nieuws

Economische recessie helpt aandeel hernieuwbare stroom naar 9 procent

Geen categorie

De binnenlandse productie van hernieuwbare elektriciteit gestegen tot ongeveer 9 procent van het elektriciteitsverbruik in Nederland. Er is vooral meer elektriciteit geproduceerd uit biomassa. Ook de economische recessie hielp mee: het totale stroomverbruik daalde namelijk met 5 procent en de duurzame energieproductie wordt daarvan afgeleid. De vraag naar hernieuwbare energie is echter veel groter (25 procent), vandaar dat er veel is ingevoerd vanuit buitenland.

Een en ander blijkt uit cijfers van het Compendium voor de Leefomgeving. In 2009 bedroeg de binnenlandse netto productie van hernieuwbare elektriciteit 8,9 procent van het netto elektriciteitsverbruik. Dat is fors meer dan de 7,5 procent in 2008. Daarmee lijkt doelstelling van de overheid bijna te zijn gehaald. Deze is 9 procent hernieuwbare elektriciteit in 2010.

Er is in 2009 meer elektriciteit geproduceerd uit het verbranden van biomasssa in afvalverbrandingsinstalaties en het meestoken van biomassa in elektriciteitscentrales. Ook bij de overige technieken waarbij biomassa wordt ingezet bij de opwekking van elektriciteit is sprake van een toename. Na een sterke groei in de jaren 2003-2005 is het meestoken van biomassa in elektriciteitscentrales in 2006 iets gedaald en in 2007 zelfs gehalveerd. In 2008 en 2009 werd er weer meer meegestookt, maar nog niet zoveel als in 2005 en 2006. Het meestoken was in 2009 verantwoordelijk voor een kleine kwart van de productie van hernieuwbare elektriciteit.

De elektriciteitsproductie uit windenergie steeg ook, maar niet zo hard als in eerdere jaren. Dat komt doordat er in 2009 niet zoveel nieuwe molens zijn neergezet als in eerdere jaren en doordat het minder waaide, aldus het CVL.

Door de economische crisis daalde het totale elektriciteitsverbruik in Nederland met ongeveer 5 procent in 2009. Deze daling versterkte de groei van het aandeel hernieuwbare elektriciteit, dat voor de beleidsdoelstelling wordt uitgedrukt als binnenlandse productie gedeeld door binnenlands verbruik. De productie van hernieuwbare elektriciteit werd in 2009 niet of nauwelijks beïnvloed door de crisis, omdat voor de meeste technieken de variabele kosten relatief laag zijn. Als de windmolen er eenmaal staat, zijn de resterende productiekosten laag ten opzichte van conventionele elektriciteitsproductie.

De binnenlandse vraag naar hernieuwbare elektriciteit is in 2009 verder gestegen tot 25,4 miljard kWh (CertiQ, 2010). Dat is ruim 22 procent van het elektriciteitsverbruik. De binnenlandse productie van hernieuwbare elektriciteit is niet voldoende om aan deze vraag te voldoen. Dat verklaart de aanzienlijke invoer van hernieuwbare elektriciteit in de vorm van Garanties van Oorsprong. In 2009 was dit 17 miljard kWh. De invoer van hernieuwbare elektriciteit telt overigens niet mee voor de Nederlandse beleidsdoelstelling van 9 procent hernieuwbare elektriciteit in 2010 (EZ, 2005 en Europees Parlement en de Raad, 2001).

Bron: Compendium voor de Leefomgeving

Reageer op dit artikel