artikel

Roelof Robbertsen: “F-gassencertificaat: verplichte kost voor warmtepompinstallateurs”

Sector

Bij de energietransitie spelen warmtepompen en installateurs een belangrijke rol. Dit is het thema van een serie mini-interviews met Roelof Robbertsen, accountmanager en trainer bij opleidingscentrum GO0. In dit tweede interview gaat hij in op het belang van koudemiddelkennis en het F-gassencertificaat.

Roelof Robbertsen: “F-gassencertificaat: verplichte kost voor warmtepompinstallateurs”

Tekst: Bas Roestenberg

Installateurs die met HFK-koudemiddelen werken, moeten over een F-gassencertificaat beschikken. Wat is het verschil tussen de twee categorieën daarvan?
“Installaties met een koudemiddelvulling van meer dan 5 ton CO2 equivalent (in de praktijk tussen ca. 2,5 en 7 kilogram koudemiddel afhankelijk van het koudemiddel) vallen onder Categorie I, en installaties met minder dan 5 ton CO2 equivalent in Categorie II. Bijna alle warmtepompen in de woningbouw vallen in Categorie II.”

Zijn die trainingen alleen gericht op emissievrij omgaan met koudemiddel?
“Nee, het gaat om veel meer. Bij het F-gassencertificaat komt ook vakbekwaamheid kijken. Monteurs leren een stukje natuurkunde, het koelcircuit, kijkglazen, hoe ze een installatie moeten vullen en leeghalen, afpersen, hoe lekdetectie werkt, het maken van een meetrapport en hoe ze een logboek moeten bijhouden. Daarnaast gaan we ook in op de kenmerken van allerlei koudemiddelen.”

Besteden jullie ook aandacht aan zogenaamde nieuwe, laag-GWP-koudemiddelen?
“Ja, en niet in de laatste plaats vanwege de mogelijke gezondheidsrisico’s. Het is prima dat naar koudemiddelen wordt gekeken met een kleiner broeikaseffect, maar er is te weinig aandacht voor de risico’s. Sommige informatie ontbreekt zelfs op de chemiekaarten van koudemiddelen. Daardoor weten monteurs bijvoorbeeld niet dat bij lekkage van een koudemiddel als R448A (in de Amerikaanse markt) als kankerverwekkend wordt gezien, maar ook de HFO-koudemiddelen (niet- synthetisch en vallend onder A2L koudemiddelen) zoals R1234YF, ZD, ZE bij lekkage de stoffen waterstoffluoride en carbonylfluoride vrijkomen. In contact met de huid vreten deze stoffen pijnloos tot aan het bot, je voelt het pas als hulp te laat is.”

Leidt kennisgebrek daadwerkelijk tot problemen?
“Ik zal een voorbeeld geven. Laatst sprak ik een monteur die een verstopte droger/filter in de vloeistofleiding wilde oplossen door hem te verwarmen met zijn branderset. Dat leverde een zeer indrukwekkende steekvlam op, want die installatie was gevuld met R290 (propaan) en de jongeman had geen idee van de risico’s van dat koudemiddel. Dat moet echt veranderen, zeker omdat er in de toekomst ook in residentiële warmtepompen gevuld kunnen worden met zulke koudemiddelen.”

Voor het werken met natuurlijke koudemiddelen bestaat toch al certificering?
“Ja, maar die certificeringsplicht geldt alleen boven een bepaald koudemiddelvolume. Bij koolwaterstoffen zoals propaan ligt de grens op 5 kilogram, kleinere installaties vallen er dus buiten. Die grens is veel te hoog. Bekijk op YouTube maar eens wat er gebeurt als een klein potje campinggas in het kampvuur wordt gegooid. En daar zit slechts 190 gram butaan in.”

Terug naar het F-gassencertificaat. Zijn alle installateurs inmiddels overtuigd van het belang ervan?
“Niet iedere installateur beseft dat een warmtepomp koudetechnische basisprincipes heeft en weet dat je in veel gevallen een F-gassencertificaat nodig hebt. Steeds meer middelgrote installatiebedrijven melden zich aan voor een training. Grote installatiebedrijven hebben inmiddels al een of twee F-gasgecertificeerde monteurs waar ze het nu nog mee redden. Als de warmtepompmarkt doorgroeit, zullen echter meer monteurs een certificaat moeten halen.”

Reageer op dit artikel