Lokale rekenvoorbeelden: hybride installatie lucratiever dan warmtenet

Transitieplannen van gemeenten roepen vragen op bij bewoners. Met welke maatregelen krijgen ze te maken, en voor welke kosten komen ze te staan? In de Zwolse wijk Assendorp worden Warmtecafé-bijeenkomsten georganiseerd om tot antwoorden te komen. Afgelopen week presenteerde Jan-Willem van de Groep als gastspreker een aantal rekenvoorbeelden. Een van de conclusies: een hybride installatie lijkt in financieel opzicht het meest interessant.

Tekst: Bas Roestenberg

Volgens de transitievisie van de gemeente Zwolle kan de vooroorlogse wijk Assendorp het beste worden verduurzaamd met behulp van een ‘hybride oplossing met groen gas’.  Om wijkbewoners te informeren over de mogelijkheden en ze bij de planvorming te betrekken, organiseert stichting ‘50 tinten groen in Assendorp’ lokale Warmtecafé-bijeenkomsten waarbij bewoners, experts en beleidsmakers met elkaar in gesprek gaan. Ze proberen samen tot antwoorden te komen op vragen over bijvoorbeeld woningisolatie, wat de hybride keuze van de gemeente inhoudt, en of dit betekent dat andere duurzame mogelijkheden worden uitgesloten.

Duurzame technieken voor het voetlicht

In eerdere bijeenkomsten werd onder andere gesproken over koeling, woningisolatie en wat de energietransitie inhoudt. Afgelopen week werden in het Warmtecafé verschillende duurzame technieken voor het voetlicht gebracht, door gastspreker Jan-Willem van de Groep – onder andere bekend van Factory Zero (waar hij onlangs afscheid van nam) en projecten rond industrieel bouwen en de energietransitie. Omdat deze editie van het Warmtecafé in verband met corona online plaatsvond, konden ook mensen van buiten Assendorp gemakkelijk ‘aanschuiven’.

‘Gasloos geen doelstelling op zich’

Van de Groep begon zijn presentatie met erop te wijzen dat binnen de energietransitie ‘van het gas gaan’ geen doelstelling op zich moet zijn. “Als dat te veel wordt benadrukt, leidt het tot oplossingen die niet per se optimaal zijn”, aldus van der Groep. “Het doel is een reductie van de CO₂-emissie”, benadrukte hij. Waarbij hij overigens aangaf  zelf  ook weleens de nadruk op ‘gasloos’ te hebben gelegd, “om de discussie op gang te brengen.”  Los hiervan is de elektriciteitsmix in Nederland steeds duurzamer, zo toonde Van de Groep. Met elektrificatie van verwarming kan dus een steeds grotere duurzaamheidsstap worden gezet.

Voor- en nadelen van alternatieven

Vervolgens toonde Van de Groep zijn online publiek de voor- en nadelen van een reek alternatieven voor fossiele verwarming: van weerstandsverwarming en infrarood (relatief goedkoop, maar met hoog stroomgebruik en een COP van 1 niet erg duurzaam) tot water/water- en lucht/water-warmtepomp, lokale warmtenetten en hybride systemen. Ook gaf hij kort aandacht aan waterstof, een  energiedrager waar volgens hem nog veel vraagtekens aan zitten: “wanneer is het op grote schaal beschikbaar, wat kost en hoe duurzaam is het? De productie ervan kost erg veel energie en gaat voorlopig nog gepaard met veel CO₂-emissie.”

Rekenvoorbeelden bestaande woningen

Van de Groep eindigde zijn presentatie met rekenvoorbeelden voor drie woningen die in de wijk Assendorp staan. Voor één woning (130 m²) rekende hij voor wat de jaarlasten zijn van een hybride warmtepomp of waterstofketel, voor een tweede woning (115 m²) de jaarlasten bij een all-electric systeem met wtw-ventilatie, en voor een derde woning (200 m²) de lasten van aansluiting op een warmtenet of toepassing van een hybride systeem. In alle drie de gevallen plaatste hij de jaarlasten van energiegebruik, onderhoud, rente en aflossing (gedurende 15 jaar) op de investering tegenover de huidige kosten van stand-alone gasverwarming. Daarnaast keek hij ook naar de CO₂-reductie die met de fictieve verduurzamingsslag wordt gerealiseerd.

