nieuws

EPC: vriend van de warmtepomp?

Geen categorie

EPC: vriend van de warmtepomp?

De energieprestatiecoëfficiënt is sinds 1 januari netjes volgens planning verlaagd van 0,6 naar 0,4. Maar het lijkt er niet op dat de energiekosten voor verwarming veel zullen dalen. Met tien pv-panelen op het dak is de epc-berekening ook sluitend te krijgen. De elektriciteitsrekening voor bewoners daalt significant, maar wat als in 2020 het salderen verdwijnt?

Bij iedere epc-aanscherping zijn leveranciers van de energie-efficiënte warmtepomp in jubelstemming. Want een aanscherping zou wel eens de doorbraak van de grondgebonden warmtepomp in de woningbouw kunnen zijn. Of het nu de aanscherping van 1,2 naar 1,0 was in 2000, of de latere dalingen naar 0,8 en 0,6 tot 1 januari 2015, de verwachting van warmtepompimporteurs, producenten en duurzame installateurs zijn hooggespannen. Maar steeds weer bleken gelijkwaardigheidsverklaringen op cv-ketels, douchewater-WTW’s of stevige isolatie en drielaagsglas de bottleneck. Met een oerwoud aan gelijkwaardigheidsverklaringen lukt het veel woningontwerpers om bij elke epc-aanscherping de warmtepomp buiten de deur te houden. De warmtepomp met bodembron moet het nu vooral hebben van het gemeentelijk beleid om een woonwijk all-electric in te richten, dus zonder aardgasleidingen in de grond.

Zonnepanelen

Met een epc van 0,4 lijkt wel erg lastig om met een cv-ketel de epc sluitend te krijgen. Toch? Opnieuw blijkt dat niet het geval. Het toverwoord is ditmaal zonnepanelen. Door de prijsdalingen van de afgelopen 3 jaar is een dak vol pv-panelen voor minder dan 4000 euro te realiseren. En ook de elektriciteitsrekening daalt significant. Want 12 of 14 panelen wekken op jaarbasis zomaar 3000 kWh op, terwijl het gemiddeld elektraverbruik op 3500 kWh ligt. Uit recente publicaties en internetberichten blijkt dat grote woningbouwers al helemaal op deze toer zitten, maar ook kleinere woningbouwers en adviseurs focussen hierop. Het financiële rekensommetje klopt ook wel, omdat bewoners profiteren van het salderen. Wat ze vooral zomers teveel opwekken verdwijnt in het openbare elektriciteitsnet en in de winter mogen ze het er gratis uithalen. Maar er dreigt een kink in de salderingskabel te komen. De overheid loopt namelijk veel energiebelasting mis, en netwerkbeheerders vinden het onterecht dat consumenten hun elektriciteitsnet als gratis accu gebruiken. Bovendien moeten ze bij een concentratie van woningen met zonnepanelen het net verwarren. Kabels en trafo in de woonwijk zijn berekend op een gelijktijdige afname van 1100 watt per huis. Een dak vol zonnepanelen dumpt in de zomer wel 2500 tot 3000 W in het net. Als iedereen dat in een straat doet, geeft dat ongewenste spanningsopdrijving, waardoor omvormers zelfs kunnen afslaan.

Wilt u meer actuele informatie over dit onderwerp? Kom dan op 7 juni naar het Nederlands Warmtepomp Congres in Veenendaal.

Trias Energetica

Warmtepompen lijken bij de recente epc-aanscherping het niet gemakkelijker te krijgen, terwijl de randvoorwaarden een warmtepomp meer rechtvaardigt dan ooit. Tenminste: voor wie het goed doet en de nadruk legt op de warmtebehoefte van de woning volgens de Trias Energetica. Dat betekent in de eerste plaats de woning voorzien van stevige isolatie met een zorgvuldige aanpak van koudebruggen en de plaatsing van gebalanceerde ventilatie met warmteterugwinning. Wie zo’n woning ontwerpt, en een warmteverliesberekening op het casco loslaat, ontdekt de woning nauwelijks meer een warmtevraag heeft. Het piekvermogen bij -10°C, het ijkpunt voor de warmteverliesberekening, komt uit op 2 kW voor een appartement of tussenwoning. Dat is net zoveel als een elektrisch straalkacheltje, en die hoeft alleen bij zeer strenge vorst continue te branden. Een hoekwoning heeft iets meer warmte nodig, namelijk zo’n 3 kW. Bij zo’n warmtevraag is een dure warmtepomp van 6 of 8 kW overbodig en volstaat een kleinere bodemgebonden warmtepomp met ondiepere verticale bron of horizontale warmtewisselaar. Juist het speelveld van kleine warmtepompen is afgelopen tijd toegenomen. Ochsner heeft een kleine ronde warmtepomp van 2,7 kW ontwikkeld met horizontale koperen warmtewisselaar. Het is nog primair een warmtepompboiler, die warm tapwater van 60°C bereidt. Maar via een mengcircuit kan de woning worden verwarmd. Het is een kwestie van tijd totdat deze mini-warmtepomp direct laagtemperatuur cv-water maakt. Het prijskaartje van de Ochsner gaat in de richting van een hr-ketel.

