artikel

Warmtepompen in hoogbouw: Uitdagingen en oplossingen

Techniek

Bij gestapelde woningbouw zijn lucht/water-warmtepompen niet de meest logische keuze, mede omdat het lastig is een optimale opstelruimte voor de buitenunits te vinden. In veruit de meeste gevallen wordt dan ook gekozen voor een bodembron met centrale of decentrale water/water-warmtepompen. Daarbij is een groot aantal varianten mogelijk, vertelt Coos Schouten, eigenaar van installatiebedrijf Schouten Techniek.

Warmtepompen in hoogbouw: Uitdagingen en oplossingen

Tekst: Bas Roestenberg

Voor de toepassing van water/water-warmtepompen in hoogbouwprojecten zijn talloze varianten mogelijk. De belangrijkste verschillen zitten in de complexiteit van het distributiesysteem, het energetisch rendement, en de investeringskosten. “Veel systemen die wij leveren gaan uit van een centrale warmtepomp met distributie door het hele pand”, vertelt Coos Schouten.
“Die distributie kan afhankelijk van de situatie en de wens van de opdrachtgever variëren van heel simpel tot uiterst complex. Complexere systemen bieden meestal meer mogelijkheden en een hogere energetische efficiëntie, maar ze brengen ook veel hogere investeringen met zich mee. En soms worden de mogelijkheden ook beperkt door de bouwconstructie van een pand.”

2-pijpsdistributie (HT)
Het meest eenvoudige distributiesysteem is een 2-pijps oplossing, met een centrale hoogtemperatuur-warmtepomp (HT) die water van 70 °C maakt. Dit water wordt door het hele pand gedistribueerd en zowel voor tapwater als voor vloerverwarming gebruikt. “Om aanvoerwater van 70 °C te gebruiken voor vloerverwarming, moet het worden gemengd met retourwater”, legt Schouten uit.
“De vraag is daarbij waar je de mengregeling plaatst: in de tapwaterset of in het vloerverwarmingsdeel. Dit leidt vaak tot discussie, ook al is het verschil maar een paar honderd euro. Overigens kan bij dit ontwerp ook worden gekozen voor hoogtemperatuur-verwarming via radiatoren, in plaats van laagtemperatuur-vloerverwarming. Bij bestaande bouw levert het een kostenbesparing op als bestaande radiatoren worden gebruikt. Een nadeel aan de keuze voor hoogtemperatuur-radiatorverwarming is wel dat daarmee de optie vervalt om koeling aan het ontwerp toe te voegen. Met laagtemperatuur-afgiftesystemen is dat vaak wel mogelijk.”

3,5-pijpsdistributie (HT en LT)
De HT-warmtepomp die in bovenstaand 2-pijpssysteem wordt toegepast, heeft een lager rendement (SCOP) dan een laagtemperatuur-warmtepomp (LT) die water van 45 °C maakt. “Daarom kiezen we bij hoogbouw vaak voor een iets complexer 3,5-pijpsdistributiesysteem”, vertelt Schouten. “Daarbij wordt een centrale LT-warmtepomp gebruikt die 45 °C levert voor vloerverwarming in de woningen. Naast die LT-warmtepomp plaatsen we dan een HT-warmtepomp of gasketel die dit water als ‘base boost’ doorverwarmd tot 70 °C, voor gebruik als tapwater. Een LT-warmtepomp is aanzienlijk goedkoper dan een HT-variant. Doordat we in dit systeem een veel kleinere HT-warmtepomp of een gasketel bijplaatsen, scheelt dat in de kosten aan de opwekkingszijde. De distributie bij een 3,5-pijpssysteem verloopt via drie leidingen, waarvan er één een dubbelfunctie heeft: de HT-distributie voor tapwater (70 °C) en LT-distributie voor vloerverwarming (45 °C) hebben een gezamenlijke retourleiding. “Zo’n gezamenlijke retour leidt tot energievernietiging omdat je water met verschillende temperaturen mengt”, zegt Schouten, “maar bij een omvangrijk distributienet zorgt een extra retourleiding voor een forse kostenpost. Daardoor kan het toch lucratiever zijn om voor een gezamenlijke retour te kiezen.”
Anders dan met een 2-pijpssysteem kan met een 3,5-pijpssysteem ook worden gekoeld; als de centrale warmtepomp ‘in koelbedrijf’ wordt gezet, kan koelwater via de LT-leiding worden gedistribueerd. Op deze manier kan overigens niet gelijktijdig worden verwarmd en gekoeld; alle appartementen in het complex worden dus ofwel gekoeld, ofwel verwarmd. Op warme zomerdagen zorgt koeling voor bewonerscomfort, maar volgens Schouten heeft het nog een bijkomend voordeel: “Het koelen van woningen zorgt ook voor regeneratie van de bodembron, omdat er warmte in de bron terugkomt. Zo kan er
worden bespaard op eventuele externe maatregelen die je moet treffen om de bron in balans te houden.”

4,5-pijps (HT, LT, koeling)
Met een 3,5-pijpssysteem is dus comfortkoeling mogelijk, maar daarbij moeten alle appartementen gelijktijdig een koelvraag hebben. Schouten: “In de tussenseizoenen kan het echter weleens gebeuren dat sommige bewoners hun huis willen verwarmen, terwijl anderen behoefte hebben aan koeling. Door een extra koelleiding aan het zojuist besproken distributienet toe te voegen, wordt dit mogelijk en zijn gelijktijdige verwarming en koeling in een gebouw mogelijk.”
Verder is het basisprincipe achter een 4,5-pijpsontwerp gelijk aan dat van een 3,5-pijpssysteem. Ook hier wordt uitgegaan van een centrale LT-warmtepomp met een ‘base boost’ voor tapwater.

