nieuws

Kwart van recent opgeleverde nieuwbouwwoningen heeft warmtepomp

Sector

Van de woningen die sinds 1 juli 2018 zijn gebouwd, is naar schatting een kwart voorzien van een warmtepomp. Dat lijkt op gespannen voet te staan met het ‘aardgasverbod’ dat sinds die datum van kracht is, maar voor veel woningen was al voor 1 juli vorig jaar een bouwvergunning afgegeven. Bovendien hebben gemeenten bij 1.200 woningen een ‘uitzonderingsregel’ toegepast.

Kwart van recent opgeleverde nieuwbouwwoningen heeft warmtepomp

Zomer vorig jaar werd de Wet Voortgang Energietransitie van kracht. Volgens deze wet moeten alle nieuwbouwwoningen waarvoor op of na 1 juli 2018 een omgevingsvergunning is aangevraagd, aardgasvrij worden opgeleverd. Dat betekent echter niet dat alle woningen van na deze datum aardgasvrij zijn.

Lange doorlooptijd bij bouwprojecten

Bouwprojecten hebben vaak een lange doorlooptijd. Voor veel nieuwbouwwoningen die het afgelopen half jaar zijn opgeleverd, is al veel eerder een vergunning aangevraagd. Deze woningen vallen dus niet onder de genoemde wet en mogen op het gasnet zijn aangesloten. Daarnaast heeft de wetgever bedacht dat gemeenten een uitzondering op de wet kunnen maken. Bij ‘zwaarwegende redenen van algemeen belang’ kan het college van B&W een uitzondering maken, zodat ook woningen met een vergunningaanvraag van na 1 juli 2018 op het gasnet kunnen worden aangesloten.

‘Zwaarwegende redenen’ voor uitzonderingsclausule

Onlangs ging minister Ollongren naar aanleiding van kamervragen van Daniel Koerhuis (VVD) en Erik Ronnes (CDA) in op dit onderwerp. Op de vraag hoeveel woningen inmiddels op basis van de Wet Voortgang Energietransitie aardgasvrij zijn opgeleverd, moet de minister het antwoord deels schuldig blijven. Exacte aantallen kan ze daarover niet geven, stelt ze in haar beantwoording, maar ze kan wel een beeld schetsen over de mate waarin gemeenten gebruik hebben gemaakt van de uitzonderingsclausule. Die blijkt sinds 1 juli 2018 door 24 gemeenten te zijn toegepast, waardoor in totaal 1.200 woningen alsnog een gasaansluiting hebben gekregen. Welke ‘zwaarwegende redenen’ daar precies aan ten grondslag lagen, kan Ollongren ook niet aangeven: de verantwoordelijkheid voor die afweging ligt bij de B&W’s van de betreffende gemeenten.

‘Kostenvoordeel op de initiële investering’

Volgens minister Ollongren werd vorig jaar bij 1.200 woningen een beroep op de ‘uitzonderingsregel’ gedaan.

Een voorbeeld van zo’n ‘zwaarwegende reden’ is dat een woning niet – of alleen met forse vertraging – kan worden gerealiseerd als hij aardgasloos moet worden opgeleverd. Op de vraag wat het uitzonderen van een woning nu voor kosten- of tijdvoordeel oplevert, stelt Ollongren dat woningen in bepaalde gevallen sneller kunnen worden gebouwd als ze zijn uitgezonderd van de Wet Voortgang Energietransitie. Maar er kan ook “sprake zijn van een kostenvoordeel op de initiële investering”, stelt de minister. Ze verwijst daarbij naar een rapport van onderzoeksbureau DWA. Hierin werden vorig jaar voor een tussenwoning de investeringskosten in kaart gebracht die zijn gemoeid bij de keuze voor zes verschillende alternatieven voor aardgas. Die investeringskosten varieerden tussen de 5.000 en 15.000 euro – en dat bedrag wordt dus bespaard door een woning op het gasnet aan te sluiten.

Inzet van warmtepompen

Tot slot was een van de andere vragen die aan de minister zijn gesteld welke alternatieven – zoals warmtepompen en pelletkachels – sinds 1 juli zijn ingezet bij gasvrije nieuwbouw, en in welke mate ze zijn toegepast. “Ik heb geen precies beeld van de toegepaste verwarmingsmethoden bij gebouwde woningen die aardgasvrij zijn gebouwd”, aldus Ollongren. “Er is geen registratie van opgeleverde woningen voorhanden om deze informatie uit af te leiden.”
Wel kan de minister naar eigen zeggen een inschatting van de verdeling tussen verwarmingssystemen in nieuwbouwwoningen geven, op basis van vergunningaanvragen en de gemiddelde tijd die verstrijkt tussen zo’n aanvraag en de daadwerkelijke bouw van een woning. Daarbij komt de minister op de volgende percentages per systeem:

Verwarmingssysteem Percentage toegepast in nieuwbouw sinds 01/07/2018
HR-ketel    50 procent
Standalone warmtepomp    25 procent
Hybride warmtepomp    10 procent
Externe warmtelevering    15 procent
Biomassa (zoals pelletkachels)    0,3 procent

(Bron: Bewerking RVO op Bouwtrend. Let op: vanwege de langere doorlooptijd van de vergunningaanvraag tot aan de bouw zijn de data van grote appartementengebouwen (>200 woningen) onbetrouwbaar en daarom buiten beschouwing gelaten).

De brief met antwoorden van minister Ollongren kan hier worden gedownload.

Reageer op dit artikel