artikel

Plannen voor een aardgasvrij Nederland

Sector

Er is veel over gesproken en inmiddels staat het vast: de komende decennia gaat het aardgas in de ban. Hoewel het volgens critici een illusie is dat Nederland in de komende decennia volledig fossielvrij wordt, is er een ontwikkeling in gang gezet. Waar steekt de nationale overheid op in, hoe wordt dit lokaal opgepakt, en voor Nederlanders misschien wel de belangrijkste vraag: wie gaat de transitie van gas naar duurzaam betalen?

Plannen voor een aardgasvrij Nederland

Tekst: Bas Roestenberg

Eind februari kondigde de regering het nationaal Klimaatakkoord aan, een roadmap waarin staat hoe de energietransitie vorm wordt gegeven. Net als bij het Energieakkoord uit 2013 gaat de rijksoverheid in conclaaf met maatschappelijke organisaties, het bedrijfsleven en lagere overheden, om tot afspraken te komen over de manier waarop de Nederlandse CO2-uitstoot tot 2030 met 49 procent wordt teruggedrongen. Overleg hierover wordt in vijf zogeheten ‘sectortafels’ gevoerd, waarbij per sector (industrie, mobiliteit, de gebouwde omgeving, elektriciteit en landbouw & landgebruik) CO2-reductiedoelstellingen worden afgesproken. Eind dit jaar moet er een definitief akkoord zijn, dat vanaf 2019 wordt uitgevoerd.

Gebouwde Omgeving
Zonder twijfel is de transitie naar aardgasvrije verwarming een van de hoofdonderwerpen op de agenda van de ‘Gebouwde omgeving’-tafel. In het regeerakkoord van Rutte III werd eerder al een voorzet op de ambities gegeven: aan het einde van deze kabinetsperiode moeten minimaal 30.000 aardgasvrije of ‘aardgasvrij-ready’ woningen zijn gerealiseerd. Een belangrijke rol daarbij wordt vervuld door lagere overheden: het kabinet maakt als ‘regisseur’ afspraken met gemeenten over de manier hoe ze een ‘aardgasvrije omgeving’ gaan realiseren. 2050 geldt daarbij als ijkpunt: in dat jaar moeten alle wijken in Nederland van het gas zijn afgesloten.
Nu is 2050 is nog 32 jaar van ons verwijderd, maar een simpele rekensom leert dat het een torenhoge ambitie is. Uit onderzoek van Natuur & Milieu bleek afgelopen jaar dat twee van de drie woningen die de komende jaren worden gebouwd, ‘gewoon’ nog op het gasnet worden aangesloten. Dat zijn gemiddeld zo’n 1.000 woningen per week die aan het gas gaan. Om de 2050-ambitie van het kabinet te halen, moeten echter 1.000 woningen van het gas worden afgekoppeld: en dan niet per week, maar per dag.

Aansluitplicht
Duidelijk is dat op heel korte termijn een flinke omslag moet worden gemaakt. De vraag of het allemaal haalbaar is, zal moeten blijken, maar in ieder geval worden nu de eerste stappen gezet. Een kleine mijlpaal daarbij is de Wet Voortgang Energietransitie, die onlangs werd aangenomen in de Tweede Kamer. Hierin is opgenomen dat de gas-aansluitplicht vervalt. Daarmee verdwijnt de plicht van een netbeheerder om woningen op het gasnet aan te sluiten als de gemeente of vastgoedontwikkelaar daar om verzoekt. Wanneer de nieuwe regeling in werking treedt, is nog niet bekend, eerst moet de Eerste Kamer zich er nog over buigen. De kans bestaat dat dit nog in 2018 zal gebeuren, zodat de aansluitplicht volgend jaar definitief vervalt. Dat zou tot grote tevredenheid stemmen onder netbeheerders, die al jaren van deze plicht af willen. Een nieuwe gasaansluiting heeft een levensduur van ongeveer 40 jaar; als over ruim 30 jaar heel Nederland gasvrij moet zijn, levert dat dus versnelde afschrijving en kapitaalvernietiging op.

