artikel

Interview: Frank Agterberg over kritiek op warmtepompen

Sector

In de media verandert de berichtgeving over warmtepompen de laatste tijd van toon. Volgens Frank Agterberg hoort die kritische benadering bij de fase waarin de markt zich bevindt. Om te zorgen dat het sentiment niet doorslaat, moeten leveranciers en installateurs van warmtepompen als ambassadeurs achter de techniek blijven staan, vindt de voorzitter van de Dutch Heat Pump Association en BodemenergieNL.

Tekst: Uko Reinders en Harmen Kamminga

Interview: Frank Agterberg over kritiek op warmtepompen

De media lijken de laatste tijd kritischer als het gaat om de toepassing van warmtepompen. Wat is er aan de hand?
“De commentaren die je hoort en leest, horen bij de huidige ontwikkelingsfase van de warmtepompmarkt. Tot nu toe ging het erom om aandacht krijgen en te zorgen voor het bewustzijn dat warmtepompen bestaan en wat ze kunnen. Tot nu toe hebben we in de markt vooral  innovatoren en early adopters als klant gehad. Dat zijn mensen die handelen uit duurzaamheidsoogpunt. Ze hebben zichzelf verdiept in de techniek en gingen op basis daarvan over tot aanschaf. Ze maken hun eigen verhaal en besluiten op basis daarvan of een warmtepomp wel of niet past. Deze doelgroep accepteert heel bewust de hogere kosten en kinderziekten, simpelweg omdat duurzaamheid een doelstelling is. Dankzij het klimaatakkoord, meer bekendheid, en aandacht in de media gaan we nu een nieuwe fase in. Volgens ‘het innovatieboekje’ bereiken we daarbij voor het eerst de early majority. Dat is een veel kritischer groep. Dit zijn mensen die echt goed kijken naar wat een warmtepomp kost en wat hij oplevert.”

De kritiek is echter niet alleen op de warmtepomp zelf gericht, maar ook op de benodigde aanpassingen in de elektriciteitsvoorziening.
“Je ziet dat partijen vanuit verschillende belangen een andere nadruk leggen. Wij leggen de nadruk graag op de positieve ontwikkelingen. Natuurlijk moet je ook naar het elektriciteitsnet kijken. Daarbij komen we bij het belang van de COP, dus het rendement op je elektrische hulpenergie. Met een relatief klein stroomnet kun je nog altijd veel warmte produceren, dat is per slot van rekening de hele toegevoegde waarde van zo’n warmtepomp. Anderen, die menen dat ze uiteindelijk last hebben van deze ontwikkeling, zullen roepen dat er iets mankeert. Dat zijn wellicht mensen die het graag hebben over waterstof als nieuwe energiedrager. Of over warmtenetten, waarmee je jezelf niet op individuele oplossingen richt, maar op iets collectiefs. Ik ga er echter stevig in vanuit het belang van onze leden, en benadruk dat we graag elektrificeren en daarbij een hoog rendement willen hebben. Daar zit overigens ook een sneer bij naar infraroodpanelen, want met een COP van 1 kun je alles elektrificeren, maar heb je heel veel stroom nodig.”

‘Volgens ‘het innovatieboekje’ bereiken we nu voor het eerst de early majority’

 

Hoe kijkt u naar alle andere mogelijke oplossingen om de woningbouw aardgasvrij te maken?
“Ik besef dat we het echt hebben over een transitie. In die zin sta ik er genuanceerd in. Zevenenhalf miljoen woningen en nog één miljoen andere gebouwen die in dertig jaar van het aardgas moeten; dat is een verhaal waar niet één oplossing voor is. Het is dus niet ‘de warmtepomp of iets anders’, en al die panden zijn ook niet morgen al afgekoppeld. Er zijn verschillende oplossingen, afhankelijk van wat er technisch en financieel mogelijk is. Dat laatste is een terechte zorg, ook Diederik Samsom (voorzitter van de Klimaatakkoord-sectortafel Gebouwde Omgeving -red.) heeft er de mond van vol. Overigens wordt wel heel snel gesproken over hoge kosten, alsof het enkel gaat om grondgebonden woningen met een particuliere eigenaar. Dat is meestal de groep die wordt aangesproken, ook al betreft het maar een deel van de gebouwde omgeving. Sowieso wordt vaak alleen over de kosten gesproken en niet over de business case, dus wat het oplevert. En zelfs niet over de total cost of ownership gedurende de levensduur. Die total cost of ownership maakt ons verhaal juist zo aantrekkelijk, al zit er soms ook een complexiteit in, bijvoorbeeld als je het over utiliteit hebt en er ‘split incentives’ spelen”.

