nieuws

Agterberg: WKO/bodemenergie krijgt groeispurt

Bronnen

“We staan aan de vooravond van een forse groei van het gebruik van bodemenergie.” Dat stelt Frank Agterberg. Hij is voorzitter van BodemenergieNL en (nieuws) per 1 januari 2018 voorzitter van de Dutch Heat Pump Association (DHPA). Agterberg gaat in op de belangrijkste ontwikkelingen rond warmte/koude-opslag oftewel WKO.

Agterberg: WKO/bodemenergie krijgt groeispurt

Tekst: Uko Reinders

Wat is de potentie van WKO om woningen en gebouwen in Nederland van energie te voorzien?
“Dat is zo’n 300 petajoule aan energie, in theorie goed voor de helft van de warmtevraag in de gebouwde omgeving. Maar dit is inderdaad slechts theorie. Vanwege fysieke limiteringen zal dit in de praktijk niet haalbaar zijn. Hoogbouw in steden is een limiterende factor. Het afsluiten van gebieden voor WKO vanwege waterwinning is een andere. Dit soort beperkingen zorgen ervoor dat er op sommige plekken weinig bodemoppervlakte is om energie onder op te slaan.”

Hoeveel energieopslag in de bodem is wel haalbaar?
“Daarover is recent een rapport van CE Delft gepubliceerd. Hierin wordt een opsomming gegeven van de technieken die ervoor moeten zorgen dat alle gebouwen en woonhuizen in 2050 energieneutraal zijn. In het eindbeeld is bodemenergie goed voor 25 procent van de warmtevoorziening. De diepere geothermie is hierin niet meegenomen. Dit hoge percentage maakt duidelijk dat het heel voordelig is om energie die je al hebt op te slaan. Je hoeft die immers niet meer op te wekken.”

Hoe staat het er nu voor met WKO in Nederland?
“Ik maak hier een onderscheid tussen techniek en markt. De techniek bestaat al bijna 30 jaar waardoor je terecht zou aannemen dat deze inmiddels volwassen is. Deels klopt dat: elk gebouw en woonhuis kan in principe van bodemenergie worden voorzien, en alles wat daarbij komt kijken is ontwikkeld en inmiddels vrij van kinderziektes. Kijken we naar de techniek in de markt dan is er nog geen sprake van volwassenheid. Dat is het gevolg van de aard van de innovatie. WKO verschilt aanzienlijk van de gangbare techniek, met de gasketel en koelmachine. Dat vraagt om andere regelingen en gedrag; in een gasloos huishouden met een bodemgebonden warmtepomp moeten mensen anders verwarmen, maar bijvoorbeeld ook anders gaan koken. In het geval van zo’n radicale verandering spreek je al gauw over 25 jaar voordat een techniek door het grote publiek wordt omarmd. Volumegroei wordt bereikt door meer standaardisatie; daardoor kan de techniek ook goedkoper worden aangeboden, met behoud van marge voor de leveranciers. Aan de marktontwikkeling heb ik zelf onderzoek verricht. De verschillende fases in marktpenetratie komen tot uiting in een zogenaamde S-curve waarin marktgroei eerst heel langzaam gaat, daarna veel sneller bij het bereiken van massa, en weer afbuigt bij marktverzadiging. Bodemenergie bevindt zich nog onderin die curve, maar wel in de knik, waarna er een sterke stijging optreedt. Met andere woorden: we staan aan de vooravond van een forse volumegroei. Ik hoor nu al mensen zeggen dat de markt hard groeit. Zij zullen zich echter verbazen over de aanstaande groei.”

Wat staat volumegroei van bodemenergie nog in de weg?
“Ik denk hier vooral aan de relatief hoge investering. Die is niet alleen hoger in vergelijking tot een gasketel, maar ook tot bijvoorbeeld een lucht/waterwarmtepomp, die omgevingswarmte uit de buitenlucht haalt. De investering voor bodemenergie is dan wel hoger, maar de variabele kosten zijn veel lager dan bij andere opties. Dat maakt bodemenergie economisch gezien vaak toch de beste optie. Dat geldt vooral voor grote systemen in de utiliteitsbouw; die betalen zich ruim binnen de zes jaar terug.”