Green Deal
Netbeheerders roeren overigens al langer de trom als het om de energietransitie gaat, en niet alleen op eigen initiatief. In 2017 werd de Green Deal ‘Aardgasvrije wijken’ opgestart, waarin netbeheerders, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en 31 gemeenten samenwerken om de ontwikkeling van aardgasvrije wijken te stimuleren. Het is de bedoeling dat ze samen knelpunten uit de weg ruimen, bijvoorbeeld op het gebied van wetgeving of financiering, en bijdragen aan draagvlak onder de bevolking. Uiteindelijk moet de kennis die binnen de Green Deal wordt opgedaan worden ingezet voor een nog op te richten Expertisecentrum Warmtetransitie. Binnen deze Green Deal is dus ook een groot aantal gemeenten actief. Ondank de aangekondigde ‘regie vanuit de rijksoverheid’ geven ze vooralsnog vooral zelf invulling aan de manier waarop ze hun wijken aardgasvrij willen maken. Drie voorbeelden ter illustratie:

1. Amsterdam
Van de ongeveer 430.000 woningen in Amsterdam zijn er 350.000 zijn aangesloten op het gasnet. De meeste van de overige 80.000 staan in nieuwbouwwijken die, een enkel project uitgezonderd, zijn aangesloten op stadsverwarming. Naast het bestaande stadswarmtebeleid voor nieuwbouw wordt in Amsterdam inmiddels ook uitvoerig gesproken over het gasloos maken van bestaande woningen. De insteek van de gemeente is daarbij ‘techniekvrij’: het doel is belangrijker dan de manier waarop het gebeurt. Vanuit die gedachte is ook een nieuwe subsidieregeling opgezet. Sinds september 2017 kunnen Amsterdammers tot 5.000 euro subsidie krijgen als ze hun woning van het gasnet koppelen, of tot 8.000 euro als het resultaat Nul-op-de-meter is. Daarbij maakt het niet uit of ze vervolgens voor stadswarmteaansluiting, een warmtepomp of infraroodpanelen kiezen. De 5 miljoen euro in de subsidiepot is genoeg voor het omturnen van een paar honderd woningen. Daarmee lijkt het vooral een symbolisch middel, al is het wel onderdeel van een breder pakket om bewoners voor te bereiden op een gasloze toekomst. Zo werd begin maart een gemeentelijke bewustvormingscampagne rond dit onderwerp gestart.

2. Rotterdam
De gemeente Rotterdam telt ongeveer 310.000 woningen, waarvan er 263.000 op aardgas zijn aangesloten. Om dit aantal in 2050 tot nul terug te brengen, moeten jaarlijks gemiddeld 8.000 woningen worden afgekoppeld. Net als Amsterdam zet Rotterdam daarbij voor een belangrijk deel in op stadswarmte, niet alleen voor nieuwbouw maar ook voor bestaande bouw. Daarbij richt de stad zich in eerste instantie minder op woningbezitters en meer op woningcorporaties. De gemeente werkt samen met Nuon, Eneco, Stedin en een aantal van die woningcorporaties om te onderzoeken hoe de transitie moet worden vormgegeven. Drie jaar geleden werd in dat kader een proefgebied met twee woonwijken aangewezen die worden overgezet op stadswarmte. Daarnaast is vorig jaar gestart met de samenstelling van een ‘wanneerkaart’. In die kaart wordt ingetekend wanneer er grote werkzaamheden aan het energienet of het riool zijn gepland, zodat het gasloos maken van straten daar op kan worden afgestemd. In Rotterdam mag een straat namelijk maar één keer per vijf jaar worden opgebroken. Inmiddels is de gemeente net als Amsterdam een bewustvormingscampagne voor de bewoners gestart. Gezien de stadswarmte-insteek van de gemeente is het overigens opmerkelijk dat daarbij evenveel aandacht uitgaat naar all-electric (warmtepomp)oplossingen als naar stadswarmte.

