congres

Geen categorie

Terugblik Nederlands Congres Warmtepompen: ‘Kansen liggen voor het oprapen’

Dagvoorzitter Claudia Reiner, vicevoorzitter van Uneto-VNI en directeur van installatiebedrijf Caris & Reiner, trapte het congres bij Hotel van der Valk in Veenendaal af. Ze ging daarbij in op het regeerakkoord van de nieuwe coalitie. “Dit is het groenste akkoord ooit, en dat is hoopvol voor de industrie.” In het akkoord staan onder meer plannen […]

Dagvoorzitter Claudia Reiner, vicevoorzitter van Uneto-VNI en directeur van installatiebedrijf Caris & Reiner, trapte het congres bij Hotel van der Valk in Veenendaal af. Ze ging daarbij in op het regeerakkoord van de nieuwe coalitie. “Dit is het groenste akkoord ooit, en dat is hoopvol voor de industrie.” In het akkoord staan onder meer plannen voor de realisatie van duizenden gasloze woningen per jaar, waarbij warmtepompen ongetwijfeld een belangrijke rol gaan spelen. Reiner liep ook vooruit op de komende gemeenteraadsverkiezingen. Daarbij zal duurzaamheid een belangrijke rol spelen: “Je ziet dat het thema ‘van gas los’ wordt omarmd. Dat betekent dat de industrie meters kan maken. De vraag is of de sector er al klaar voor is, en daar gaan we tijdens dit congres antwoorden op krijgen.”

Claudia Reiner

Dagvoorzitter Claudia Reiner leidde het congres in goede banen.

Reiner wees tot slot op het jaar 2050, als stip op de horizon. “Dan moeten alle gebouwen energieneutraal zijn. De regering werkt er in tussenstappen naartoe, met het aanscherpen van wettelijke kaders. In 2023 is er een Label C-verplichting voor utiliteitsbouw, in 2030 zal waarschijnlijk een Label A-verplichting volgen en daarnaast wordt BENG versneld geïntroduceerd. Het zijn maatregelen die de sector in gang brengen.” Net als tijdens het vorige congres constateerde Reiner dat alle lichten op groen staan voor warmtepompen, maar ze voegde eraan toe dat de sector wel de juiste dingen moet doen om dit tot een succes te maken.

‘Enorm potentieel’
Frank Agterberg, per 1 januari 2018 voorzitter van de Dutch Heat Pump Association (DHPA), betrad als eerste spreker na Reiner het podium. In zijn nieuwe rol als DHPA-voorzitter moet hij iedereen overtuigen van het nut van de warmtepomp. “Maar”, zo merkte hij terecht op, “Voor een zaal vol professionals is dat niet nodig. Iedereen hier is al enthousiast.” Agterberg constateerde dat de discussie over warmtepompen zich vaak op technisch gebied afspeelt. “Maar dat is niet voldoende om ze in gebouwen terecht te laten komen”, waarschuwde hij. Met 7,5 miljoen woningen en 600 miljoen vierkante meter aan utiliteitsoppervlakte die in Nederland verduurzaamd moeten worden, waarvan het overgrote deel met een warmtepomp, is het potentieel enorm. Volgens de nieuwe DHPA-voorzitter zijn er nog wel belangrijke obstakels voor een grote uitrol: “Dat zijn de bestaande infrastructuur en de gevestigde orde. Er zijn ook verliezers van de energietransitie, en die gaan tegengas geven. Dat gaat schuren, vooral als de groei hard gaat.” Agterberg wees tijdens zijn presentatie op een brief van het ministerie van BZK aan De Tweede Kamer, met het advies om de bepalingsmethode voor de energieprestatie niet te veranderen. “En dat terwijl er juist allerlei verbeteringen in die methode moeten komen om duurzame technieken beter te kunnen beoordelen. Dat moeten we echt doorzetten.” Agterberg wil zijn ogen echter niet sluiten voor tegenbewegingen: “Ook die moeten een plek krijgen in de discussie.”