Frank Agterberg (l) en Doekle Terpstra (Techniek Nederland), tijdens het Nederlands Warmtepomp Congres in 2018.

Wat vindt u van de huidige berichtgeving?
“Al met al vind ik de berichten vaak overtrokken en wordt het heel snel zwart/wit gespeeld: voor of tegen de warmtepomp, kosten in plaats van investeringen en opbrengsten. Er worden voorbeelden van mislukte projecten aangedragen alsof dat de standaardpraktijk zou zijn. Het wordt een kakofonie. Wat we daarmee met zijn allen bewerkstelligen, is dat iedereen – en zeker de doelgroep – steeds meer verward raakt door de mix van hele positieve en hele negatieve verhalen. Dat komt bedreigend over; mensen denken dat ze ‘iets moeten’ maar weten niet waar ze aan toe zijn, en dan horen ze ook nog eens verhalen over slechte installaties. Het gevolg is dat ze het advies van experts soms ook niet meer vertrouwen, en dat kan een negatieve spiraal opleveren.”

Hoe kan de warmtepompsector daar weer een positieve draai aan geven?
“Normaal gesproken moet zo’n ontwikkeling groeien. tegen de bestaande belangen van de gevestigde orde in. Als het goed gaat, krijg je op termijn kritische massa, er zijn dan zoveel positieve ervaringen dat het vanzelf loopt. Dat kan nu heel hard gaan, met het klimaatakkoord en de overheid die anderhalf miljoen huizen en ook nog de nodige utiliteitsgebouwen van het gas gaat halen. Eigenlijk verwacht ik dat we het tegen 2030 niet meer hebben over de warmtepomp als ‘iets nieuws’ of zelfs als ‘iets slechts’, maar dat we dan wel over de bult zijn.”

Het komt dus vanzelf goed?
“Nee, zeker niet vanzelf. Als het negatieve sentiment nu blijft hangen en doorslaat om vervolgens terug te komen in beleid en gebrek aan stimulans, kan het beeld ook zomaar kantelen. Daarmee bedoel ik dat warmtepompen niet meer het voordeel, maar juist het nadeel van de twijfel krijgen. Het gevolg zou zijn dat mensen niks doen en hun gasketel gewoon laten hangen, of dat warmtenetten – waar wel degelijk een stevige lobby voor bestaat – zwaar de overhand krijgen.

‘Er zijn verschillende oplossingen, afhankelijk van wat er technisch en financieel mogelijk is’

 

Bent u tegen warmtenetten als oplossing?
“Ik ben niet tegen warmtenetten, maar het moet niet vanzelfsprekend worden dat overal een warmtenet komt ‘tenzij voor een individuele oplossing wordt gekozen’. Zeker niet als die ‘individuele oplossing’ dan ook nog de bestaande gasketel is. Dat vanzelfsprekende is toch wel een beetje wat ik proef. Bijvoorbeeld in het laatste rapport van de  Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur over de maatschappelijke ontvangst en de sociaal-economische aspecten. Als je dat rapport leest, ademt het de sfeer van ‘warmtenetten, tenzij …’. Maar warmtenetten zijn geen goedkope concepten en op dit moment leveren ze restwarmte uit de industrie en van afvalverbranding. Dat zijn geen duurzame bronnen. Waar halen die warmtenetten straks duurzame warmte vandaan? Die vraag wordt nog onvoldoende beantwoord, en als er al een antwoord op komt wordt al snel over geothermie gesproken. Maar hoe reëel is het om te denken dat wat nu uit restwarmte wordt gehaald, straks uit duurzame bronnen kan worden onttrokken? Laat staan als dat allemaal geothermie moet zijn? Geothermie is een charmante methode, Maar als je goed naar de capaciteit kijkt, naar hoeveel systemen moeten worden aangelegd, en bedenkt dat er de nodige technische en economische vragen zijn, is het zeker niet zo dat we tegen 2030 een groot deel van de warmtevraag op die manier kunnen invullen.”

