artikel

Vloerverwarming: keuzehulp voor een optimaal afgiftesysteem

Afgifte

Veel media beschrijven de combinatie van een warmtepomp met vloerverwarming als energetisch zeer aantrekkelijk, zeker voor nieuwbouw-woningen. Bewoners van bestaande woningen hebben vooral vragen: is mijn huis geschikt, gaat de slang niet lekken en kan er parket op de vloer? Alle reden om adviseurs, installateurs en consumenten te helpen het optimale systeem te kiezen.

Tekst: Ferdinand Pronk

Vloerverwarming: keuzehulp voor een optimaal afgiftesysteem

De eerste vraag is of de woning geschikt is voor vloerverwarming. Doordat het systeem met lage temperaturen werkt, is een basiseis dat de woning goed geïsoleerd is. Bij nieuwbouwwoningen is dat vanzelfsprekend, bij oudere woningen zeker niet. Over het algemeen zijn woningen van na 1970 goed te verduurzamen, ook collectief. Bij oudere woningen zijn vaak ingrijpende verbeteringen nodig, zeker als bijvoorbeeld spouwmuren ontbreken. Ruimtegebrek kan een andere beperking bij het installeren van vloerverwarming zijn: bij de meeste systemen komt de vloer een paar centimeter omhoog, en dan kunnen bij veel huizen de deuren niet meer open of dicht. De leidingen infrezen kan een optie zijn, maar niet in alle gevallen. In appartementen moet onder de leidingen bijvoorbeeld voldoende isolatie aanwezig zijn om te voorkomen dat de onderliggende woning wordt opgewarmd. Bij houten vloeren en houtskeletbouw is het aantal toepasbare systemen beperkt.

Wensen en beperkingen bij de woning

Om teleurstellingen te voorkomen, moet helder zijn welke bedoeling een consument met zijn verwarmingssysteem heeft en welke beperkingen de woning eventueel geeft. In ‘Kleintje vloerverwarming en vloerkoeling’ dat ISSO in 2013 uitbracht, is een handige checklist met belangrijke vragen opgenomen. Ze helpen de installateur een helder beeld te geven van de randvoorwaarden voor het systeem. Met in de eerste plaats een inventarisatie van de wensen van de klant. Is het bijvoorbeeld de bedoeling om het systeem ook voor koelen te gebruiken? Moet in het hele huis voerverwarming komen? Wordt het systeem als hoofdverwarming gebruikt, of aangevuld met radiatoren? Wil de klant het systeem met een app regelen, of is een kamerthermostaat afdoende? En naar welk type vloerbedekking gaat de voorkeur van de klant uit, en is dat wel geschikt voor vloerverwarming?

Combinatie met wandverwarming

Mogelijk wil de klant vloerverwarming combineren met wandverwarming. Wie in het verleden vloerverwarming als hoofdverwarming wilde, was daar vaak op aangewezen vanwege de beperktere isolatie van woningen. Tegenwoordig is die noodzaak er nauwelijks meer. Toch zijn er consumenten die voor wandverwarming kiezen: aanvullend voor nog meer comfort, of omdat hun woning niet geschikt is voor vloerverwarming en het wel mogelijk is om wandverwarming aan te brengen. Om verbranding te voorkomen, mag de temperatuur van de wand niet hoger worden dan 40 °C. Er kan voor verschillende systemen worden gekozen, bijvoorbeeld montage van buizen op de wand, waarna ze met gaas en een cement- of kalkmortellaag worden bedekt. Ook dunne capillaire systemen worden gebruikt, en daarnaast is een optie om sleuven in de wand te frezen.

Geluidsisolatie aanpakken

Andere vragen uit de checklist helpen de installateur de situatie in de woning helder te maken. Liggen er bijvoorbeeld koudwaterleidingen in de vloer? Die mogen door de vloerverwarming niet worden opgewarmd. En spelen er in de woning nog ander problemen, zoals te beperkte geluidsisolatie? Door vloerverwarming met matten van de vloer los te koppelen, wordt dat probleem ook meteen aangepakt. Een andere vraag is welke hoogte het systeem kan hebben. Wat is de samenstelling van de draagvloeren en is er een mogelijkheid om de kruipruimte van onderaf te isoleren? Dat laatste is nuttig bij nuttig bij renovatie.

Met een plattegrond kan worden bepaald hoe de vloerverwarmingsbuizen worden gelegd.

Plattegrond voor verwarmingsbuizen

Ook relevant is de vraag wat de verwarmingsbron is. Bij een hoogtemperatuursysteem is aanvullend een regelunit nodig, om ervoor te zorgen dat de watertemperatuur in de leidingen niet te hoog wordt. Een plattegrond van de woning is nodig om te bepalen hoe de vloerverwarmingsbuizen moeten worden gelegd. Langs grote raamoppervlakken is bijvoorbeeld een grotere dichtheid nodig, en onder een keukenblok komen geen buizen.

