artikel

Drie maatregelen om geluid warmtepomp te reduceren

Bronnen

Hoewel moderne warmtepompen een stuk stiller zijn dan de eerste modellen, blijft geluid een punt van aandacht. Dat geldt vooral voor het buitendeel. Hier volgen drie maatregelen om het geluid tot het niveau van een tafelventilator te reduceren.

Drie maatregelen om geluid warmtepomp te reduceren

In Europa is het maximale  van warmtepompen vastgelegd in de Ecodesign Directive Commission Regulation (EU) No 206/2012. Deze norm houdt in dat warmtepompen tot 6 kW maximaal 65 dB(A) mogen produceren en warmtepompen van 6 kW tot 12kW 70 dB(A). Verder moeten in Europa warmtepompen zijn voorzien van een CE-label, die onder andere het geluidsvermogen van de warmtepomp vermeldt. Het is vervolgens aan de adviseur of installateur om dit te toetsen aan de plaatselijke regels en het bouwbesluit. Het dB(A) getal op het CE-label komt echter niet overeen met het waargenomen geluid van een warmtepomp. Dit hangt namelijk af van een aantal factoren waar volgens Vaillant bij installatie soms onvoldoende naar wordt gekeken. Hier volgt een opsomming van drie van die factoren waar de warmtepompleverancier uitleg over geeft.

1. Uitblaasrichting warmtepomp
De omgeving van de warmtepomp is een belangrijk punt om in gedachten te houden. Staat de warmtepomp bijvoorbeeld langs een muur of in een hoek van muren, dan zal de geluidsdruk sterker zijn door projectie van het geluid. Het verdient daarom aanbeveling om de warmtepomp zo op te stellen dat het geluid zoveel mogelijk in alle richtingen vrij weg kan stromen, zo ver mogelijk verwijderd van de woning. Technisch gezien is het mogelijk om de warmtepomp tot op vijftig meter van de woning te plaatsen.

Daarom is het goed om als richtlijn aan te houden dat er niets binnen tien meter tegenover de uitblaasrichting van de warmtepomp mag staan. Dit heeft te maken met de geluidsuitstraling die anders weerkaatst, bijvoorbeeld tegen een muur. Op de begane grond kan dit lastig zijn, met name in een dichtbebouwde wijk. In dat geval is het een alternatief om de hoogte in te gaan, bijvoorbeeld plaatsing bij een dakkapel of op een plat dak. Maar ook dan zal de opstellingsplaats kritisch moeten worden beoordeeld, bijvoorbeeld niet direct onder een slaapkamerraam.

2. Trillingsisolatoren onder warmtepomp
Het is verstandig om rubberen trillingsisolatoren te monteren tussen de ondergrond en de warmtepomp om resonantie te voorkomen. Het beste is om dit tevens te combineren met een zware, vlakke en stabiele ondergrond die onmogelijk in beweging kan worden gebracht, zoals beton. Tevens wordt geadviseerd om de warmtepomp met flexibele leidingen aan te sluiten of in het leidingwerk compensatoren op te nemen om te voorkomen dat via de leidingen trillingen kunnen worden overgedragen op de bouwkundige constructie.

3. Geluidsisolerende omkasting
Met name in de winter, omdat de warmtepomp dan langer in bedrijf is, neemt de kans op geluidsoverlast toe. Een geluidsisolerende warmtepompomkasting kan hiervoor de oplossing zijn. Deze omkasting bestaan uit geluidsisolerende materialen en wordt over de warmtepomp geplaatst. Dit isoleert het geluid van de omgeving en aan de warmtepomp zelf hoeven geen aanpassingen te worden gedaan. Niet alleen zorgt deze omkasting voor geluidsreductie, maar ook voor bescherming van de warmtepomp voor eventuele beschadigingen. Met een warmtepompomkasting kan de geluiddruk met maximaal 15 dB(A) worden verlaagd. Omdat de luchtstroom weinig hinder ondervindt van de omkasting, blijft het rendement van de warmtepomp nagenoeg gelijk.

Meer lezen over geluid van warmtepompen: reacties op Kassa-reportage,   onderzoek naar reductie geluid

Reageer op dit artikel