artikel

Interview hoogleraar: ‘Verduurzaming van bestaande bouw verloopt veel te traag’

Sector

Andy van den Dobbelsteen, hoogleraar Climate design & Sustainability aan de TU Delft, vindt het Klimaatakkoord lang niet ambitieus genoeg, is geen voorstander van luchtwarmtepompen in dichtbevolkt gebied, en vindt dat er een einde moet komen aan het ‘gepolder met marktpartijen’. Van den Dobbelsteen is hoofdspreker op het Nederlands Warmtepomp Congres, dat op 9 oktober plaatsvindt in ‘s-Hertogenbosch.

Tekst: Gerard Vos en Bas Roestenberg

Interview hoogleraar: ‘Verduurzaming van bestaande bouw verloopt veel te traag’

Zijn de verduurzamingsplannen in het Klimaatakkoord ambitieus genoeg?
“Het aardgasloos maken van de gebouwde omgeving moet zonder meer voor 2040 geregeld kunnen worden. En het wordt ook snel financieel aantrekkelijk, nu de winning van Gronings gas stopt in 2022 en we duurder aardgas moeten importeren. De doelstelling uit het Klimaatakkoord om aardgasloos te zijn in 2050 is dus lang niet ambitieus genoeg. Overigens heb ik het dan nadrukkelijk over ‘aardgas’-loos, want helemaal gasloos hoeven we niet te worden. Voor een klein deel van de gebouwde omgeving kan uiteindelijk worden gekozen voor biogas, waterstof of synthetisch methaan.”

Over Andy Van den Dobbelsteen
Van den Dobbelsteen studeerde eind jaren tachtig Civiele Techniek, met als richting Bouwtechnologie. “Ik vond echt dat we iets met het milieu moesten gaan doen in de bouw. Later ben ik afgestudeerd op duurzame kantoren.” Al snel kwam hij als parttimer terecht bij Bouwkunde, promoveerde en werd hoogleraar. Sindsdien is Van den Dobbelsteen altijd aan de TU Delft verbonden  gebleven.


Wat is de beste strategie om Nederlandse gebouwen aardgasvrij te maken? Grootschalige inzet van warmtepompen?

“Als we los van het aardgas willen komen, zijn er drie mogelijke hoofdroutes: warmtenetten, all-electric met warmtepompen, of groen gas. Verder heb je nog wat tussenvormen, zoals hybride warmtepompen op groen gas, en warmtepompsystemen met een warmtenet voor de hoge temperaturen. Of warmtepompen op grote schaal moeten worden ingezet, hangt van de omstandigheden en het type warmtepomp af. Ik heb bezwaar tegen het gebruik van luchtwarmtepompen en airco’s in dichtbevolkte steden. Ten eerste kunnen ze geluidsoverlast veroorzaken, en daarnaast stoten luchtwarmtepompen in de zomer – als ze in koelmodus draaien – afvalwarmte uit in de buitenlucht. Als dat bij alle huishoudens in een stad gebeurt, krijg je ’s zomers een verergerd ‘urban heat island’-effect. Daarmee bedoel ik een vicieuze cirkel: koelen – warmte uitstoten – lucht opwarmen – meer koeling nodig, enzovoort. Daar komt bij dat luchtwarmtepompen een lagere efficiëntie hebben dan bodemsystemen, en in hartje zomer en winter voor een hoge stroomvraag zorgen die juist niet in de drukke binnensteden kan worden opgewekt. Ik heb daarom ook minder bezwaar tegen toepassing van luchtwarmtepompen buiten de dichtbebouwde gebieden. In minder compacte wijken, dorpen en buitengebieden waait de vrijkomende warmte makkelijker weg en is de geluidproductie een kleiner probleem. Bovendien heb je daar meer ruimte om eigen duurzame stroom op te wekken, om zo de wat lagere efficiëntie te compenseren.”

Wat is het alternatief in dichtbebouwde omgevingen? Op veel locaties kun je immers geen bodembronnen boren.
“De bodem is de meeste stabiele bron voor een warmtepomp, maar als daar geen gebruik van kan worden gemaakt zijn er verschillende alternatieven. Zo kan warmte en koeling met tussenkomst van een water/water-warmtepomp worden onttrokken aan kanalen, riolering of drinkwaterleidingen. Dan spreek je over aquathermie (zie kader, -red.). En daarnaast is er de restwarmte van andere stedelijke functies, en je kunt aan stadswarmtenetten denken. Op locaties waar warmtenetten en warmtepompen geen optie zijn, kan de toepassing van groen gas uitkomst bieden.”