Marktontwikkelingen
Om de klimaatdoelstellingen te halen, moeten volgens Agterberg jaarlijks zo’n 400.000 warmtepompen worden geïnstalleerd. Rapportages over het aantal warmtepompen dat in Nederland in gebruik is, lopen erg uiteen. Volgens Europese statistieken gaat het om 91.000 installaties, terwijl het CBS uitkomt op 360.000. Volgens Agterberg komt dit doordat er verschillende definities van warmtepompen worden gehanteerd. Dat de benodigde groeicijfers nog niet worden gehaald, is volgens hem een gevolg van het feit dat warmtepompen nog altijd ‘nieuwe techniek’ zijn. De marktontwikkelingen volgen de normale wetmatigheden die daarbij horen. Nieuwe technologie moet zich eerst in markt vechten, en als dat eenmaal is gebeurd, gaat de uitrol steeds sneller. In die overgangsfase zijn we volgens Agterberg nu beland, wat zichtbaar is aan de groeipercentages van tussen de 30 en 100 procent per jaar, afhankelijk van het type warmtepomp. Volgens Agterberg is slechts zo’n 10 procent van de installatiebedrijven in staat om een warmtepomp te plaatsen. Dat percentage moet omhoog, wat mogelijk is door omscholing. “Ook de rol van installateurs verandert. Een warmtepomp installeren is wat anders dan een CV-ketel ophangen. Installateurs zullen meer adviseur moeten worden, en daar moeten ze hun business case op aanpassen.”

“Ook de rol van installateurs verandert. Een warmtepomp installeren is wat anders dan een CV-ketel ophangen”

Volledig van het gas af
Volgens de volgende spreker, Ronald Schilt, directeur van adviesbureau Merosch, is het bij verduurzaming belangrijk om ‘echt volledig’ van het gas af te stappen. “Ook groen gas is niet helemaal veilig in gebruik. Gas veroorzaakt ieder jaar zo’n honderd ongevallen, in vijf gevallen met dodelijke afloop. En dat is helemaal niet nodig.” De realisatie van een nieuwbouwwoning zonder gasaansluiting is volgens Schilt een makkie: “Dat levert maar een paar duizend euro aan meerkosten. Bij bestaande bouw is het een lastiger verhaal. Daarover wordt vaak nogal infantiel gedacht dat ‘we dat wel even gaan doen’”.

Congres

Het Nederlands Warmtepomp Congres was dit jaar volledig ‘uitverkocht’.

Met zijn mening over gas maakt duidelijk Schilt meteen ook duidelijk dat hij niet in een hybride oplossing als eindstation gelooft. “Ik geloof wel in warmtenetten met een duurzame bron, maar de rol daarvan is beperkt vanwege de snelheid die nodig is in de energietransitie. Het kost jaren om dergelijke grote projecten van de grond te krijgen, die tijd hebben we niet.” All-electric is voor Schilt de enige route. “Sommige critici stellen dat straks alle stoppen eruit springen, maar dat gaat niet gebeuren. De warmtepomp zorgt voor veel minder piekbelasting dan mensen denken. Piekbelasting wordt veel meer veroorzaakt door elektrisch koken aan de vraagkant, en door op het net aangesloten zonnepanelen aan de aanbodzijde. Alleen tijdens de kerst, als veel warmtepompen op vol vermogen draaien, kan een opwekkingsprobleem ontstaan. Dat kan ook gebeuren als het op andere momenten 10 graden vriest, maar die situatie komt zo goed als nooit meer voor.”

Storend geluid
Qua type warmtepomp geeft Schilt aan geen fan te zijn van lucht als bron. “Lucht-warmtepompen zijn overal eenvoudig toepasbaar, maar de buitenunits maken veel geluid. Daar storen mensen zich aan. Vooral in de ontdooistand maken ze veel herrie, maar dat vind je niet in de specificaties terug.” Ook de esthetische inpassing is volgens Schilt een aandachtspunt: “Ik ben nog geen warmtepomp tegengekomen waar een vrouw verliefd op wordt.” Zelf is Schilt ‘verliefd’ op bodemsystemen. “Maar we moeten er geen glycol in gebruiken. Alleen met water werkt het prima en het is beter voor het milieu.” Schilt wijst op de naar zijn mening overtrokken regels voor bodemenergie. “Die zorgen voor onnodige kosten en vormen een belemmering.” Tijdens zijn presentatie concludeerde Schilt tot slot nog dat er ook andere valkuilen zijn met betrekking tot warmtepompen. Hij noemde niet alleen het gebrek aan kennis in de sector, maar ook de betrokkenheid van leveranciers. “Hier is de doos en zoek het verder zelf maar uit, dat lijkt de werkwijze van veel bedrijven”.