Daar ligt dus een uitdaging voor BodemenergieNL.
“Er zijn vier grote uitdagingen: bekendheid, financiële aspecten, voldoende ruimte in de bodem en regelgeving. Al deze vier uitdagingen kunnen de groei maken en breken. Bodemenergie is nog steeds relatief onbekend bij het grote publiek. Daar moeten we dus aan de weg timmeren door mooie voorbeelden te laten zien. En die zijn er genoeg. Ten tweede worden beslissingen over aanschaf toch in eerste instantie genomen op basis van investeringen. Zoals gezegd zijn die relatief hoog, maar de variabele lasten zijn laag, waardoor ik pleit voor een ‘total cost of ownership’-benadering. Ook zijn we met politiek en ambtelijke overheden in overleg over financiële facilitering die de drempel verlaagt om in bodemenergie te stappen. Dat kan met subsidies of een gunstige voorfinanciering. De politiek kan bodemenergie ook met bouwregelgeving stimuleren. Oftewel door hogere eisen aan de energieprestaties van gebouwen te stellen. Doordat het CO2-profiel beter is dan veel andere duurzame technieken, zal bodemenergie daardoor meer in beeld komen. Een voorbeeld hiervan zijn de BENG-eisen (Bijna Energie Neutrale Gebouwen, red). Een prijskaartje voor CO2-uitstoot is de ultieme situatie voor bodemenergie; dat gebeurt nu echter alleen nog in de industrie.”

Processed by: Helicon Filter;

En hoe zit het met de ruimte in de bodem en de regelgeving?
“In de structuurvisie ondergrond, een gezamenlijk initiatief van de ministeries van Economische Zaken en Infrastructuur & Milieu, wordt de ondergrond verdeeld. Ze onderkennen het belang van energieopslag in de bodem, maar laten dat in de praktijk niet altijd zien. Zo constateren we dat er grote oppervlaktes van bodemenergie worden uitgesloten. Dat heeft te maken met andere bestemmingen zoals waterwinning. Voldoen aan de toekomstige watervraag heeft uiteraard een hoge prioriteit, maar dat hoeft niet ten koste te gaan van bodemenergie. Ze kunnen namelijk prima samengaan. Wat betreft de regelgeving: het is terecht dat bodemenergie zwaar wordt gereguleerd. De sector heeft hier zeer actief aan meegewerkt. Het is namelijk belangrijk om de bodem goed te beschermen en de kwaliteit van de systemen te borgen. Als enige techniek is dit wettelijk verankerd. Maar we moeten voorkomen dat we hierin doorschieten. Dat lijkt nu het geval: het kwaliteitssysteem blijkt minder werkbaar te worden voor ondernemers en minder kosteneffectief voor kwaliteitsborging. Dat kan de groei belemmeren. Investeringen en bureaucratie moeten immers in de markt worden terugverdiend. Dat zet bodemenergie op achterstand versus andere technieken. Gezien vanuit de energetische prestaties is dat zeer onterecht.”

Zorgt dat ervoor dat de markt van warmtepompen met lucht harder groeit dan die met water als bron?
“De markt van warmtepompen met lucht groeit vier keer harder dan die met bodem als bron. Dat is een groot verschil, wat komt door de lagere investering die de luchtbron met zich meebrengt. De techniek hiervan is uitstekend, maar het blijft enigszins tegenstrijdig dat je in de winter energie om te verwarmen uit koude buitenlucht haalt. En in de zomer als je wilt koelen, haal je energie uit warme lucht. Energetisch is het veel beter om zomerwarmte voor de winter en winterkoude voor de zomer in de bodem op te slaan en het daar op het gewenste moment weer uit te halen.”

