nieuws

Innovatie mag van aannemers best wat kosten

Geen categorie

Beslissers in de bouwketen zijn bereid extra te betalen voor een innovatie als het de juiste voordelen biedt. Dit blijkt uit het hoofdstuk ‘Prijs’ van het BouwKennis Jaarrapport 2010/2011.

Een innovatief product mag volgens gemiddeld 46% van de bedrijven duurder zijn als het verbeteringen bevat op het gebied van energiebesparing. Bij de duurzaamheid van materialen is dit 42%. Ook gemak voor de eindgebruiker wordt veel
In het BouwKennis Jaarrapport 2010/2011 is dit jaar uitgebreid aandacht besteed aan de introductie van nieuwe producten binnen de bouwketen. Hierbij is er onder andere aandacht besteed aan de mate waarin de sector vindt dat het huidige assortiment ruwbouw-, afbouw- en installatieproducten aansluit op de marktvraag. In het hoofdstuk ‘Prijs’ is hierbij specifiek gekeken naar de prijsstelling bij de introductie van nieuwe producten. Hebben bouwende partijen meer vertrouwen in producten die duurder zijn dan gemiddeld? Welke rol speelt merkbekendheid? Is een dure introductie juist reden om een product niet uit te proberen? Deze vragen zijn gesteld aan architecten, hoofdaannemers B&U, installateurs en onderaannemers.

Geconcludeerd kan worden dat een te hoge prijs bij een introductie van nieuwe producten over het algemeen geen voorkeur geniet. Het percentage bouwende partijen dat meer vertrouwen heeft in producten die duurder zijn is relatief laag. Voor bijna eenderde van de bouwende partijen is een hogere prijs van nieuwe producten de belangrijkste reden om ze niet uit te proberen. Energiebesparing en duurzaamheid troef Voor welk soort innovaties zijn ze dan wel bereid extra te betalen? Een innovatief product mag volgens gemiddeld 46% van de bedrijven duurder zijn als verbeteringen gericht zijn op energiebesparing. Bij de duurzaamheid van materialen is dit 42%. Vooral voor architecten en installateurs speelt energiebesparing en duurzaamheid een belangrijke rol in het keuzeproces.

Ook gemak voor de eindgebruiker is voor veel bedrijven een aspect waar ze extra voor willen betalen (gemiddeld 38%). Voor onderaannemers is dit zelfs het meest genoemde element. Een snellere bouw is vooral voor hoofdaannemers B&U van belang. Van hen is 47% bereid hier extra voor te betalen. Uiteraard zijn de esthetische mogelijkheden en een onderscheidende vormgeving vooral voor architecten belangrijk. Opvallend is dat respectievelijk 23% en 21% van de architecten ook prefab en systeembouw noemt als verbeteringen waarvoor ze meer willen betalen.

Gemiddeld geeft slechts 10% van de bedrijven aan dat een nieuw product nooit duurder mag zijn, ook niet als het verbeteringen op bepaalde gebieden oplevert. Bij onderaannemers ligt dit percentage met 15% het hoogst. Deze percentages liggen veel lager dan het aandeel dat eerder in het onderzoek aangeeft een duurder product niet uit te proberen. Hieruit kan worden opgemaakt dat beslissers in de bouwsector toch bereid extra voor een product te betalen, als het maar de juiste voordelen biedt.

Hierbij moet wel worden opgemerkt dat de prijselasticiteit van de vraag hoog is in de bouwsector. Als het prijsverschil met bestaande producten groter is, zullen snel minder bedrijven bereid zijn het product te gebruiken. Dit geldt zeker zolang de crisis in de sector nog voorduurt en de focus op de laagste prijs groot is. Voor toeleveranciers in de bouwsector betekent dit enerzijds dat ze heel kritisch moeten zijn in de prijsstelling van een nieuw product. Anderzijds moeten ze hun afnemers blijven informeren over toegevoegde waarde van hun producten, merken en innovaties.

Reageer op dit artikel