Forse schoenendoos

Op de Energiebeurs in Den Bosch drukte importeur DHS zelfs de introductieprijs van 1995 euro af in de brochure. GeoHolland importeert de Shoebox-warmtepomp van 3 kW. De naam verraadt al dat de warmtepomp nauwelijks groter is dan een forse schoenendoos. Dan zijn er ook nog keukenkast-warmtepompen, onder meer van Itho Daalderop en Alpha Innotec, Inventum heeft zijn ventilatiewarmtepomp Ecolution die eigenlijk is gemaakt om de cv-ketel te ondersteunen en ondersteunt daarmee woningconcepten waarbij de ventilatiewarmtepomp de volledige laagtemperatuurverwarming voedt. Alleen in koude dagen springt daarbij een elektrisch verwarmingselement bij. Itho Daalderop heeft nog de HP Cube; een hybride toestel met modulair aangebouwde cv-ketel, maar het toestel kan voor laag-energiewoningen ook zonder cv-ketel worden gelegd, dus alleen met warmtepomp die gebruik maakt van een mix van ventilatielucht en buitenlucht. En ook het aanbod van lucht/water-warmtepompen met een buitenunit van 2-4 kW is enorm. Bovendien hoef je bij zo’n goed geïsoleerde woning niet echt zorgen temaken over het rendement in vorstperiodes. Hoewel de meningen verdeeld zijn, is een luchtwater-warmtepomp in vrieskou niet echt een topscoorder qua rendement. Maar goed, bij zo’n laag afgiftevermogen is het helemaal niet erg dat de COP tot 2 daalt. Bij 3 kW aan warmte die uit een warmtepomp komt, komt er nog maar zo’n 1,5 kW uit het stopcontact.

Dak vol zonnepanelen

Een goed geïsoleerd huis met een kleine warmtepomp en zonneboiler is op termijn een betere investering dan een zogenaamde nul-op-de-meter-woning, waarbij de energierekening wordt weggesaneerd door het dak vol zonnepanelen te leggen. Elk zichzelf respecterende aannemer of adviesbureau haakt in op het fenomeen nul-op-de-meter en ook vakbladen doen kritiekloos verslag van de vele initiatieven van de energienotaloze woning. Soms wordt ook het elektraverbruik van de warmtepomp wordt gecompenseerd. Sommige woningbouwers zien door afspraken met energiebedrijven ook nog kans om het gasverbruik helemaal weg te salderen. Niemand lijkt te beseffen dat in 2020 het salderen verdwijnt en dat het overschot aan zonnestroom tegen een vergoeding van 7 cent in het net verdwijnt. Nu is dat door de salderingregeling eigenlijk 23 cent. Maar met 7 cent voor het overschot aan stroom is het businessmodel van de nul-op-de-meter-woning niet meer kloppend en krijgen bewoners gewoon een gepeperde energierekening. Het lijkt erop dat gedupeerde huiseigenaren van 2020 verhaal gaan halen waarmee een nieuwe woekerpolisaffaire is geboren.

Andere wegen
Adviseur Chiel Boonstra is voorstander van het extreem geïsoleerde passiefhuis, maar hij verwacht niet massaal een doorbraak voor dit woningtype waarbij de verwarmingskosten nauwelijks meer dan een 10 per maand bedragen. “Je ziet dat er zoveel andere wegen zijn om de epc van 0,4 te halen, bijvoorbeeld met zonnepanelen, wat passief bouwen niet automatisch dichterbij gaat brengen.” Hij verwacht dat bewoners van dezelfde woningtype –zeker als het salderen verdwijnt- en allemaal met de wettelijke epc van 0,4 toch verschillende energierekeningen ontvangen.
Zijn advies: “Maak een goede woning, en doe een goede installatie in de woning en gebruik daarna duurzaam opgewekte energie, maar ga geen duurzame energie opwekken om de woning slechter te maken.” In de epc-methodiek, de zogenaamde EPG, wordt het optrekken van de Rc-waardes van de isolatiematerialen van de wettelijk 5,0 naar 10 (volgens passief bouwen) niet meer beloond. Terwijl een muur van 10 m2 bij een Rc-waarde van 5 (bij -10°C ) zo’n 60 Watt aan warmte aanstraalt naar buiten, terwijl bij een Rc van 10 dit is gehalveerd tot 30 W. Dat lijkt niet zoveel, want het aantal uren met strenge vorst is gering (3 uur), maar het aantal uren dat het buiten +5°C is veel groter, namelijk 137 uur. De verschillen worden dan wel kleiner, maar uitgesmeerd over het aantal uren op jaarbasis voor de verschillende buiten temperaturen, is duidelijk dat een hoge Rc-waardes op stookkosten bespaard, terwijl er geen waardering is in de epc. Boonstra: ”Omdat er in de epc met hogere interne warmtebronnen wordt gewerkt en niet naar praktijkervaring wordt teruggekeken. De invloed van mensen en apparaten wordt overgewaardeerd. Bij een Rc van 5 wordt er van uitgegaan dat de woning al door interne bronnen wordt opgewarmd, zodat er nauwelijks warmtebehoefte is en dan lijkt er neti meer zoveel te besparen, terwijl dat in de praktijk wel zo is.” Met een epc van 0 in het verschiet in het jaar 2020 verwacht Boonstra wel een aanpassing van de EPG, waarop de epc is gebaseerd. “We gaan nu de eerste stap van de Trias Energetica vermengen met de laatste stap. Je ziet dat de geesten rijp worden om dingen uit elkaar te houden en niet op één hoop te gooien.”

Tekst: Richard Mooi

Wilt u meer actuele informatie over dit onderwerp? Kom dan op 7 juni naar het Nederlands Warmtepomp Congres in Veenendaal.

Reageer op dit artikel