nieuws

Samenwerkingskansen bodemenergie en water

Geen categorie

Bodemenergie benutten in Nederland betekent op dit moment vooral gebruik maken van Warmte-Koude opslag (WKO). Maar geothermische energie begint op te komen. Bodemenergie, in de vorm van zowel open systemen (WKO) als gesloten systemen, bestaat weliswaar als techniek al lang, maar is zeker nog niet doorontwikkeld. Pas nu dit op grotere schaal wordt toegepast wordt duidelijk dat nog veel verbetering mogelijk is. Er valt bijvoorbeeld nog wat te leren over het gedrag van verwarmd of gekoeld water in de bodem. Ook over de effecten op microbiologie of in oplossing raken van stoffen moet de kennis nog verder worden opgebouwd. Kortom, bodemenergie en vooral WKO raken het (grond)waterbeheer volop.

Daarom organiseerden BodemenergieNL en Vewin op 13 december 2012 een themabijeenkomst over dit onderwerp. Om te beginnen maakten Teun Bokhoven, voorzitter van de Duurzame Energie Koepel en later ook Marc Koenders van IF-technology duidelijk dat het gebruik van bodemenergie nog een grote vlucht gaat nemen. Het is nu de derde duurzame energiebron van Nederland (ver na biomassa en wind). Het groeipotentieel is heel groot en ook nodig om de kabinetsdoelstelling van 16% duurzame energie in 2020 mogelijk te maken. Bij presentaties van Brabant Water en Waternet werd trouwens duidelijk dat ook de watersector zelf met de potenties van WKO aan de slag is gegaan.
Toch werd het nog spannend, om met de woorden van Rob Eijsink van Vewin te spreken. Hij legde uit waarom de drinkwaterbedrijven “nee, tenzij” zeggen, waar het gaat om WKO in drinkwaterbeschermingsgebieden. Het goede nieuws voor de bodemenergie in Nederland is dan weer, dat we dan maar praten over 4% van het Nederlandse oppervlak. Bovendien worden WKO’s toegepast in de bebouwde omgeving en dat is niet de plek waar we veel drinkwaterwinningen aantreffen.

Discussie

In de discussie werden vraagtekens geplaatst bij de veelbelovendheid van WKO-techniek. Maar ook de verwachtingen over prestaties van duurzamere energietechnieken zijn soms te hoog gespannen (zo blijven bijvoorbeeld prestaties van HR-ketels in de praktijk achter bij de verwachtingen). Duidelijk is in ieder geval dat er nog heel veel doorontwikkeling nodig en mogelijk is. Uit de discussie werd ook duidelijk dat de watersector veel kennis in huis heeft over grondwatergedrag die ingezet kan worden om WKO’s beter te laten functioneren. Zo legde dagvoorzitter Theo Olsthoorn van Waternet/TU-Delft, uit dat dichtheidsverschillen in het zoute grondwater grote invloed uitoefenen op de prestaties van WKO. In de loop van 2013 zal de AMvB Bodemenergie in werking treden. Hierdoor zal onder andere de regulering verbeteren en ontstaat er wat meer ruimte om WKO toe te passen. Het zal wel nog even duren voordat duidelijk is of hiermee de ontwikkeling van WKO voldoende in goede banen is geleid.
Het was een bijeenkomst waar twee werelden elkaar ontmoetten: bodemenergie en water. Nadat de posities waren bepaald kon de toenadering beginnen. Het is wel duidelijk dat bundeling van de kennis een goede stap vooruit zal opleveren. Het kan bovendien een goede basis zijn voor het genereren van nieuwe onderzoeksmiddelen op nationaal en Europees niveau. Maar er is ook behoefte aan meer praktijkonderzoek en nieuwe projecten die daarvoor geschikt zijn. Nederland kan met bodemenergie tenslotte een kennisvoorsprong opbouwen en daarom past dit werkveld ook in het TOP-sectoren beleid.

Reageer op dit artikel