Met warmtepompen kan dat laatste wel?
“Je ziet concepten die in dat kader een interessante business case opleveren, bijvoorbeeld wko’s met warmtepompen, of hybride oplossingen met een soort miniwarmte- en koudenet. Dit is vaak ook eenvoudiger op te schalen dan geothermie in de gebouwde omgeving. Maar nogmaals: het is niet ‘het een of het ander’. Het is goed om realistisch te zijn en je af te vragen wat haalbaar is. Uiteindelijk zullen individuele oplossingen een rol moeten spelen, en daar is de toepassing van warmtepompen de belangrijkste van. Ik wil daar wel een oproep bij plaatsen. De markt lijkt in verwarring te raken en het wordt wellicht een een dubbeltje op zijn kant. Daarom roep ik iedereen op om ambassadeur te zijn van warmtepomptechniek.”

Hoe doet u dat zelf?
“Als warmtepompsector in de breedte zetten we bijvoorbeeld het Kennisplatform Warmtepompen op. Het initiatief daarvoor komt van het Nederlandse Platform Warmtepompen. Dat Kennisplatform wordt een plek die zichtbaar maakt wat er aan kennisontwikkeling op het gebied van warmtepompen gebeurt, en waar kennis bij elkaar komt en kan worden gedeeld. Er vinden veel kennisontwikkelingsprojecten plaats waarvan de resultaten niet altijd op de juiste plaats terechtkomen. Wij willen dat nieuwe platform graag positioneren als een plaats waar je kunt shoppen als je een serieuze prospect bent, of een journalist of politicus die wil zien hoe het nu écht zit met die warmtepomp. Het is ook bedoeld als tegenwicht voor publicaties die op zoek zijn naar verhalen die ‘het is niks en het wordt niks’ als insteek hebben.

‘Ik roep iedereen op om ambassadeur te zijn van warmtepomptechniek’

 

Zou zo’n platform helpen bij de beeldvorming?
“Ja, voor het serieuze publiek. Maar misschien niet voor de sensatiebeluste pers. Het is geen reclameplatform, we geven een overwogen antwoord aan degenen die echt willen weten hoe het zit. Onze sector is niet bij machte om het schreeuwerige geluid te pareren.”

Zou zo’n platform geen marketingbureau in de arm moeten nemen?
“Wellicht zou dat ooit kunnen, maar voor nu overweeg ik dat niet. We zijn een relatief kleine branche en niet genoeg communicatiecapaciteit. Bovendien gaat tegen elkaar schreeuwen volgens mij toch niet werken om mensen te overtuigen. Ons kennisplatform is bedoeld om degelijke antwoorden te geven. Overigens is drieëntachtig procent van de warmtepompgebruikers tevreden, volgens een enquête van tv-programma Radar. Dat is best veel, en het geeft aan dat de huidige schreeuwerigheid betrekking heeft op de uitzonderingen. Dat betekent uiteraard niet dat we sommige zorgen bagatelliseren. Bij het opschalen van de toepassing van luchtwarmtepompen moet het geluid van de buitenunits bijvoorbeeld worden gereguleerd.”

