nieuws

Viborg uitgeroepen tot ‘Europese Warmtepompstad 2014’

Geen categorie

Viborg uitgeroepen tot ‘Europese Warmtepompstad 2014’

Tijdens een netwerkevenement voorafgaand aan het jaarlijkse warmtepompcongres van de EHPA is de ‘Europese Warmtepompstad 2014’-award uitgereikt aan de  Deense stad Viborg. Met hun ‘Joint Heating Plant’-energiecentrale wisten de Denen de drie andere genomineerden te verslaan.

De Warmtepompstad-award van EHPA werd dit jaar voor de vierde keer uitgereikt. De Nederlandse gemeente Hendrik-Ido-Ambacht was ook genomineerd. Eerdere winnaars waren Bornholm (Denemarken, 2011), Etten-Leur (Nederland, 2012) en Amstetten (Oostenrijk, 2013). De energiecentrale waarmee Viborg heeft gewonnen, staat in Bjerringbro, een plaatsje dat in 2007 door Viborg werd ingelijfd. Het gaat om een van de grootste warmtenetcentrales van Europa, en bovendien is het een van de weinige Europese locaties in zijn soort waarbij wordt samengewerkt tussen een private partij (pompenfabrikant Grundfos) en de exploitant van een warmtenetwerk.

De fabriek van Grundfos heeft een machinepark met een aanzienlijke koelvraag. Daarvoor worden koelcompressoren en warmtepompen ingezet; de restwarmte van de condensors van deze installaties wordt afgegeven aan de energiecentrale van het warmtenetwerk. De warmtepompen koelen het proceswater in de fabriek terug van 18 naar 12 of 6 graden Celsius; de warmte die vanuit dit proces aan de belendende energiecentrale wordt geleverd heeft een temperatuur van respectievelijk 67 of 46 graden Celsius. Om dit te bewerkstelligen, gebruiken de geïnstalleerde warmtepompen jaarlijks 2.900 MHh elektrische energie. Daarmee leveren ze 10.500 MWh aan koeling en 13.400 MWh aan warmte. Dit leidt tot COP’s van 3,6 (koeling) en 4,6 (verwarming).

Grundfos en Bjerringbro Varmeværk (exploitant van het warmtenetwerk) hebben 2,3 miljoen euro in dit project geïnvesteerd en daarbij afgesproken zowel de kosten als de baten ervan te delen. Jaarlijks wordt met het project een besparing in CO2-uitstoot gerealiseerd van 3.000 ton.

Reageer op dit artikel