Aquathermie
Uit de studie ‘Nationaal potentieel van aquathermie’ van CE Delft en Deltares blijkt dat aquathermie een aanzienlijke bijdrage zou kunnen leveren aan de transitie van de warmtevoorziening. Een relatief vaak toegepaste va­riant is die waarbij thermische energie uit oppervlaktewater (TEO) wordt gehaald en door een warmtewisselaar wordt gepompt om primaire warmte aan een warmtepomp te leveren. De warmtepomp waardeert die warmte op naar hogere temperaturen, voor verwarming of voor tapwater. Andere aquathermievarianten die in opmars zijn, zijn thermische energie uit afval/rioolwater (TEA) en uit drinkwater (TED).


Hoe groot is de potentie van aquathermie volgens u?

“Ik voorzie dat dit ‘een groot ding’ wordt in Nederland. Een gemeente als Amsterdam is er serieus mee bezig. Ze hebben honderden kilometers kade die moeten worden vervangen. Met het oog op aquathermie worden nu proeven voorbereid waarbij uitwisselmatten in de kademuren worden ingebouwd. Die uitwisselmatten bestaan uit registers van leidingen waar een vloeistof door stroomt om warmte mee uit te wisselen. Eigenlijk net als de leidingen in vloerverwarming, maar dan omgekeerd werkend.”

“Door de nadruk te leggen op de voordelen voor mensen kan het  draagvlak worden vergroot.”

Veel huizenbezitters lijken terughoudend als het om verduurzaming woning gaat. Hoe kan het draagvlak worden vergroot?
“Door de nadruk te leggen op de voordelen voor de mensen. Verduurzaming zorgt uiteindelijk voor een gezondere woning met lagere of zelf helemaal geen energie­lasten. Na de terugverdientijd van de maatregelen, doorgaans 5 tot 10 jaar, zorgen ze zelfs voor winst of in het geval van externe financiering voor lagere totale maandlasten. Daarbij raad ik warmtepompen aan bij woningen die met een lage of middentemperatuur kunnen worden verwarmd, in dat laatste geval eventueel aangevuld met piekbijstook via een hybride warmtepomp die in de toekomst op groen gas kan draaien. Warmtepompen kunnen immers zowel verwarmen als koelen, wat in het opwarmende klimaat steeds harder nodig is om een gezond binnenmilieu te krijgen. Al blijft daar voor de binnensteden wel het bezwaar bij bestaan dat ik eerder met betrekking tot luchtwarmtepompen noemde. Verder moeten we naar een combinatie zoeken van klimaatmitigatie (energietransitie, -red.), klimaatadaptatie (aanpassen aan extremen, -red.) en extra waardecreatie voor mens en milieu. Een voorbeeld van een plan waarbij die drie samenkomen, is mijn voorstel om de Friese energietransitie gepaard te laten gaan met het via warmtepompen onttrekken van warmte aan de Elfstedenroute. Daardoor bevriest het water in die route sneller, waardoor de kans groter wordt dat erop kan worden geschaatst. Het is een concept dat in elke stad met oppervlaktewater kan worden toegepast.”

Tot slot: hoe ziet u de toekomst als het om verduurzaming gaat? Is er reden voor optimisme?
“Op zich ben ik zeker optimistisch. Maar hoe succesvol de transitie verloopt hangt of staat voor een groot deel met de vraag of de grotere steden door kunnen en willen pakken. De tijd van het polderen met marktpartijen moet voorbij zijn, gemeenten zijn de enige partijen die onafhankelijk de maatschappelijke verantwoordelijkheid kunnen nemen. Dat levert een hoop gemor bij een deel van de burgers, maar het is wel de enige manier om de doelen te realiseren. Je hebt een metapartij nodig die boven alle burgers en bedrijven staat, zodat er geen individuele belangen meer doorheen lopen.”

Dit interview is mede gebaseerd op een eerder artikel op de website van Gawalo, waarin Van den Dobbelsteen uitgebreid aan het woord kwam.

Nederlands Warmtepomp Congres 2019

Meer weten over de visie van Andy van den Dobbelsteen? Op woensdag 9 oktober is hij hoofdspreker op het Nederlands Warmtepomp Congres, waar hij onder andere ingaat op de rol die de warmtepomp kan spelen in de warmtetransitie. Het Nederlands Warmtepomp Congres vindt plaats tijdens Vakbeurs Energie 2019 in ‘s-Hertogenbosch.
Meer informatie over het programma en de wijze van inschrijving voor het congres vindt u op de congreswebsite:
www.nederlandswarmtepompcongres.nl

Reageer op dit artikel