U bedoelt regulering vanuit de overheid, in de vorm van wetgeving?
“Ja, en die is ook onderweg. Het ministerie van Binnenlandse Zaken heeft een concreet voorstel ingediend om 40 decibel als geluidsgrens in te voeren. Het is goed dat er normen worden gesteld, al is er veel aan te merken op de hoogte van die norm. Hij maakt in het huidige voorstel geen onderscheid naar achtergrondgeluiden. In de binnenstad zou de norm hetzelfde worden als op het platteland, en ‘s nachts zou hij gelijk zijn aan overdag. In het buitenland heeft men daar nuancering in aangebracht.”

‘Drieëntachtig procent van de warmtepompgebruikers is tevreden. Dat is best veel’.

Zijn nieuwe regels voor geluidshinder een hulp, of juist een belemmering voor de toepassing van warmtepompen?
“Geluidshinder is een serieuze zorg en daar moeten wij als branche goed mee omgaan. In die zin zijn we ook zeker voor regulering, mits de regels werkbaar zijn. Diederik Samsom kan wel roepen dat warmtepompen de helft goedkoper moeten worden, maar dat gaat niet als er allerlei regulering overheen komt die deze systemen juist duurder maken. Zo wordt er ook gesproken over kwaliteitsborging en inspecties. Bij lucht/water-warmtepompen is daar nu niets wettelijk voor geregeld, er zijn alleen vrijwillige richtlijnen. Stel dat er nu voor lucht/water-warmtepompen regelgeving komt zoals die ooit voor bodemsystemen is ingevoerd; dan worden de systemen een stuk duurder. Dat gaat in tegen de roep om de warmtepomp beter betaalbaar te maken.”

Maar is zulke regelgeving niet noodzakelijk voor het vertrouwen in de techniek?
“Je hoort me niet zeggen dat er niks moet gebeuren. Maar je kunt niet alles op het niveau van de apparatuur regelen, want zoals ik net al zei worden systemen dan te duur. Wel moet het kennisniveau van installateurs bijvoorbeeld omhoog. Het goed aanleggen van installaties kan veel potentiële problemen op het gebied van efficiëntie, kwaliteit en geluid op voorhand verhelpen. We werken daarom bijvoorbeeld samen met Techniek Nederland aan een goede basisopleiding voor installateurs. Als op dat gebied een standaardisatieslag plaatsvindt, zullen de anti-voorbeelden echte uitzonderingen worden. Daarnaast moet bouwregelgeving beter wordt afgesteld op klimaatregelgeving. We hebben het tot nu toe veel gehad over de reputatie van warmtepompen, maar de markt wordt in grote mate gestuurd door regulering met betrekking tot de energieprestatie van gebouwen. Denk aan de toekomstige BENG-eisen en de daarvoor te gebruiken rekenmethodes in de NTA8800.”

Is er straks nog wel ruimte voor warmtepompen, als waterstof als nieuwe energiedrager wordt ingezet?
“Mijn indruk is dat waterstof op termijn een goede vervanger van aardgas kan zijn, als chemische opslag voor energie. Maar in eerste instantie zal de industrie er gebruik van maken, ruim voordat het kan worden ingezet voor de verwarming van gebouwen. In de tussentijd zijn nog de nodige kwesties op te lossen rond de veiligheid van het transport en de opslag van waterstof. Er zijn pilots geweest die laten zien dat het kan, maar ik zie waterstof binnen de komende tien jaar niet als grootschalig alternatief voor gebouwverwarming. Bovendien heeft waterstof nu nog een fossiele oorsprong. Ik denk dat we in de gebouwde omgeving echt naar elektriciteit als nieuwe basis moeten. Daar moet een heel efficiënte slag bij worden geslagen. Voor de warmtepompsector wordt 2019 in dat opzicht een interessant jaar waarin we snelle ontwikkelingen zullen zien.”

> Leestips:
Klimaatakkoord is ‘een banenmachine’
Regering en planbureaus geven boost aan warmtepompen
Warmtepompgebruiker bij Radar: wat ging er mis?
Regelgeving geluid maakt warmtepompen duurder

Reageer op dit artikel