3. Utrecht
Van de ongeveer 175.000 woningen in Utrecht zijn er ruim 130.000 aangesloten op aardgas. Bij het aardgasvrij maken van deze woningen kiest Utrecht er nadrukkelijker voor om bewoners te betrekken. De gemeente uit al langer de wens dat nieuwe woningen niet meer op aardgas worden aangesloten, maar stelt dat men in veel gevallen nog steeds gebonden is aan de aansluitplicht – die binnenkort hoogstwaarschijnlijk vervalt. Met betrekking tot de bestaande voorraad wordt Overvecht-Noord als voorbeeldproject naar voren geschoven. In deze wijk met ongeveer 7.000 woningen heeft 83 procent een aardgasaansluiting. Een groot deel van het leidingwerk daarvan moet de komende jaren worden vervangen, maar de gemeente en de netbeheerder beschouwen dat als toekomstige kapitaalvernietiging. Er zijn daarom concrete plannen ontwikkeld om de hele wijk gefaseerd van het gas te halen, zodat alle woningen in 2030 zijn aangesloten op stadsverwarming of voorzien van een warmtepomp.

Financiering
Het gasloos maken van woningen levert niet alleen beleidsmatige discussies op, maar ook de typisch Nederlandse vraag ‘Wie gaat dat betalen?’. Daarbij gaat het niet zozeer om de paar honderd euro ‘afkoppelboete’ die netbeheerders berekenen voor het afkoppelen van een woning; dat is hooguit een principezaak. De overstap naar een alternatieve energievoorziening is in financieel opzicht veel interessanter: de kosten van aansluiting op een warmtenet lopen richting de 10.000 euro per woning, en de ombouw van een huis naar all-electric kan tienduizenden euro’s kosten.

Transitie
Dat roept de vraag op wie er voor die transitie gaat betalen. Begin dit jaar ontstond commotie rond dit onderwerp, naar aanleiding van onderzoek dat bureau Ecorys had uitgevoerd in opdracht van Milieudefensie. Uit dat onderzoek bleek dat de eigenaar van een bestaande ‘gemiddelde’ rijtjeswoning 18.000 euro kwijt is als hij zijn woning voorziet van een warmtepomp en de nodige extra isolatie. Volgens Ecorys zullen met name de lagere en middeninkomens met een koophuis op plekken waar geen collectieve oplossing is, de komende jaren veel moeten investeren. Subsidies dekken maar een klein deel van die kosten, en bovendien is er lang niet genoeg subsidiegeld om hierin te voorzien. Conclusie: mocht de overheid als onderdeel van de 2050-doelstelling verplichte verduurzaming opleggen aan huiseigenaren, dan zullen grote groepen huiseigenaren in financiële problemen komen, tenzij de overheid bijspringt.

Klimaatakkoord
Over de vraag of en op welke manier de overheid bij zal springen, laat het kabinet echter nog weinig los. “Dat moet duidelijk worden in het nieuwe klimaatakkoord”, stelde CDA-Kamerlid Agnes Mulder in een artikel in het Algemeen Dagblad. “Het gaat om de hele woningvoorraad tot 2050. Om nu het prijskaartje van die 18.000 euro erop te plakken vind ik nog te vroeg. Dit zijn nog schattingen.” Overigens wordt in het huidige regeerakkoord wel gesproken over de optie van ‘gebouwgebonden financiering’. Daarbij gaat het om leningen die worden gekoppeld aan de woning. Het voordeel van zo’n constructie, die juridisch ingewikkeld ligt, is dat een lening een veel langere looptijd kan krijgen dan als hij wordt gekoppeld aan de eigenaar. Met de lening kunnen maatregelen worden gefinancierd die voor een besparing op energiekosten zorgen, zodat met dat geld de lening en bijkomende rente worden afgelost.

Reageer op dit artikel