Waterstof als dure oplossing

Uit zijn berekeningen rond de plaatsing van een waterstofketel blijkt dat die keuze gedurende de hele levensduur van de installatie voor (veel) hogere lasten zorgt. Zeker in de eerste vijftien jaar na installatie – als de afloskosten worden meegerekend – gaat het omgerekend om bedragen die ruim boven de 100 euro per maand uitkomen. Tegelijkertijd is de duurzaamheidsslag die ermee wordt gemaakt relatief beperkt, zeker zolang de productie van het gas grotendeels afhankelijk blijft van fossiel opgewekte stroom.

All-electric plus wtw-ventilatie

Als wordt gekeken naar de lasten van de woning waarvoor een all-electric warmtepomp plus wtw-ventilatie zijn berekend, komen die in de eerste vijftien jaar – door aflossing van de investering – hoger uit dan in de huidige situatie (zo’n 300 euro per jaar meer). Zodra de investeringsaflossing na 15 jaar is afgerond, zijn de jaarkosten juist zo’n 400 euro lager, doordat de energierekening veel lager uitvalt. Als in dit concrete geval alleen naar de kosten voor bewoners wordt gekeken, is dit niet direct de meest aantrekkelijke optie, maar er wordt wel de grootste duurzaamheidsslag mee gemaakt, in de zin van CO₂-reductie.

Hybride als financieel aantrekkelijke optie

In de derde woning zullen bewoners bij aansluiting op een warmtenet blijvend een paar honderd euro per jaar duurder uit zijn. De reductie in CO₂-emissie is daarbij groter dan bij de eerste woning met de (fictieve) waterstofketel, maar kleiner dan bij de all-electric-oplossing in de tweede woning. Als louter maar de financiële kant wordt gekeken, zouden de bewoners van ‘woning 3’ met een hybride oplossing met aanvullende maatregelen veel beter af zijn dan met aansluiting op een warmtenet. De combinatie van een hybride warmtepomp met wtw-ventilatie en het kierdicht maken van de woning zou de jaarkosten direct vanaf het moment van installatie (iets) verlagen. Als na vijftien jaar de investeringen zijn afgelost, wordt het voordeel echter aanzienlijk. In de loop van de jaren loopt het naar schatting van Van de Groep op tot meer dan duizend euro per jaar – ervan uitgaande dat de gasprijs zal stijgen. Qua duurzaamheid blijft dit systeem achter bij een full-electric-oplossing. Als in de toekomst groen gas kan worden gebruikt, wordt er echter alsnog een forse duurzaamheidsslag gemaakt.

Ambitie van de gemeente

De conclusie van de presentatie is dus dat hybride voor bewoners in de wijk Asserdorp financieel het meest interessant kan zijn – al is dat uiteraard mede-afhankelijk van de bestaande situatie. Een hybride warmtepomp met wtw-ventilatie en het kierdicht maken pakt in de eerste woning (waarvoor ook de waterstofketel was doorberekend) net iets minder lucratief uit: in de eerste vijftien jaar na installatie verhoogt die keuze de lasten minimaal (denk aan een paar euro per maand). Dit komt onder andere doordat deze woning iets betere isolatiewaarden heeft: met de aanvullende maatregelen is daardoor minder winst te haken.
Hoe dan ook sluiten de voorbeeldberekeningen van Van de Groep in ieder geval voor een deel van de bewoners van Assendorp aan bij de ambitie van de gemeente om voor ‘hybride met groen gas’ te gaan. Na afloop van zijn presentatie gingen de deelnemers aan de webinar in kleine groepen online met elkaar in conclaaf, om verder door te praten wat dit voor de plannen in hun woonwijk betekent.

Meer informatie over het initiatief in Assendorp is te lezen op de website van 50 tinten groen.