artikel

Houten vloer: geschikt voor vloerverwarming?

Afgifte

Een mooie eikenvloer is alleen geschikt voor vloerverwarming als hij uit samengestelde planken bestaat. Een massieve plankenvloer terugleggen na de aanleg van vloerverwarming is niet verstandig.

Tekst: Richard Mooi

Houten vloer: geschikt voor vloerverwarming?

Wie in een winkel een vloer zoekt, ziet meestal in één oogopslag welke vloeren geschikt zijn voor vloerverwarming. Ze zijn namelijk voorzien van een logo met de tekst ‘Geschikt voor vloerverwarming’. Eigenlijk lijkt het dus best eenvoudig. Zo is alle laminaat geschikt voor vloerverwarming. Laminaat bestaat uit samengeperste houtresten met een toplaag van kunststof. Dit type vloer kent nauwelijks uitzetting. Maar wat als iemand een echte houten plankenvloer wil en geen ‘nephout’ zoals laminaat? Ook dan is het assortiment aan geschikte vloeren enorm. Het goede nieuws is dat een plankenvloer zich vaak leent voor vloerverwarming, mits het om een samengestelde plankenvloer gaat.

Toplaag en onderlaag

Een samengestelde plank (ook wel ‘combiplank’ genoemd) heeft een toplaag. Dat is de eigenlijke plank waar je op loopt en die dus ook zichtbaar is in het interieur. Deze dunne toplaag van echt eiken of beuken is verlijmd op een stevige onderlaag van multiplex. Die onderlaag beschermt de plank tegen al te grote uitzetting en krimp als er temperatuurschommelingen zijn. Bovendien is een houten vloer op een onderlaag veel duurzamer. Alleen de relatief dunne toplaag bestaat uit ‘echt’ kwaliteitshout. De rest is gemaakt van multiplex dat is samengesteld uit snelgroeiende houtsoorten.

Voor het blote oog is het verschil tussen een massief houten plank en een samengestelde plank niet te zien.

Verschil in visuele uitstraling

Voor het blote oog is het verschil tussen een massief houten plank en een samengestelde plank niet te zien. Alleen wie de planken omdraait, ziet het verschil. De multiplex onderlaag ziet er immers heel anders uit. Een combiplank kan ook uit oude eiken balken zijn gemaakt. Zo meldt de website van een aanbieder: “Ons Franse eiken is afkomstig uit oude vloeren en balken. De dikte van onze samengestelde planken is 14,5 mm.” Die laatste zin, en dan vooral het woord ‘samengestelde’, geeft hier eigenlijk het antwoord op de vraag of deze vloer geschikt is voor vloerverwarming. Dat is inderdaad het geval.
Als de vloer eenmaal is gelegd, is er wel een verschil in uitstraling. Een samengestelde vloer oogt – eenmaal gelegd – strakker, zonder naden en kieren. Een echte vloer met massieve planken heeft wel kieren en naden, en die blijven niet gelijk. Op het ene moment is een bepaalde kier groot, en een paar dagen later is hij een stuk kleiner. De vloer leeft dus, maar hij is helaas ongeschikt voor de toepassing van vloerverwarming.

Krimp en uitzet van massieve planken

Een massieve plankenvloer kent een sterke krimp en uitzetting. De plank wordt niet ‘stabiel’ gehouden door een dikke onderlaag, zoals bij een combiplank. Wie een massieve plankenvloer toch op vloerverwarming legt, loopt daarom het risico op krom­trekken. Dat wordt nog eens verergerd doordat zo’n vloer goed isoleert. Dat komt door de onderlaag waarop de planken worden vernageld. Direct op de harde cementdekvloer vernagelen is onmogelijk, daarom is een extra ondervloer nodig. Maar die ondervloer zorgt voor nog meer dikte, en de planken zijn zelf ook al relatief dik. De dikke vloer geeft extra warmteweerstand, en daardoor ontstaat een traag reagerend verwarmingssysteem. Bewoners zijn vervolgens geneigd om de thermostaat hoger te zetten. De vloertemperatuur wordt op die manier steeds hoger, waardoor planken uiteindelijk kromtrekken.

