nieuws

‘Onduidelijkheid vermindert draagvlak energietransitie’

Sector

In 2050 moeten alle gebouwen in Nederland duurzaam worden verwarmd, maar er bestaat nog veel onduidelijkheid over de verantwoordelijkheden van overheid en burger, de verdeling van kosten en de mate waarin burgers straks zelf kunnen kiezen hoe zij hun huis verwarmen. Dat beïnvloedt het maatschappelijk draagvlak voor de energietransitie negatief, concludeert de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli) in zijn advies ‘Warm aanbevolen’

‘Onduidelijkheid vermindert draagvlak energietransitie’

Het rapport werd gisteren in ontvangst genomen door minister Ollongren van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. De Rli doet in dit advies voorstellen om de omschakeling van alle gebouwen op duurzame warmte sneller en met een groter draagvlak tot stand te brengen.

Warmtenetten en warmtepompen

Om alle Nederlandse woningen en bedrijven tussen 2021 en 2050 van het aardgas te halen, moeten elke werkdag gemiddeld 800 woningen overschakelen op duurzame warmte, is in het rapport te lezen. Daarvoor moet tijdig nieuwe warmte-infrastructuur worden aangelegd. In veel gevallen gaat het daarbij om een warmtenet dat warmte aan een complete wijk levert. In andere gevallen zal bij individuele woningen worden gekozen voor warmtepompen, waarvoor wellicht een versterkt elektriciteitsnet moet worden aangelegd.

Het advies ‘Warm aanbevolen’.

Verantwoordelijkheid van de overheid

De Rli stelt dat het een verantwoordelijkheid van de overheid is om te regelen dat de nieuwe warmte-infrastructuur wordt aangelegd, en dat dit tijdig geschiedt (uiterlijk 2040). De raad adviseert het kabinet om dit uitgangspunt vast te leggen. Vooral de gemeenten moeten zorgen voor de nieuwe warmte-infrastructuur, maar de rijksoverheid heeft volgens de raad ook een taak. De minister van Economische Zaken en Klimaat (EZK) moet de gemeenten helpen om het eigendom en de zeggenschap over de nieuwe warmte-infrastructuur goed te regelen. Bovendien moet het kabinet snel extra geld beschikbaar stellen.

‘Bewoners doen niet vanzelf mee’

Voor de noodzakelijke aanpassingen achter de voordeur zijn gebouweigenaren verantwoordelijk. De Rli concludeert dat er op dit moment veel behoefte is aan duidelijkheid voor gebouweigenaren en bewoners over de manier waarop woningen en bedrijven in de toekomst moeten worden verwarmd. Volgens de Rli hangt dit vooral af van de wijze waarop dat op de meest kosteneffectieve manier kan. De keuzevrijheid van burgers zal daardoor zeer beperkt zijn, en de overheid moet hierover duidelijk communiceren.

De voorzitter van de Rli overhandigt het adviesrapport aan minister Ollongren.

Aansluiten bij bestaande dynamiek

De bereidheid van eigenaren en bewoners om aan deze aanpassingen mee te werken is niet vanzelfsprekend. Gemeenten moeten daarom volgens de Rli bij de uitvoering van de energietransitie verbinding leggen met andere vraagstukken die spelen in de wijk en die mensen er daadwerkelijk ervaren, zoals onveiligheid of wateroverlast. Zoveel mogelijk aansluiten bij de bestaande dynamiek in de wijk kan het begrip voor de energietransitie vergroten. Het moet volgens de Rli een verplicht onderdeel zijn van de gemeentelijke warmteplannen.

Woninggekoppelde leningen

Voor het maatschappelijk draagvlak is verder noodzakelijk dat iedere gebouweigenaar in staat is om de overstap naar duurzame warmte te maken. Daarvoor helpt het als eventueel benodigde leningen niet aan de eigenaar, maar aan de woning worden gekoppeld. De Rli stelt voor dat de overheid de terugbetaling van deze leningen aan de banken garandeert via een nieuwe nationale energieleningengarantie. Ook vindt de Rli dat nu al veel sterker ingezet moet worden op energiebesparing. De raad pleit daarom voor een langjarige subsidieregeling om gebouweigenaren te stimuleren om dit te doen. De raad vindt ten slotte dat de overheid zelf ook het goede voorbeeld moet geven. Hij beveelt daarom aan om vast te leggen dat alle gebouwen van Rijk, provincies en gemeenten in 2040 CO₂-neutraal moeten zijn.

‘Eenduidig verhaal’

Meer duidelijkheid en een groter draagvlak beginnen volgens de raad met een eenduidig verhaal van het kabinet over het hoe en het waarom van de energietransitie van gebouwen. Dit verhaal moet niet alleen door het kabinet, maar ook door provincies en gemeenten worden uitgedragen. Een dergelijk aansprekend verhaal ontbreekt nu nog; het moet er volgens de Rli in 2019 zijn en zal daarna periodiek moeten worden herijkt.

Het advies is online te lezen via deze link.

> Leestip: De transitie naar een duurzame energievoorziening zorgt voor zo veel werkgelegenheid dat er waarschijnlijk ‘handjes’ tekort komen, zo stelde de Nederlandse Vereniging Duurzame Energie vorig jaar. 

> Leestip: Zo’n driekwart van de Nederlanders schat de kosten die nodig zijn om hun huis volledig van duurzame energie te voorzien te laag in.

> Leestip: Eerder dit jaar benadrukte Anke van Hal, hoogleraar Sustainable Building & Development ook al het belang van het creëren van draagvlak.

Reageer op dit artikel