Total cost of ownership

Het is voor consumenten verleidelijk om voor het goedkoopste vloerverwarmingssysteem te kiezen. Er zijn echter argumenten om wat verder te kijken. Zo is er verschil in kwaliteit tussen de buizen die in de vloer worden aangebracht. Veel daarvan zijn opgebouwd uit vijf lagen, andere hebben er drie. En er zijn verschillen in de garantieperiode die fabrikanten geven. Vaak is die vijftig jaar voor de buis, maar er zijn ook fabrikanten die hun product aanzienlijk korter garanderen. En is de pomp energiezuinig? De verschillen zijn groot, en dat geldt daarmee ook voor de kosten gedurende de levensduur van het systeem.

Temperatuurregeling per vertrek

Er zijn nog meer zaken om op te letten: is een temperatuurregeling per vertrek mogelijk (een verplichting als de vloerverwarming als hoofdverwarming wordt gebruikt) en welke mogelijkheden zijn er voor de temperatuurregeling? Oftewel: hoe steekt de software in elkaar.  Overigens kunnen veel systemen per app worden bediend bedienen, maar dat is voor de meeste consumenten meer ‘fun’ dan noodzaak. Aan een eenmaal ingeregeld systeem hoef je immers zelden iets te veranderen.

Hoe groter de overgangsweerstand, hoe meer slanglengte er moet worden gebruikt.

Geschikte vloerbedekking

Voor consumenten is de uitstraling van hun woning belangrijk. Daarbij speelt de vloerbedekking een belangrijke rol. Een tegelvloer in cement heeft de laagste warmteweerstand en is daarom het meest geschikt. Maar dat heeft niet ieders voorkeur. Gelukkig zijn er andere keuzes mogelijk, want ook een aantal houtsoorten en tapijt zijn geschikt. Materialen die geschikt zijn voor vloerverwarming hebben vaak een symbool op het label, en bij twijfel kan de fabrikant informatie geven over de ‘overgangsweerstand’. Hoe groter die weerstand, hoe meer slanglengte er moet worden gebruikt – of hoe hoger de temperatuur van het water in de slangen moet zijn om de gewenste temperatuur te bereiken.

‘Warmteweerstand’ per type vloer

In het Kleintje vloerverwarming staat een tabel met warmteweerstanden in m²·K/W. Die is laag bij tegels/plavuizen (0,01), linoleum (0,01-0,02), pvc (0,03), direct verlijmd eiken parket (0,05), direct verlijmd kurkparket en laminaat (0,07). Tapijt voor vloerverwarming (0,1), zwaar tapijt (0,15) en ondertapijt (0,2) scoren duidelijk slechter. Het ‘kleintje’ geeft als tip om als nog niet bekend is welke afwerklaag een bewoner kiest, in berekeningen uit te gaan van tapijt voor vloerverwarming (0,1). In het algemeen wordt 0,1 m²·K/W als maximale weerstand voor een vloerverwarmingssysteem aangehouden.

Bij een ‘droog’ vloerverwarmingssysteem kan direct na het installeren de afwerkvloer worden aangelegd.

Droge versus natte systemen

Heeft een klant haast? Dan is het in verband met de droogtijd wellicht aantrekkelijk om voor een droog vloerverwarmingssysteem te kiezen. Daar kan direct na het installeren de afwerkvloer overheen. Alle watergedragen systemen moeten eerst worden getest. Dat gebeurt door het systeem onder druk te zetten. Na zes uur moet de druk nog vrijwel gelijk zijn. Is dat het geval, dan kan het afdekken beginnen. Bij natte systemen vereist dat veel geduld. De droogtijd bij cementgebonden dekvloeren is minimaal een week per centimeter vloerdikte. Dat komt in het algemeen neer op een maand wachttijd. Dan pas mag de verwarming aan. Volgens NEN-EN 1264 moet een cementgebonden dekvloer 14 dagen verwarmd zijn voordat de vloerafwerking gelegd kan worden. Bij anhydrietgebonden dekvloeren is de wachttijd minimaal 7 dagen.

Instructies voor bewoners

Bewoners zijn vaak gewend om met een cv-installatie te verwarmen. Vloerverwarming werkt anders en dus is een goede instructie op z’n plaats. Het systeem werkt met lage temperaturen en daarom is het efficiënt en comfortabel om de thermostaat ’s avonds maximaal twee graden lager te zetten. Bewoners moeten zich ook realiseren dat de warmtevraag in goed geïsoleerde woningen vaak zo laag is, dat ook als de ruimte de gevraagde temperatuur heeft de vloer koud kan aanvoelen.

Weinig onderhoud nodig

De oplevering is pas compleet door een aantal documenten over te dragen met informatie over de manier waarop de buizen zijn gelegd, de geleverde apparatuur, het testrapport en een handleiding. Veel onderhoud heeft het systeem niet nodig: naar de buizen heeft de consument geen omkijken. Incidenteel is onderhoud nodig aan de pomp en er kan wel eens een ventiel dichtslibben vanwege een vuiltje in het water. Van de verkoop van onderdelen moeten de fabrikanten het niet hebben.

Reageer op dit artikel