artikel

Gasloos wonen in bestaande bouw; de uitdagingen zijn groot

Sector

Van het gas af, de warmtepomp aan. Ook in bestaande bouw. Maar dat gaat niet zonder slag of stoot, want zonder een goed geïsoleerde schil heeft een overstap nauwelijks zin. Bovendien verdient de keuze voor het juiste systeem de nodige aandacht. “Mensen moeten durven te investeren.”

Gasloos wonen in bestaande bouw; de uitdagingen zijn groot

Tekst: Martijn Louws

De energietransitie is in volle gang. In veel nieuwbouwprojecten worden woningen standaard voorzien van een warmtepomp in plaats van de traditionele cv-installatie. Maar alleen daarmee is Nederland er niet. Om te voldoen aan het klimaatakkoord van Parijs moeten alle huishoudens in 2050 aardgasloos zijn. Dus ook bestaande woningen moeten over op een duurzame warmtevoorziening.

Dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan, omdat nog steeds 94 procent van de Nederlanders op het aardgasnet is aangesloten. Dat zijn ruim 7 miljoen woningen. De komende decennia moeten dus heel wat gebruikers van het gas af. “En dat kan ook”, zegt Ronald Herngreen van het in Nijmegen gevestigde installatiebedrijf Het Binnenklimaat.

Hij installeert veel warmtepompen in bestaande woningbouw. “Weet je wat het is, veel installateurs durven het niet aan omdat ze bang zijn dat bijvoorbeeld een lucht/waterwarmtepomp in de winter niet voldoende warmte levert. Maar ik weet uit ervaring dat het prima gaat. Een vermogen van 5 kW is al prima, ook voor grotere, goed geïsoleerde woningen.”

Warmteverliesberekening
Herngreen doelt op de zogenaamde ‘transmissieberekening’, ook wel bekend als ‘warmteverliesberekening’. In deze berekening worden de extreme factoren uitgezet, en het verlies van de warmte van binnen naar buiten in kaart gebracht. Hierbij is uiteraard bepalend hoe goed het pand geïsoleerd is en bijvoorbeeld hoeveel er wordt geventileerd. Al deze factoren worden meegenomen in de berekening.

“De vraag is altijd wat een lucht/waterwarmtepomp afgeeft bij een buitentemperatuur van -10°C, of als het een bodemwarmtepomp is, wat deze afgeeft bij een bron van 0°C. Maar hoe vaak komt die -10°C nu voor? En als dat zo is, dan kan men altijd de bovenverdieping even afsluiten, als dat al niet is gedaan. Hierdoor gaat er meer vermogen en dus warmte naar de benedenverdieping.”

Een andere oplossing is volgens Herngreen de warmtepomp combineren met elektrisch verwarmen of met een cv-installatie om de pieken op te vangen. “Dat gebeurt al ontzettend veel, en werkt prima. Bovendien verwacht ik veel van de nieuwe koudemiddelen die men momenteel aan het ontwikkelen is. Dat zal de werking van een warmtepomp aanzienlijk optimaliseren, waardoor voor steeds meer huizen een warmtepomp interessant wordt.”

Lucht/waterwarmtepomp
Barend Schermers waarschuwt voor te veel optimisme. “Je ziet een enorme hang naar de lucht/waterwarmtepomp bij bestaande bouw, maar of de gebruikers daarmee tevreden zijn, hangt heel erg af van een vakkundige installatie.” De reden dat de lucht/waterwarmtepomp in trek is, laat zich volgens Schermer raden: “Het is een goedkopere oplossing dan een water/waterwarmtepomp, waarvoor men de grond in moet. Bovendien mogen alleen gecertificeerde bedrijven een installatie maken met een bodemgebonden warmtepomp. Dat geldt zowel voor het ondergrondse als bovengrondse deel van deze installatie. Voor een lucht/waterinstallatie is er geen certificeringsplicht.”

Dat die certificering er niet is voor de lucht/waterwarmtepomp baart de ondernemer zorgen. “Er ontstaat een wildgroei, terwijl juist een vakkundige en degelijke installatie nodig is voor een succesvolle omschakeling van de traditionele cv-installatie naar de warmtepomp. Ik ben bang dat de ervaringen van consumenten straks negatief uitpakken, hetzelfde als destijds bij de water/waterwarmtepomp het geval was.”

BRL 6000-21-certificaat
Om wildgroei in dat segment van de markt tegen te gaan, en ervoor te zorgen dat systemen efficiënter functioneren door een goed ontwerp en onderhoud, heeft de overheid de AMvB Bodemenergie opgesteld. Daarin is een erkenningsplicht opgenomen voor iedereen die bodemenergiesystemen ontwerpt, installeert of beheert.