Gaan de energetische voordelen zich ooit vertalen in marktvoordelen?
“Als de standaardisatie verdergaat, zal het prijsverschil met andere systemen kleiner worden. Maar omdat je een ondergrondse lus of bron moet aanleggen, zal bodemenergie wel altijd een grotere investering vergen. Als de markt door het kleinere prijsverschil groter wordt, zal ook de bekendheid toenemen. Meer mensen krijgen te horen over de lage energierekeningen, waardoor de vraag weer extra zal toenemen. Dat versterkende proces zal de komende vijf tot tien jaar voor een forse groei zorgen.”

Zijn er andere landen waarvan Nederland op het gebied van bodemenergie kan leren?
“Dat is niet het geval. Sterker nog: Nederland loopt technisch voorop en het buitenland kijkt juist naar ons om over bodemenergie te leren. Op dit gebied is er al een handelsmissie naar de VS georganiseerd, en Japanners zijn hier komen kijken. Dat Nederland vooroploopt, komt doordat er hier van oudsher veel bodemkennis aanwezig is. Die wordt steeds verder ontwikkeld, zodat we voorop zullen blijven lopen.”

Processed by: Helicon Filter;

Met de kennis over WKO zit het dus wel goed, maar is die ook goed ontsloten?
“De kennisinfrastructuur laat nog te wensen over en dat is één van de randvoorwaarden voor de benodigde groei en blijvende goede prestaties. Daarom is kennisopbouw en uitwisseling een belangrijke doelstelling van BodemenergieNL. Dat geldt voor kennis op het gebied van milieu, markt en infrastructuur. Kennis is bijvoorbeeld belangrijk voor de provincies, die het bevoegd gezag vormen voor open WKO-systemen, vergunningen afgeven en voor de handhaving zorgen. Een ander voorbeeld is de beoordeling van energieprestaties. Om aan het gezamenlijke belang van kennis te werken dragen wij momenteel het kennisplatform bodemenergie. Daarin willen we onder meer de rapporten van de vele publiek-private projecten bundelen, waarvan de kennis nu lijkt weg te ebben. We willen hiermee ook een brug slaan naar de vastgoedsector om bij te dragen aan duurzame klimaatbeheersing in gebouwen. We zijn de initiatiefnemers, maar we werken samen met andere partijen, waaronder de overheid en onderzoeksinstellingen.”

Is samenwerking met andere partijen belangrijk voor BodemenergieNL?
“Met WKO alleen kom je niet van fossiele energie af. Dat kan alleen in combinatie met andere energiebronnen als zon en wind. Een warmtepomp heeft nou eenmaal elektriciteit nodig. Als je die met zon en wind kunt opwekken kom je tot geheel duurzame systemen. Om die te realiseren zitten alle verenigingen die met duurzame energie te maken hebben in de Nederlandse Vereniging Duurzame Energie (NVDE, red). Voor optimalisatie is het niet alleen belangrijk dat technieken samenwerken. Ook de inrichting van gebieden moet daarbij betrokken worden. Dat is de ultieme samenwerking waar wij naar streven.”

Kan WKO een rol spelen in warmtenetten waar de regering veel van verwacht?
“Warmtenetten worden nu nog gevoed met restwarmte van afvalverbrandingen en elektriciteitscentrales. Daarin zie ik voor WKO geen rol weggelegd. Met lage temperaturen kun je sowieso geen grote afstanden van meerdere kilometers overbruggen. Ik zie wel kansen voor kleine netwerken om warmte en koude tussen gebouwen en huizen uit te wisselen. In Amsterdam ligt bijvoorbeeld zo’n leiding tussen de Hortus Botanicus en de Hermitage, die een WKO heeft. De koude daaruit gaat over 400 meter, onder de grachten door, naar de ‘Hortus’. Die netwerken kunnen gekoppeld aan elkaar tot grotere verbanden leiden.”

Reageer op dit artikel