artikel

Legionella: beheersbaar risico blijft aandachtspunt

Tapwater

Bij de toepassing van een warmtepomp moet goed worden nagedacht over de manier waarop warm tapwater wordt gemaakt. De temperatuur van het water dat uit de ‘warme kraan’ of douche komt heeft niet alleen invloed op gebruikscomfort; hij is ook van belang voor het bestrijden van legionella. De vraag doet zich voor hoe groot of klein het besmettingsrisico bij een warmtepompinstallatie is.

Tekst: Bas Roestenberg

Legionella: beheersbaar risico blijft aandachtspunt

Volgens het RIVM liepen in 2017 ruim 550 Nederlanders een legionella-infectie op, in 31 gevallen met dodelijke afloop. Het werkelijke aantal besmettingen is waarschijnlijk hoger. De bacterie kan zowel milde als ernstige verschijnselen oproepen. Niet iedereen die zich grieperig voelt gaat naar de dokter, en in het ziekenhuis wordt lang niet altijd onderzocht of legionella de veroorzaker van een longontsteking is.

Besmettingsgevaar

De veroorzaker, in veel gevallen de bacteriestam Legionella Pneumophila, is een ziekteverwekker die zich snel weet te vermeerderen in een vochtige omgeving met een temperatuur tussen de 25 en 50 °C. Besmetting met de bacterie kan vervolgens plaatsvinden als het warme water wordt verneveld en de druppeltjes worden ingeademd. Die mogelijke situatie doet zich onder andere voor in de omgeving van industriële koeltorens, in spa- en whirlpools, of gewoon thuis onder de douche of bij het keukenaanrecht. Hoewel het besmettingsrisico in Nederland relatief klein is, ligt het op veel locaties wel op de loer: allerlei veiligheidsvoorschriften ten spijt komt de bacterie nog steeds in veel drinkwaterinstallaties voor.

Besmetting kan plaatsvinden via verneveld warm water waar de bacterie in zit.

Maatregelen ter bestrijding

In principe moet warm water aan het tappunt (de kraan of douche) een temperatuur hebben van minimaal 60 °C. Boven die temperatuur kan de bacterie niet overleven. Een probleem met die regel is echter dat hij voor een toename in energiegebruik zorgt. Daarom is in de norm NEN 1006 (‘Algemene voorschriften voor leidingwaterinstallaties’) een wijziging opgenomen waardoor in een beperkt aantal gevallen een lagere tapwatertemperatuur is toegestaan. Inmiddels wordt onderzocht of die aanpassing bij meer situaties mag gelden. Een gevolg daarvan is wel dat er dus meer maatregelen moeten worden getroffen om legionella in de opwekkingsinstallatie te bestrijden.

Externe warmtewisselaar

Bij een warmtepompboiler vindt die bestrijding plaats door de voorgeschreven desinfectie (zie kader hieronder) of middels aanvullende technische maatregelen. Door het water in het boilervat bijvoorbeeld niet met een interne spiraal maar met een externe warmtewisselaar op te warmen, worden zowel het hele vat als het aangesloten leidingcircuit gedesinfecteerd. Daarnaast zijn er ‘alternatieve’ technieken ontwikkeld die inmiddels ook officieel zijn gecertificeerd (in de BRL-K14010), zoals UV-filtratie en koper/zilver-ionisatie. Bij toepassing van deze technieken mag onder strikte voorwaarden een minimale watertemperatuur van 50 °C (in plaats van 60 °C) worden gehanteerd. Dat zou in de toekomst tot aanzienlijke energiebesparing kunnen leiden, maar vooralsnog zijn de toepassingsmogelijkheden daarvoor te beperkt.