Hybride warmtepompen
De opmerkingen van Schilt over hybride warmtepompen wekten discussie op. Uit de zaal kwam de opmerking dat er niet veel gaat gebeuren als alle huizen in een keer van het gas moeten. De overstap naar all-electric zou geleidelijk moeten verlopen. Ook de spreker na Schilt is die mening toegedaan. Simon Tuitel, warmtepompexpert bij Vaillant, gaf een presentatie over de hybride systemen van zijn bedrijf. Berekeningen moeten uitwijzen of hybride systemen uiteindelijk de beste oplossing zijn.

hybride

Discussie met de zaal, over hybride warmtepompen.

Bij een hybride installatie zorgt de warmtepomp voor verwarming (dit dekt 70 tot 80 procent van de warmtevraag af), en de gasketel voor warmwater en voor het afvangen van warmtevraagpieken. Tuitel: “Vooral regeltechniek is belangrijk om deze systemen zo energiezuinig mogelijk te laten draaien. Dat kan een besparing opleveren van 35 procent.” Voordelen van hybride systemen zijn de lagere totale installatiekosten doordat bestaande radiatoren kunnen blijven hangen (de terugverdientijd van een hybride installatie bedraagt volgens Tuitel vijf jaar), en een lagere belasting van het elektriciteitsnet. “Dat maakt de hybride warmtepomp een goede tussenoplossing. Uiteindelijk is all-electric op de lange termijn wel voordeliger.” Uit de zaal kwam als reactie dat er te veel naar kosten en terugverdientijden wordt gekeken: “Het doel moet meer zijn om van het gas af te gaan en de mensen in Groningen te helpen.”

Duurzame projecten
Op het congres werd niet alleen aandacht aan systemen gegeven, maar werd ook veelvuldig ingegaan op voorbeeldprojecten. Zo gaf William van Driel van OSH een presentatie over de Clarissenhof. In deze Tilburgse wijk wordt een project met appartementengebouwen gerealiseerd die niet alleen zijn aangesloten op een wko, maar ook onderling zijn gekoppeld via een ringleiding. Die is in alle zes de complexen aangesloten op een ONE, een modulaire plug& play-warmtepompinstallatie van OSH die ervoor zorgt dat de gebouwen restwarmte- en koeling kunnen uitwisselen om te hergebruiken. Vanwege de kosten is daarbij niet voor een vier- maar voor een driepijpsysteem gekozen, met één retourleiding voor zowel warmte als koude. Daarnaast is een buffervat in de installatie opgenomen om het systeem ‘rustiger’ te laten draaien. Het hele systeem kan op afstand worden gemonitord, wat volgens Van Driel van wezenlijk belang is om optimale efficiëntie te bereiken. Het wordt daarbij op twee manieren aangestuurd: enerzijds weersafhankelijk en anderzijds op basis van de som van de energievraag in de gebouwen. “We hebben daarvoor gekozen om energievernietiging te voorkomen”, aldus Van Driel.

Focus op comfort
Een ander praktijkvoorbeeld dat werd behandeld is gerealiseerd in Harlingen. Niels Mensonides, engineer bij familiebedrijf Mensonides Installatie, was naar het congres gekomen om er uitleg over te geven. Zijn bedrijf heeft er onlangs de eerste fase van nieuwbouwproject ’t Havenhus opgeleverd. In dit project zijn twaalf appartementen en twee penthouses voor zestigplussers gerealiseerd, die ieder worden voorzien van een individuele, frequentiegeregelde brine/water-warmtepomp. De volgende stap in het project is fase 2, waarin nog eens 14 appartementen worden gerealiseerd. In fase 1 zouden aanvankelijk gasketels worden geplaatst, maar in overleg met de eigenaren van de verkochte appartementen zijn dat warmtepompen geworden. Hierdoor steeg de koopsom met 10.000 euro. “Met de bewoners hebben we niet gekeken naar terugverdientijden, maar puur naar comfort. Dat sprak aan”, aldus Mensonides. “Ook voor zestigplussers blijkt duurzaamheid belangrijk te zijn, onder meer vanwege de toekomst van hun kleinkinderen.” Aan het einde van zijn presentatie gaf Mensonides nog een aantal tips voor de succesvolle realisatie van projecten. “Betrek de installateur bij het ontwerp en zorg voor samenwerking met andere betrokken partijen, zoals de architect, het bouwbedrijf en de adviseur. En praat niet te veel over terugverdientijden, maar vooral over bewonerscomfort en toekomstgericht bouwen.”