5,5-pijps (HT, LT, koeling, gescheiden retour)
“Ook aan het 4,5-pijpssysteem kan nog een pijp worden toegevoegd”, stelt Schouten. “In tegenstelling tot alle vorige varianten hebben we zo’n 5,5-pijpsontwerp zelf nog niet toegepast, mede omdat opdrachtgevers terug kunnen schrikken van de meerprijs.” Aan de aanvoerzijde is het 5,5-pijpssysteem gelijk aan een 4,5-pijpssysteem, maar de retourzijde steekt intelligenter in elkaar, legt hij uit: “Dankzij een extra retourleiding gaat het water op twee verschillende temperatuurniveaus terug naar de technische ruimte. Zo vermijd je het energieverlies dat optreedt bij een gezamenlijke HT/LT-retour. Het 5,5-pijpsontwerp is energetisch het meest gunstige qua opwekking, zeker als je er een all-electric systeem zonder gasketel als ‘base boost’ van maakt. Het brengt echter ook de hoogste investeringskosten met zich mee, en zoals gezegd kan dat afschrikken.”

‘Semi-centrale’ oplossing 1: boosterwarmtepompen
Een heel ander distributie-ontwerp gaat uit van een centrale LT-warmtepomp en individuele boosterwarmtepompen in de woningen. De centrale LT-warmtepomp voedt hierbij de vloerverwarming in de woningen, maar tegelijkertijd dient de laagtemperatuurwarmte ervan als bron voor de boosterwarmtepompen, die decentraal per woning warmtapwater maken en opslaan in een boilervat. Een voordeel van dit ‘semi-centrale’ systeem, zoals Schouten het noemt, is dat het een minder complex distributiesysteem kent: in plaats van 5,5-pijps gaat het om 2-pijps, of 3-pijps als er apart wordt gekoeld.

‘Semi-centrale’ oplossing 2: multiboiler
Doordat nieuwbouwappartementen (of bestaande appartementen die van een nieuwe schil zijn voorzien) weinig energie gebruiken, levert een combiwarmtepomp van bijvoorbeeld 9 kilowatt genoeg vermogen om vier woningen van warmte, koeling en warm tapwater te voorzien. Het is dus mogelijk om in een groot woongebouw drie of vier woningen aan te sluiten op één relatief kleine (woningbouw)warmtepomp. Schouten: “In een vierlaags woongebouw betekent het dat in iedere woonkolom de warmtepomp op de begane grond staat, om de vier erboven gelegen woningen te voeden. Als een gebouw veel meer etages telt, komt de volgende warmtepomp op de vijfde etage te staan, om de woningen daarboven te voeden, enzovoort.”
De warmtepomp heeft nu een dubbele functie: hij maakt warm tapwater en zorgt voor vloerverwarming. Daarom worden de tapwaterboilers in de woningen ’s nachts gevoed, zodat de warmtepomp overdag kan worden ingezet voor vloerverwarming. “Dat kan een wat onhandige situatie opleveren”, legt Schouten uit. “Als verschillende gezinsleden ’s morgens achter elkaar douchen, bestaat de kans dat de boiler leeg raakt. Een volgend gezinslid moet dan op een knop drukken en even wachten tot de warmtelevering voor vloerverwarming wordt onderbroken, zodat de warmtepomp de boiler opnieuw kan laden.”

Een andere kanttekening bij dit ontwerp is volgens hem dat het eenvoudiger lijkt dan het is: “De distributie door het pand wordt al snel akelig complex. Tussen de semi-centrale warmtepomp en iedere woning lopen leidingen voor ruimteververwarming, koeling, warmtapwater, koudwatervoeding en de retouren, en dan is er nog het leidingwerk tussen de warmtepomp en de open of gesloten bodemwisselaar. Alles bij elkaar praat je bij hoogbouw over een 8-pijpsdistributiesysteem. Die hoeveelheid leidingwerk heeft natuurlijk consequenties, zowel met betrekking tot de investeringskosten, als voor de bouwtechnische inpassing ervan.”

Individuele combiwarmtepomp
Als alternatief voor die complexe distributiesystemen met 5 of 8 pijpen noemt Schouten tot slot nog het alternatief van individuele combiwarmtepompen voor verwarming en tapwater. “De distributie door het pand is daarbij heel eenvoudig: vanuit elke woning lopen nog maar 2 pijpen naar de bodemwisselaar; een voor warm, en een voor koel water. En een voordeel voor bewoners is dat ze individueel voor verwarming of koeling kunnen kiezen; bij het zojuist besproken ‘multiboiler’-systeem wordt per vier woningen verwarmd of gekoeld. Het gebeurt niet vaak dat de ene bewoner een warmtevraag heeft terwijl zijn bovenbuurman wil koelen, maar toch zien sommige mensen individuele keuzevrijheid als een voordeel. Nadeel aan de individuele oplossing is wel dat je, met een warmtepomp, boilervat en wat leidingwerk, vrij veel techniek in een technische ruimte van meestal beperkte
omvang installeert. Dat maakt dat deze oplossing vooral in kleinere appartementen niet altijd mogelijk is.”

Reageer op dit artikel