Hoogtemperatuur-warmtepompen

Behalve met een warmtepompboiler kan warm tapwater ook worden bereid met een hoogtemperatuurwarmtepomp (HT). Op verschillende locaties zijn inmiddels al collectieve HT-warmtepompen toegepast, waarmee het risico op legionella grotendeels wordt uitgesloten. Onlangs is ook een kleinschalige proef gestart met individuele lucht/water-warmtepompen die dankzij de toepassing van koudemiddel CO₂ een watertemperatuur van 70 °C kunnen maken. Daarmee kan tapwater worden gemaakt dat warm genoeg is om legionella te doden – en een ander voordeel is dat in bestaande woningen de ‘oude’ hoogtemperatuurradiatoren kunnen blijven hangen.
De komst van zulke hoogtemperatuur-warmtepompen is met name te danken aan ontwikkelingen op koudemiddelgebied. Een R410A-systeem kan met behulp van ‘vapor injection’ een hogere temperatuur bereiken, maar inmiddels zijn ook warmtepompen met natuurlijke koudemiddelen geïntroduceerd. Zo werkt de QAHV tapwater-warmtepomp van Alklima op CO₂ en levert Nathan een propaan-warmtepomp van alpha innotec, die een aanvoertemperatuut tot 70 °C kan leveren.

Regels rond desinfectie
In twee ISSO-publicaties zijn de regels met betrekking tot desinfectie van tapwaterinstallaties en leidingwerk beschreven. Daarbij gaat het om ISSO 30.5 (LegionellaCode woninginstallaties) en ISSO 55.1 (Handleiding Legionellapreventie in Leidingwater). In deze publicaties wordt wekelijkse desinfectie van de warmtepompboiler voorgeschreven. Daar zijn verschillende methoden voor. Het water in de boiler kan tot 70 °C worden opgewarmd waarna het minimaal 5 minuten op die temperatuur wordt gehouden, of worden opgewarmd tot 60 °C waarna het minimaal 20 minuten op die temperatuur moet blijven.

Ontwerpfouten in installatie

Verkeerd ontworpen leidingwerk kan voor thermische kortsluiting zorgen.

Betekenen systeemmaatregelen, regels rond desinfectie en de komst van hoogtemperatuurwarmtepompen nu dat het risico op legionella volledig wordt uitgebannen? Helaas is daar voorlopig geen sprake van. De opwekkingsinstallatie kan vrijwel zeker legionellavrij zijn, maar die installatie wordt nog altijd op leidingwerk aangesloten waarmee het nog weleens mis wil gaan. Zo hebben grote gebouwen steeds vaker een ringleiding die wordt gevoed door een (ht-)warmtepomp of warmtepompboiler, en bij de installatie van dat leidingwerk gaat het nog weleens mis. Als de leiding voor warm water bijvoorbeeld te dicht bij die voor koud water wordt aangelegd, ontstaat een zogeheten ‘hot spot’. Thermische kortsluiting zorgt er dan voor dat de koude leiding onbedoeld wordt opgewarmd.

Andere bouwtechnische problemen

Als de temperatuur van het koude water door zulke kortsluiting boven de 25 °C komt, levert dat een mogelijk besmettingsrisico op, bij de koude kraan waar dat niet wordt verwacht. Eenzelfde probleem kan zich voordoen bij de toepassing van vloerverwarming, een populair afgiftesysteem in woningen met een warmtepomp. Als het leidingwerk hiervan te dicht in de buurt van het tapwatercircuit wordt aangelegd, kan dit ook tot ongewenste opwarming van het koude water leiden. Andere bouwtechnische problemen die tot hogere risico’s leiden zijn lang leidingwerk (te veel afkoeling van warm tapwater), ‘dode leidingen’ (zonder doorstroming) en waterleidingen die in een verlaagd plafond worden aangelegd (opwarming door opstijgende warmte).

> Lees meer over warm tapwater:
Download de gratis white paper over dit onderwerp
• Eindgebruikers moeten wennen aan de warmwatercapaciteit van warmtepompen
• Warm tapwater vraagt meer aandacht, aldus Onno Kleefkens
• CO2-warmtepomp zorgt voor tapwater in opleidingscentrum

Reageer op dit artikel