artikel

Waar moet de energiemodule komen?

Techniek

Voor het huis, achter het huis, op zolder? Is er een ideale locatie voor de energiemodules die steeds meer fabrikanten en installateurs aanbieden? Of heeft iedere plek zijn voor- en nadelen? Een rondgang langs een aantal spelers in de markt.

Waar moet de energiemodule komen?

Tekst: Tijdo van der Zee

Energiemodules voor zeer energiezuinige woningen schieten als paddenstoelen uit de grond. Energiemodules zijn kasten waarin alle relevante installatie-onderdelen voor de woning opeen zijn gepakt. Hoewel de modules per leverancier verschillen, komen er in de regel deze componenten in voor: boilervat, lucht/waterwarmtepomp (of een warmtepomp op bodemenergie), omvormer voor pv-panelen op het dak, regel-, bedienings- en monitoringssystemen en een internetgateway, en een balansventilatie-unit met warmteterugwinning. Optioneel is vaak een buffervat voor de verwarming, een thuisaccu, of een HR cv-ketel.

Welke systemen zijn er zoal? In ieder geval brachten Samsung/Ambrava, Nefit, Nathan, LG en bouwbedrijf BAM totaalconcepten op de markt. En op Building Holland afgelopen april presenteerde ook Alklima/Mitsubishi Electric een oplossing: de Wattz-In, een “kant-en-klare, NOM-ready, verwarmings-, ventilatie- en tapwatermodule voor nieuwbouw en renovatie. Turn-key sustainability, easy-installation”.

Kortom, er valt nogal wat te kiezen. Te kiezen tússen leveranciers. En te kiezen bínnen het productaanbod van de diverse leveranciers. Want zij bieden vaak verschillende varianten aan van hetzelfde concept. Dit met het idee “het ideale plaatje is nog niet gevonden en voor energiemodules is er nog geen vast concept”, zoals Richard de Waal, directeur bij LG Air Solutions Benelux, het omschrijft.
Maar er moeten nog meer keuzes gemaakt worden. Namelijk: waar plaats je de energiemodule? In de voortuin? In de achtertuin, op zolder? Hangend aan een van de muren? Welke plekken zijn mogelijk? En wat zijn de voor- en nadelen van de verschillende locaties?

Plaatsing voorkant huis
Bij LG hebben ze een lichte voorkeur voor vóór het huis. Waarom? “Aan de voorkant zitten vaak de meeste aansluitingen”, zegt De Waal van LG. “En minder lange leidingen is minder kosten.” Erwin Bonis, marketing coördinator bij Mitsubishi/Alklima: “En een energiemodule aan de voorkant geeft je meteen de mogelijkheid wat extra’s te doen. Zo hadden we een project met aanleunwoningen waar we een grote brievenbus bij plaatsten die groot genoeg was voor pakketjes met medicijnen.”

Een nadeel van de voorzijde kan zijn dat de welstandscommissie een project aan de voorkant van de woning blokkeert, zegt Maarten Strijdonk, hoofd business development bij BAM Wonen. “Als je in een rij woningen ineens bij enkele woningen zo’n unit hebt staan. Dan loop je het risico dat dat om esthetische redenen niet mag.” Maar dat heeft Peter Centen, technisch directeur van Nathan, nog niet meegemaakt. “De welstandscommissie is juist vaak positief. Omdat onze energiemodules een afdakje bieden en verlichting. En omdat wij projecten niet versnipperd oppakken, maar hele rijen woningen ineens.”

Leidingwerk verleggen
Achter het huis dan? Ja, zegt Strijdonk, dat is een goede optie, want hij heeft juist de ervaring dat de meeste aansluitingen aan de achterkant van een woning zitten. “In ieder geval de keuken en de badkamer. Dus hoef je relatief weinig leidingen te verleggen.” En de achterkant heeft sowieso de voorkeur als de woning aan de voorkant geen tuin heeft. “En je kunt de module in de achtertuin mooi combineren met een schuurtje, zoals we in Heerhugowaard gedaan hebben”, oppert Bonis. Probleem is wel dat een service- en onderhoudsmonteur altijd eerst moet aanbellen en door het huis heen moet om in de achtertuin te komen, zegt Centen. “En ze nemen erg veel ruimte in, terwijl de tuintjes vaak al zo klein zijn”, voegt Michiel Voskuil, productmanager bij Nefit, daaraan toe.

De businesscase bij energiemodules is flinterdun, zo is algemeen bekend. Het gaat er dus om zo kostenefficiënt mogelijk te werken, maar ondertussen niet te vergeten dat de module tientallen jaren mee moet, omdat hij dan pas is terugverdiend. Onverwachte bijkomende kosten zijn dan echte tegenvallers, zegt De Waal. Energiemodules zijn ruim over de vijfhonderd kilo en dergelijke gevaartes kunnen niet zomaar ongefundeerd geplaatst worden. “Dus heb je een fundering nodig.” Dat heeft ook Strijdonk ervaren. “In het westen en noorden is vaak sprake van kleigrond. Daar heb je een fundering nodig. In het zuiden en oosten kunnen de modules makkelijker zo op de zandgrond worden geplaatst.”

