakantie. In Nederland zijn we over het algemeen financieel beter af. We geven graag veel geld uit aan CO2-uitstotende spullen of vakanties. Maar gaat het om de verlaging van CO2-uitstoot, dan zijn we ineens niet thuis en moeten we zo nodig de investering terugverdienen. We zouden ons meer verantwoordelijk moeten voelen en bereid moeten zijn om voor duurzaamheid te betalen.

 

Rimme van der Ree
Directeur van Klimaatexpert.com

Reageer op dit artikel