Oplossingen voor hoogbouw
Coos Schouten van installatiebedrijf Schouten Techniek ging in op warmtepomp-oplossingen voor hoogbouw. Daarbij besprak hij verschillende opties, van een 2-pijps tot een 5,5-pijpssysteem. Hoe meer pijpen, hoe minder energie er nodig is, maar de investeringskosten nemen wel toe. Het in één pijp combineren van de retouren reduceert die investeringskosten dus, maar het zorgt ook voor energievernietiging.

Jan Willem van de Groep

Jan Willem van de Groep in gesprek over de industriële renovatie-aanpak van bestaande wijken.

Jan Willem van de Groep sprak over de renovatie van complete wijken. Hij is oprichter van ARXlabs en Factory Zero, en betrokken bij Energiesprong en Stroomversnelling. Om de kosten te drukken, is bij de renovatie van hele wijken een industriële aanpak nodig, stelde hij. Woningen worden daarbij van een nieuwe jasje en een nieuwe energie-installatie voorzien. De kosten daarvan liggen tussen de 40.000 en 50.000 euro, maar daar staat tegenover dat bewoners daarna geen energierekening meer hebben. Van de Groep zoekt ook naar een realistische oplossing voor particulieren. “Om zo’n oplossing levensvatbaar te maken, moeten de kosten met 50 procent omlaag. Als dat lukt, kan de concurrentie met energiebedrijven worden aangegaan.”

Ontwikkelen van een schermpje
Van de Groep ging in op de energiemodule die hij bij Factory Zero heeft ontwikkeld. “Dat viel nog tegen; alleen al het ontwikkelen van een besturingsschermpje kost bijna net zo veel tijd als het ontwerp van de rest van de module”. Om op ruimte en kosten te besparen, is voor de module van Factory Zero een warmtepomp-buitenunit uit elkaar gehaald, om te zien of er overbodige onderdelen in zitten die onnodig ruimte in beslag nemen. De module, die in verschillende kleuren leverbaar is, wordt aan de buitenkant van woningen geplaatst. “Hierdoor hoef je binnen geen ruimte in te leveren en ook vanwege het geluid is buiten beter”, aldus Van de Groep. Ook hij stelde, net als vorige sprekers, dat het monitoren van prestaties belangrijk is, onder andere voor onderhoud en het afvlakken van pieken, zodat slijtage wordt voorkomen. Uiteindelijk geeft Factory Zero prestatiegaranties op energie, comfort en kwaliteit.

Thermo-akoestisch
In een volgende presentatie werd een mogelijke oplossing besproken waarmee de kosten van verduurzaming kunnen worden verlaagd. Michiel Hartman van Blue Heart Energy gaf uitleg over de thermo-akoestische warmtepomp die door zijn bedrijf wordt ontwikkeld, en die volgens hem niet meer zal gaan kosten dan een CV-ketel. De thermo-akoestische warmtepomp die Blue Heart over een paar jaar op de markt wil zetten, werkt met geluidsgolven en helium. Door helium samen te persen, voert de warmtepomp warmte af en door het gas te expanderen, wordt koude afgevoerd. Hartman somde een aantal voordelen van de themo-akoestische warmtepomp op: hij is lineair regelbaar, werkt niet met schadelijke koudemiddelen, helium is voldoende voorradig, de COP van het systeem is 20 tot 50 procent hoger dan die van conventionele warmtepompen, en er is in theorie geen maximum temperatuurbegrenzing, wat mogelijkheden biedt voor tapwaterbereiding. Doordat de warmtepomp uit relatief weinig onderdelen wordt opgebouwd, zullen de productiekosten bovendien relatief laag zijn, zo stelde Hartman.

