nieuws

NEN zeer tevreden over uitspraak, waarschuwt voor ‘gratis’ normen

Geen categorie

Normenorganisatie NEN is tevreden met het vonnis van het Gerechtshof in Den Haag rond de zaak aangespannen door Knooble. Het door Knooble aangekondigde hoger beroep ziet de normalisatie-organisatie met veel vertrouwen tegemoet.
Eerder deze week oordeelde het Gerechtshof in het voordeel van NEN en de Nederlandse Staat in een zaak aangespannen door bouw-adviesbureau Knooble. Direct gevolg van de uitspraak is dat NEN-normen niet juridisch binden zijn, en dus niet kosteloos ter beschikking hoeven te worden gesteld.
Knooble eiste dat NEN-normen vrij beschikbaar komen, omdat het Bouwbesluit 2003 en Regeling Bouwbesluit 2003 verwijzen naar NEN-normen. Daarmee zouden de normen vallen onder de Bekendmakingswet. Knooble levert onder andere een applicatie voor bouwadministratie. Eind 2008 stelde een gewone rechtbank Knooble in het gelijk, met de aantekening dat het auteursrecht in handen blijft van het NEN.”

“Dat zou betekenen dat de Nederlandse Staat de NEN schadeloos moet stellen”, legt Dirk Breedveld, Business Unit Manager Bouw bij het NEN, uit. Hij benadrukt dan ook dat de NEN-normen nooit echt gratis kunnen worden. “De Staat moet de normen dan kopen, en dat wordt betaald door de belastingbetaler.”
Een negatieve uitspraak door het gerechtshof zou dan ook in eerste instantie geen negatieve consequenties hebben gehad voor het NEN, zegt Breedveld. Maar op langere termijn had het voor problemen kunnen zorgen.
“De NEN heeft twee inkomstenbronnen. De eerste is dat commissieleden ons betalen om hen te begeleiden bij het opstellen van een norm, de tweede is de verkoop van die normen. Als die verkoop wegvalt, dan zou de NEN in de problemen komen en zou de Staat dus bij moeten springen. Mocht de Staat hier om wat voor reden dan ook niet aan kunnen of willen meewerken, dan zouden we een probleem hebben gehad met de commissieleden die nog meer zouden moeten betalen.” Het huidige NEN-model is volgens Breedveld eerlijk, omdat de gebruiker bijdraagt en de prijzen niet buitensporig hoog zijn. “De prijzen variëren van enkele tientjes tot een paar honderd euro”, zegt Breedveld. “Zeer grote bedrijven vragen alle normen op, en zijn daar jaarlijks een paar duizend euro voor kwijt, maar dat zijn uitzonderingen.” Breedveld voegt eraan toe dat het gerechtshof vond dat de kosten niet zo hoog waren dat het een normale bedrijfsvoering in de weg zit.

Best practices, geen eisen
“De overheid heeft in de jaren 90 besloten om naar de NEN-normen te verwijzen als best practices. De minimumeisen staan in de wet, terwijl voor de uitvoeringsmethoden werd verwezen naar de norm. Maar het staat bedrijven ook vrij om op een andere manier te voldoen aan de minimumeisen”, zo verwoordt Breedveld het standpunt van zowel NEN als de Staat. “Wanneer bijvoorbeeld de EPC-eis in januari wordt verhoogd van 0,8 naar 0,6, dan staat in de wet dat je dit als bouwer moet bereiken, terwijl in de NEN-norm staat hoe je dat doet. Je hoeft de NEN-norm dus niet te kopen.”
Knooble heeft aangekondigd in cassatie te gaan tegen het vonnis van het gerechtshof. Breedveld ziet dat met vertrouwen tegemoet. “De Hoge Raad kijkt vooral of de procedure goed is gegaan. Naar wat ik van verschillende juristen heb gehoord, maken we daar een goede kans.”

Reageer op dit artikel