Voor het beheer van het bovengrondse deel heeft de beheerder een BRL 6000-21-certificaat nodig. Voor het ondergrondse deel is de BRL 11000 ontwikkeld. Ook wordt geëist dat werkzaamheden worden uitgevoerd door gediplomeerde medewerkers. “Voor de lucht/waterwarmtepomp is zo’n certificaat eigenlijk ook wenselijk, om het kaf van het koren te scheiden.”

Mede om die reden denkt Schermer dat er nog een lange weg te gaan is in de energietransitie voor de bestaande bouw in Nederland. “De installateur speelt een belangrijke rol. Niet alleen door deugdelijk en vakkundig werk te leveren, maar ook door klanten goed te adviseren. Als men nu een cv-installatie moet vervangen, dan moet het advies ook gaan over de warmtepomp. En nee, dat hoeft echt niet te betekenen dat die meteen moet worden vervangen. Het zou zo kunnen zijn dat dit nog helemaal niet zinvol is, om-dat de schil eerst moet worden geïsoleerd. Maar consumenten moeten er wel van op de hoogte zijn dat de eisen snel veranderen, en dat duurzame energie straks de norm is.”

Aansluitverplichting
Het is niet duidelijk of we straks verplicht worden van het gas af te gaan. De wet schrijft nu nog voor dat iedereen die dat wil aangesloten moet worden op het aardgasnet. Deze aansluitverplichting wil het Rijk echter uit de wet halen. Daarvoor in de plaats moet een soort warmterecht terugkomen, zo vertellen deskundigen. Huishoudens krijgen het recht op een alternatieve energievoorziening, zoals aansluiting op een warmtenet of een zwaarder elektriciteitsnet.

Wel zeker is dat het steeds moeilijker zal worden om op het gasnet te blijven. Zo ligt er een initiatiefwet om aardgas voor nieuwbouw in de ban te doen. Ook kunnen we een verbod op nieuwe gasketels verwachten, zoals ook in Denemarken is gebeurd.

Jos Maree van Jos-Tech wordt om die reden volgens eigen zeggen veel gevraagd om offertes voor de plaatsing van warmtepompen uit te schrijven. “Maar als puntje bij paaltje komt, doet men het toch niet, en wordt toch vaak de klassieke cv-ketel geïnstalleerd”, zegt hij.

En waar loopt het dan op stuk? “Op de prijs. Het plaatsen van de warmtepomp met alle extra werk dat daarmee gepaard gaat, zoals de leidingen, is vaak toch drie tot vier keer duurder voor de consument dan het laten plaatsen van een cv-ketel. En er zijn natuurlijk wel subsidies, maar men vindt dat toch allemaal lastig en onoverzichtelijk”, aldus Maree.

2def

Plaatsing warmtepomp
Een belangrijk ander aspect, waar hij ook tegenaan loopt, is er één van praktische aard. “Waar vind je de ruimte voor de plaatsing van een warmtepomp met een binnen- en buitendeel? In nieuwbouw wordt er vaak technische ruimte gecreëerd in het huis, in be-staande bouw is dat er vaak niet. De cv-ketel hangt op de zolder, achter een deur. Het liefst nog in een klein hoekje. Daar kun je vaak niet uit de voeten als installateur van een warmtepomp.”

Maree heeft zelfs voorbeelden waarop de plaatsing van een lucht/waterwarmtepomp vanwege het gebrek aan ruimte afketste. “Die mensen hadden stadsverwarming. Nou, de maandelijkse lasten die daarmee gepaard gaan, zijn best fors tegenwoordig. Dus men wilde over op een warmtepomp, maar er was geen ruimte voor het buitendeel in die stadswoning.” Als Maree installeert, dan is het vaak een lucht/waterwarmtepomp. “Dat is wel zo makkelijk. Maar inderdaad, je moet het heel goed doorrekenen. En als er geen vloerverwarming beneden aanwezig is, dan begin ik er al vaak helemaal niet aan. Dan kom je in de winter echt tekort.”

Eenzelfde geluid is te horen bij John Vissers. Hij heeft zijn eigen installatiebedrijf in het Brabantse Berlicum. Ook hij krijgt veel aanvragen, en ook bij hem gaat het meestal mis als de prijs ter sprake komt. “Ja, tien- tot vijftienduizend euro is niet niks. Daar stappen mensen niet zomaar overheen.” Bovendien, zo ervaart hij, is het dat niet alleen. “De meeste huizen zijn niet goed geïsoleerd, daar moet men dan eerst mee aan de slag. De spouw, het glas, het dak, de vloer; noem het maar op. Dat kost vaak ook al een hoop geld.”

> Dit artikel verscheen eerder in Vakblad Warmtepompen nr 06-2017

Reageer op dit artikel