Onderdelen in bestelling
Inmiddels is van de thermo-akoestische warmtepomp een proefmodel gebouwd dat wordt doorontwikkeld. De onderdelen voor een nieuw prototype zijn in bestelling, zodat dit in de loop van 2018 kan worden gebouwd. Na uitgebreide praktijktesten zal de warmtepomp naar verwachting in 2019/2020 op de markt worden gebracht. In principe kan de capaciteit van het systeem worden uitgebreid tot 100 kW, maar de eerste ‘marktklare’ warmtepomp zal een vermogen krijgen van 1 kW en dienen in een hybride systeem (naast een gasketel) of als tapwaterbooster. Blue Heart brengt de warmtepomp niet zelf op de markt; dat gebeurt bijvoorbeeld via skidbouwers of andere bestaande leveranciers.

Energieleverende woningen
De afsluitende spreker op het congres was Nicolaas van Everdingen. Hij richt zich met zijn bedrijf Plushuis op de verduurzaming van bestaande woningen, middels totaalconcepten waar ook een warmtepomp in ie opgenomen. Zijn eigen houtskeletbouwhuis gebruikt hij daarbij als voorbeeld. Dat werd in twee dagen gebouwd en vervolgens in twintig dagen door vier man afgemonteerd. De helft van de 10 MWh aan energie die via de zonnepanelen op het dak wordt opgewekt is overschot; het huis is dus energieleverend. Van Everdingen: “Mijn huis is een inspiratiebron voor klanten; als mensen het zien, willen ze ook graag energiepositief wonen.” Van Everdingen fungeert daarbij als schakel tussen klant, architect, installateur en aannemer. Jaarlijks werkt hij vanuit die positie aan zo’n twintig projecten. Een van de tips voor duurzaam wonen van Van Everdingen is om niet aan infraroodpanelen te beginnen. “Komt de COP van een alternatief systeem onder de 2,6, dan kun je beter je gasketel houden en op een later moment een echte energetische sprong maken”. Daarnaast maakt hij zich sterk voor een buffervat waarin thermische energie wordt opgeslagen in water. “Daarin kun je veel energie opslaan die door de warmtepomp wordt opgewekt, bijvoorbeeld als de stroom goedkoop is doordat windmolens hard draaien.”

Arco Knoester (rechts), projectadviseur bij Itho Daalderop, ontvangt de Award van jurylid Willem Hooijkaas.

Arco Knoester (rechts), projectadviseur bij Itho Daalderop, ontvangt de award van jurylid Willem Hooijkaas.

Itho Daalderop wint Warmtepomp Award 2017

Tijdens het Nederlands Warmtepomp Congres heeft Itho Daalderop, als onderdeel van een groter partnerverband met BIK Bouw, Sto Isoned, Kingspan, TU Delft, Climate KIC en Giesbers & Van der Graaf, een projectaward in de wacht gesleept.

Met de Nederlandse Warmtepomp Award werd dit jaar een project beloond waarin op innovatieve wijze wordt verduurzaamd met gebruik van een warmtepomp. Itho Daalderop is betrokken bij het 2nd Skin-concept dat momenteel in opdracht van de Vlaardingse woningcorporatie Waterweg Wonen voor het eerst in de praktijk wordt toegepast. Bij 2nd Skin wordt een bestaande portiek/etageflat letterlijk voorzien van een tweede schil, waar een kolom aan wordt gehangen voor de installatietechniek. Bij het project wordt vanuit dit concept een verouderd en energieverspillend corporatiepand uit 1952 gerenoveerd tot Nul-op-de-meter. De woningen krijgen per kolom een centrale Itho Daalderop-warmtepomp met een bodemlus als bron, en worden voorzien van balansventilatie en een aantal zonnepanelen. Door gebruik te maken van bodemgebonden warmtepompen, die een betere jaarronde energetische efficiëntie hebben dan lucht/water-systemen, hoeft per woning slechts een bepekt aantal pv-panelen te worden geplaatst. Tot nu toe was dit een bottleneck bij portiekwoningen: voor andere renovatieconcepten is het dakoppervlak per woning te klein om voldoende zonnestroom te genereren. De jury van de Warmtepomp Awards waardeert naar eigen zeggen met name het feit dat 2nd Skin mogelijk een oplossing biedt voor het energieneutraal maken van een groot deel van de bestaande woningvoorraad. Naast Itho Daalderop waren ook OSH (Clarissenhof) en Mensonides Installatie (‘t Havenhus) genomineerd.

> De presentaties die tijdens het congres werden gegeven, staan online op de congreswebsite.

Tekst: Uko Reinders

Reageer op dit artikel