Een massieve plankenvloer kent een sterke krimp en uitzetting

Twee bevestigingstechnieken

Bij vloerverwarming zijn samengestelde planken dus de juiste keuze. Hoe leg je die dan op de vloerverwarming? Dat kan ruwweg op twee manieren: zwevend op een ondervloer, of middels verlijming. Een ondervloer is in appartementen meestal vereist om contactgeluid naar de buren te verminderen. Is er geen geluidseis, dan kunnen de samengestelde planken ook worden verlijmd. Dat zorgt voor een snellere opwarming. De lijmlaag is dunner dan een ondervloer en geeft daardoor minder warmteweerstand. Vloerleveranciers hebben geen voorkeur voor een van de twee bevestigingstechnieken. Een extra afweging is wel dat een gelijmde vloer lastig is te verwijderen; hij kan eigenlijk alleen met hak-en-breekwerk worden weggehaald. De vloer meeverhuizen of een beschadigde plank verwijderen is daardoor onmogelijk.

Inslijpen van vloerverwarming

Wie een bestaande plankenvloer overneemt moet dus eerst goed kijken of het om massief houten planken gaat, of om planken met een onderlaag. Alleen in dat laatste geval kan – bij het inslijpen van vloerverwarming – de vloer worden teruggelegd. Ook parket is vaak wel terug te leggen, mits het is voorzien van een drager.
Bij het inslijpen van vloerverwarming is isolatie aan de onderkant van de vloer sterk aan te bevelen. Woningen vanaf bouwjaar 1992 kennen al een goede isolatie van de begane grond. In 1992 werd de eis in het Bouwbesluit namelijk verhoogd naar een Rc-waarde van 2,5 m².K/W. In 2003 werd deze waarde zelfs verder verhoogd, naar 3,5. Tussen 1982 en 1992 gold een Rc-eis voor de woningschil, inclusief de vloer naar de kruipruimte, van 1,3 m².K/W, en voor 1982 stelde de woningbouwnorm geen eisen aan vloerisolatie.

Bij inslijpen van vloerverwarming is isolatie aan de onderkant van de vloer sterk aan te bevelen

Isoleren vanuit de kruipruimte

Sommige sociale huurwoningen die vanaf eind jaren 70 zijn gebouwd, zijn wel al voorzien van heel beperkte vloerisolatie. Een niet of matig geïsoleerde vloer kan eenvoudig worden geïsoleerd, mits er een kruipruimte aanwezig is. Het beste is om de vloer door een gespecialiseerd bedrijf te laten purren. Ook het aanbrengen van minerale wol is mogelijk, en dat is een klus waarvoor geen isolatiebedrijf hoeft te worden opgetrommeld. Ook reflecterende luchtzakken zijn effectief, mits ze goed blijven zitten. Vloerverwarmingsbedrijven raden bij twijfel een bouwkundig onderzoek aan, voor de exacte berekening van de warmteweerstand.

Voorgeschreven warmteweerstand

De installateurshandleiding ISSO-publicatie 49 (Kwaliteitseisen vloer- en wandverwarming) stelt eisen aan de maximale Rc-waarde van de te leggen vloer, inclusief de ondervloer. De eis is om de Rc-waarde onder de 0,15 m².K/W te houden. ISSO 49 adviseert om een Rc-waarde van maximaal 0,1 m².K/W aan te houden. Fungeert de vloer als bijverwarming, dan is die bovengrens iets hoger: 0,18 m²K/W. Uit de tabel hieronder blijkt dat vooral gietvloeren en plavuizen nauwelijks warmteweerstand kennen en de warmte dus goed en snel doorgeven.

Type vloer Warmteweerstand
Coating (1-2 mm) 0,02 m²K/W
Gietvloer PU/Epoxy 3 mm 0,02 m²K/W
Tegelvloer (8 mm dikte) 0,02 m²K/W
PVC (3 mm gluedown) 0,03 m²K/W
Mozaïek of patroonvloeren 0,04 m²K/W
Vinyl 0,04 m²K/W
Linoleum 0,06 m²K/W
Laminaat 0,07 m²K/W
Samengestelde plank, 13-21 mm 0,09 m²K/W
Tapisvloer, 6 mm op 8 mm mozaïek eiken 0,116 m²K/W
Bourgognevloer (9 mm, 8 mm mozaïekeiken) 0,119 m²K/W
Samengestelde plank (12/6 mm) 0,16 m²K/W
Massief houten plank (20 mm) 0,18 m²K/W

 

Reageer op dit artikel