Verzakkingsgevaar
Voor De Waal heeft het verzakkingsgevaar ertoe geleid dat het bedrijf onderzoekt in hoeverre de energiemodule aan het huis verankerd kan worden, zodat de last grotendeels gedragen kan worden door het huis zelf. Dat concept hebben ze bij Nefit verder uitgewerkt, zegt productmanager Voskuil: “De Energy Bar, die in hybride en all electric variant te krijgen is, hebben wij ontwikkeld na gesprekken met bewoners en corporaties. Wij concludeerden dat er een vergaande integratie met de schil gewenst is. Onze module wordt bevestigd aan de zoldervloer, de vloer van de eerste verdieping en de vloer van de begane grond. Dat is heel stevig en het geeft de mogelijkheid om de leidingen meteen op de verdieping te hebben waar ze horen.” De Energy Bar, waarbij de componenten gestapeld zijn, is verzonken in de schil, en omdat die schil ruim 20 centimeter dik is, steekt er nog maar een halve meter van de energiemodule naar buiten. Eind mei worden de eerste twee prototypes tentoongesteld in de eigen productiehal in Deventer.

Het Nefit-concept kan qua esthetiek rekenen op waardering van concullega’s. Maar er is twijfel. Strijdonk heeft het Nefit-concept niet bestudeerd, maar heeft in zijn algemeenheid het volgende te zeggen over een ophangconcept: “Dit is bij bestaande bouw niet altijd mogelijk, in verband met de krachten en conditie van de bestaande constructie van de woning. Dit nog in combinatie met nieuwe gevels, die ook al flink qua gewicht zijn.”

Beheer en onderhoud
In zijn algemeenheid zou je kunnen zeggen dat bij units aan de voor- of achterzijde van de woning, al dan niet geïntegreerd in de schil, het beheer en onderhoud wat eenvoudiger is dan bij oplossingen binnen in het huis. En dat je geen last hebt met geluidshinder van de warmtepompcompressor.

Maar daar zijn de eerste oplossingen ook al op bedacht. Neem het nieuwe systeem van Mitsubishi/Alklima, de Watzz-in. De leverancier vergelijkt het concept zelf met Lego; je kunt verschillende configuraties kiezen, al naar gelang de behoefte. Ook is de module te installeren in verschillende ruimtes, zoals de bijkeuken, garage of zolder. Die laatste plek is vaak een logische, zegt Bonis van Alklima, “want daar zit vaak ook de cv-ketel al”. “De compressor van de warmtepomp zit dan in een soort schoorsteen buiten het dak, waardoor geluidsoverlast beperkt blijft. En om service en onderhoud te vereenvoudigen, kan de schoorsteen met een liftsysteem door het dak naar de zolder zakken, waardoor de monteur er goed bij kan. En dat is wel wat eenvoudiger dan met een tuigje aan het dak op.”

Energy Top
Ook Nefit heeft een handige dakoplossing bedacht, de Energy Top. “Dat is een soort omgekeerde dakkapel”, zegt Voskuil. “Het eventuele probleem van de bereikbaarheid voor service en onderhoud hebben we opgelost door een luikje achter het knieschot. Daar kan de monteur dus makkelijk bij.” De boiler staat in het concept van Nefit los op zolder. Voskuil geeft toe dat bij oudere woningen met houten vloeren dit wel eens een probleem kan zijn. “Dan is versteviging met extra balken wel mogelijk”, voegt hij er aan toe.

Warmtewisselaar
“Oplossingen op zolder zijn meestal vooral geschikt voor nieuwbouw en bij particuliere woningen”, zegt Strijdonk van BAM. “Bij corporatiewoningen zit je met onderhoudscontracten en moet je dus telkens de bewoners lastig vallen. Installatie bij oudbouw is ook lastig, omdat je dan al die zware apparatuur naar boven moet tillen. Als wij een module op zolder plaatsen, dan doen wij dat bij nieuwbouw voordat het dak er op gaat.”

Centen voegt daar nog aan toe: “Bij modules op zolder of het dak mis je vaak de mogelijkheid om nog een dakraam te plaatsen, en vooral moet je inleveren op het aantal pv-panelen op het dak. Het scheelt al snel een stuk of zes panelen.”

Wat Centen aan de discussie opvalt, is dat er vooral gesproken wordt over een concept met een lucht/waterwarmtepomp, terwijl een warmtepomp op basis van een bodemsysteem veel efficiënter is en de helft kleiner. Bovendien hoeft de warmtewisselaar niet buiten te staan. “De water/waterwarmtepomp wint het met gemak van de lucht/waterwarmtepomp. Maar voor de installatie heb je wel je vakpapieren nodig, de BRL 6000-21, en wie die niet heeft, grijpt al snel naar de lucht/waterwarmtepomp. Als je de water/waterwarmtepomp ook meeneemt, krijg je een heel ander verhaal.”

Reageer op dit artikel